Besluitenlijst B&W-vergadering 19 mei 2020

Details van de vergadering
Bevat Besluitenlijst B&W-vergadering
Datum: 19 mei 2020
Aanwezig:
J.P.M. Klijs  burgemeester
ir. J.C. Slagboom gemeentesecretaris
D.J. Brummans wethouder
A.M.J. Dingemans MEd wethouder
C.J.A. van Dorst MBA wethouder
E. Schoneveld  wethouder
Afwezig:
C. Polak strategisch communicatieadviseur

Agendapunten

  1. Vaststelling besluitenlijst van de B&W-vergadering van 12 mei 2020

    Het college besluit:
    De besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  2. Vaststelling vertrouwelijke besluitenlijst van de B&W-vergadering van 12 mei 2020

    Het college besluit:
    De vertrouwelijke besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  3. Ontwerpbegroting 2021 Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant.

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:

    1. Geen zienswijze van de gemeente Moerdijk in te dienen bij het gemeenschappelijk orgaan van de gemeenschappelijke regeling “Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten” aangezien de potentiële risico’s van het uittreden van gemeenten, op te vangen zijn.  
    2. In de begroting 2021 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan het Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant op te nemen van € 136.324.  

    Moerdijk is door het Rijk ingedeeld bij de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten West-Brabant. In deze RMC-regio is het beleid ten aanzien van het voortijdig schoolverlaten (vsv) een gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen en 16 West-Brabantse gemeenten. Om te komen tot een eenduidige registratie en aanpak van schoolverzuim en het terugdringen van voortijdig schoolverlaten, werken de 16 gemeenten samen in de gemeenschappelijke regeling “Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten” en het Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant (RBL West-Brabant) in Breda. Alle 16 gemeenten hebben de administratie van de leerplicht en vsv overgedragen aan het RBL West-Brabant. Voor 7 gemeenten, waaronder Moerdijk, voert het RBL West-Brabant ook alle uitvoerende taken uit, het gaat om dagelijks werk van leerplichtambtenaren en RMC traject-begeleiders. Het RBL West-Brabant heeft de ontwerpbegroting 2021 toegestuurd. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op deze begroting.
    Er is geen aanleiding om een zienswijze in te dienen op deze ontwerpbegroting 2021.
    Er wordt voorgesteld in de begroting 2021 van gemeente Moerdijk € 136.324 op te nemen voor de bijdrage aan RBL West-Brabant.

  4. Ontwerp begroting 2021 West-Brabants Archief met meerjarenraming 2022-2024

    Het college besluit:
    Aan de gemeenteraad voor te stellen:

    1. Geen zienswijze in te dienen op de ontwerp begroting 2021-2024 van het West-Brabants Archief;
    2. In de begroting van 2021 van gemeente Moerdijk een bijdrage aan de GR WBA op te nemen van € 258.170.

    De gemeente Moerdijk neemt samen met acht andere gemeenten deel aan de Gemeenschappelijke Regeling West-Brabants Archief (WBA). Het Algemeen Bestuur van het WBA heeft de ontwerp begroting 2021-2024 voorlopig vastgesteld. De gemeenteraad kan hierop een zienswijze indienen bij het bestuur. Voorgesteld wordt om geen zienswijze in te dienen op deze ontwerp begroting. Het WBA beheert de overgebrachte archiefbescheiden, houdt toezicht op de niet overgebrachte archiefbescheiden en is bezig met de verdere ontwikkeling van een e-depot, zodat de archieven die door de gemeenten digitaal gevormd worden (in de toekomst) kunnen worden opgenomen, bewaard en beheerd.

  5. Conceptbegroting GR Havenschap Moerdijk 2021

    Het college besluit:
    Aan de gemeenteraad aan te geven geen zienswijze in te dienen tegen de conceptbegroting 2021 van de GR Havenschap Moerdijk.

    Het bestuur van de GR Havenschap Moerdijk heeft de conceptbegroting 2021 toegestuurd. De gemeenteraad kan hierop een zienswijze geven. Naast het houden van de aandelen in Havenbedrijf Moerdijk NV heeft de GR als enige taak de financieringsfunctie van genoemd bedrijf. De conceptbegroting 2021 geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Voorgesteld wordt dan ook om geen zienswijze in te dienen.

  6. Concept meerjarenbegroting ICT WBW 2021-2024

    Het college besluit:
    Aan de raadsleden die zijn aangewezen als “bestuurlijk eigenaar” van de Gemeenschappelijke Regeling SAMENWERKING ICT West-Brabant-West te adviseren:

    1. Geen zienswijze in te dienen op de concept meerjarenbegroting ICT WBW 2021-2024.
    2. In de begroting 2021 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de ICT-WBW op te nemen van € 1.143.816.

