Wmo in het kort
De Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) is ingevoerd per 1 januari 2007.
Meedoen
Het doel van de Wet is, kort gezegd: meedoen! Iedereen moet zelfstandig kunnen leven en actief mee kunnen doen in de samenleving, jong, oud en met welke beperking dan ook.De Wet is er om dat te ondersteunen en mogelijk te maken.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning vervangt de Welzijnswet, de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) en enkele onderdelen uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
Van de AWBZ is eerst de huishoudelijke verzorging naar de WMO gegaan. Verwacht wordt dat vanaf 2013 de functie extramurale begeleiding overgaat van de AWBZ naar de Wmo (extramuraal = zorg aan cliënten met een AWBZ indicatie die niet in een instelling verblijven. Deze zorg wordt veelal thuis gegeven). Dit betekent dat gemeenten dan verantwoordelijk worden voor de nieuwe aanvragen en vanaf 2014 voor alle cliënten die op dit moment extramurale begeleiding ontvangen in de AWBZ. Alleen als er sprake is van een verblijfsindicatie (ZZP of VPT) dan blijft de begeleiding vanuit de AWBZ geregeld. De AWBZ biedt op termijn alleen nog zorg voor de ‘zware gevallen’ voor wie de noodzakelijke zorg niet te verzekeren is bij een zorgverzekeraar. We hebben het dan over ongeveer 14 procent van de mensen die nu gebruik maken van de AWBZ. Het gaat in feite om verpleegzorg voor ernstig en chronisch zieken, dementerende ouderen, ernstig gehandicapten en chronische psychiatrische patiënten.
Uitgangspunten van de WMO
- Eerst komt de eigen verantwoordelijkheid van de burger voor zichzelf.
- Daarna de solidariteit: actieve burgers zijn medeverantwoordelijk voor elkaar en doen dat in de vorm van onder andere mantelzorg, vrijwilligerswerk en verenigingen.
- De gemeente biedt ondersteuning én springt in met specifieke individuele voorzieningen voor kwetsbare burgers.
De WMO maakt een onderverdeling in negen prestatievelden
- het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten;
- op preventie gerichte ondersteuning van jongeren met opgroeiproblemen en van ouders met opvoedproblemen;
- het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning (in één loket);
- het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers;
- het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem (probleme waarin zowel psychische als sociale aspecten een rol spelen);
- het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan de maatschappij;
- het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang;
- het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen;
- het bevorderen van verslavingsbeleid.