    Om te komen tot een efficiënt beheer van de gewenste ICT infrastructuur als basis voor onze dienstverlening aan burgers, verenigingen, instellingen en het bedrijfsleven, werken we met een aantal gemeenten en het werkplein samen in de Gemeenschappelijke Regeling ICT-samenwerking West-Brabant-West. Het Dagelijks Bestuur van deze gemeenschappelijke regeling heeft de conceptbegroting 2021-2024 toegestuurd. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op deze begroting. De conceptmeerjarenbegroting sluit aan op de richtlijnen die in de kadernota ICT WBW 2021 zijn opgenomen en de producten en diensten die de gemeente de komende jaren af wil nemen. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan de adviezen zoals opgenomen in het rapport Twynstra&Gudde dat in 2019 is vastgesteld door het bestuur van ICT WBW. De ingezette koers om te komen tot een optimalisatie van de samenwerking met ICT WBW en de deelnemers kan hierdoor een vervolg. Aan de gemeenteraad wordt daarom voorgesteld om geen zienswijze in te dienen op de concept meerjarenbegroting 2019-2022.

  7. Ontwerpbegroting RWB 2021

    Het college besluit:
    Aan de gemeenteraad voor te stellen:

    1. Kennis te nemen van het jaarverslag 2019, de jaarrekening 2019 en de daarin opgenomen resultaat-bestemmingsvoorstellen.
    2. De raad hierover te informeren middels de bijgevoegde RIB.
    3. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting RWB 2021 naar voren te brengen.
    4. De RWB te verzoeken om de gevolgen van de Coronacrisis in beeld te brengen in de tussentijdse bestuursrapportages.
    5. De relevante bedragen uit de begroting RWB 2021-2024 over te nemen in de concept begroting van de gemeente Moerdijk 2021-2024. Voor 2021 komt dit neer op een bijdrage aan de primaire taken van € 274.068 (apparaatskosten en Rewin), een bijdrage in het O&O-fonds van € 24.025.

    De RWB heeft haar Jaarverslag 2019, jaarrekening 2019 en ontwerpbegroting 2021 middels een brief  aan de colleges aangeboden. Gemeenteraden worden uitgenodigd om zienswijze in te dienen op de voorgestelde inzet van het rekeningresultaat RWB 2019 en de Ontwerpbegroting RWB 2021.
    De RWB richt zich op de versterking van het West Brabantse vestigingsklimaat door inzet op de thema’s economie, arbeidsmarkt, ruimte en mobiliteit. Daarnaast voert de RWB een vijftal uitvoeringsgerichte taken uit: kleinschalig Collectief vervoer (KCV), regioarcheologie, routebureau West Brabant, programma Gebiedsgerichte Aanpak verkeer en vervoer (GGA) en het Mobiliteitscentrum (MBC). De kosten van deze taken zijn afhankelijk van het gebruik. Ten slotte verloopt de bekostiging van regionale ontwikkelingsmaatschappij N.V. Rewin via de begroting van de RWB.
    Het jaar 2019 kenmerkte zich door het opstarten van de inhoudelijke opgaven zoals geformuleerd in het Actieprogramma 2019 – 2023 en het verdiepen van de samenwerking in triple helix verband. De Jaarrekening 2019 resulteert in een beperkt positief rekenresultaat. De stukken bevatten een voorstel  voor de bestemming van dit rekenresultaat. In de ontwerpbegroting RWB 2021 is de financiële doorvertaling gemaakt van de ambities uit de Actieagenda. De begroting is in lijn met de Kadernota. Voorgesteld wordt om geen zienswijze in te dienen.

  8. Jaarstukken 2019 en ontwerpbegroting WVS-Groep 2021 en de meerjarenraming 2022-2024

    Het college besluit:
    Aan de gemeenteraad voor te stellen:

    1. Kennis te nemen van het jaarverslag 2019 en de jaarrekening 2019 van de WVS-Groep;
    2. De raad hierover te informeren middels de bijgevoegde RIB;
    3. De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting WVS 2021 naar voren te brengen:
      1. Van WVS wordt gevraagd eind 2020/begin 2021 een herziene begroting 2021 en meerjarenraming op te stellen waarin de consequenties van de Coronacrisis voor de WVS zijn verwerkt en inzichtelijk zijn gemaakt. Tevens dient in deze herziene begroting in elk geval de actuele situatie verwerkt te worden van de:
        1. Rijksbijdrage;
        2. Lage inkomensvoordeel (LIV);
        3. Ontwikkelingen op het gebied van de compensatie transitievergoedingen;
        4. Eventuele bijstelling van het aantal af te nemen leerwerktrajecten, indien het aantal aanmeldingen in 2020 hier aanleiding toe geeft. Dit wordt afgestemd met het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal;
        5.  (Meerjarige) gevolgen van het besluit over de ombouw/afbouw van de diverse PMC’s, inclusief het effect hiervan op de bedrijfsvoering;
        6. De consequenties van de besluitvorming rond de PMC Groen te verwerken, voor zover deze besluitvorming dan al heeft plaatsgevonden.
      2. Het project herstructurering WVS en ketensamenwerking is eind 2018 afgerond. Vanaf 2019 heeft de ingeslagen ketensamenwerking plaats gekregen in de reguliere structuren van de samenwerkende organisaties. Van WVS wordt verwacht dat in de keten wordt samengewerkt met Werkplein Hart van West-Brabant en ISD Brabantse Wal, waarbij onderling afstemming wordt gezocht bij het behalen van de overkoepelende ketendoelstellingen. Voor deze doelstellingen verwachten we dat WVS samen met de genoemde ketenpartners in overleg met de deelnemende gemeenten komt tot een gezamenlijke ketenopdracht in de vorm van een ketenjaarplan. Bij het opstellen van de herziene begroting vragen wij WVS uit te gaan van de inzet die van WVS wordt gevraagd in het nog op te stellen ketenjaarplan 2021. Dit betekent dat het Ketenjaarplan 2021 gereed moet zijn bij de totstandkoming van de herziene begroting.
      3. Wij vragen van WVS om in de herziene begroting ook de beheersmaatregelen van de risico’s duidelijk te beschrijven, zodat gemeenten hierop kunnen anticiperen.
      4. In verband met de grote druk op de budgetten in het sociaal domein vragen we WVS om kritisch te blijven op de kosten. We vragen om inzichtelijk te maken op welke (bedrijfsvoerings)onderdelen binnen WVS de geraamde lasten(toename) in het meerjarenperspectief kan worden beperkt. Daarbij vragen we om de consequenties van het doorvoeren van bezuinigingen inzichtelijk te maken.
      5. Tenslotte: de raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    4. In te stemmen met een gemeentelijke bijdrage aan WVS-groep van € 4.340 per geplaatste Wsw-werknemer in 2021;5 In de begroting 2021 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan WVS-Groep op te nemen van € 494.721 en de doorbetaling van de rijksbijdrage zoals opgenomen in de meicirculaire 2020;
      6 In de concept-meerjarenraming 2022-2024 van de gemeente Moerdijk de ramingen uit de ontwerp-meerjarenbegroting WVS-Groep 2022-2024 over te nemen.

    WVS-groep (hierna WVS) is het leerwerkbedrijf van West-Brabant en werkt samen met ISD Brabantse Wal en het Werkplein Hart van West-Brabant. Binnen de ketensamenwerking is het maatschappelijke doel om zoveel als mogelijk mensen deel te laten nemen, liefst in loon-vormende arbeid. Voor u ligt de begroting 2021 en de meerjarenraming 2022 tot en met 2024 van WVS. Deze begroting is gebaseerd op de gegevens die we weten, maar de effecten van de mei- en septembercirculaire zullen er voor zorgen dat in het najaar weer een aangepaste begroting zal worden gemaakt. De akties voortkomend het gezamenlijke jaarplan met de ISD Brabantse Wal en het Werkplein Hart van West Brabant zijn, voor zo ver als mogelijk, meegenomen in deze begroting. Tevens is de begroting met beide afgestemd. De begroting moet dan ook in samenhang worden bekeken met de begrotingen van het Werkplein Hart van West-Brabant en de ISD Brabantse Wal. Het college wordt voorgesteld om de bijgevoegde zienswijze door de gemeenteraad te laten in te dienen op de begroting van de WVS.

  9. Ontwerp beleidsbegroting 2021 GGD West-Brabant

    Het college besluit:
    De Raad voor te stellen:

    • In te stemmen met het indienen van onderstaande gezamenlijke regionale zienswijze op de ontwerp beleidsbegroting 2021 van de GGD West-Brabant.

    Zienswijze op de ontwerp beleidsbegroting 2021 van de GGD West-Brabant:

    1. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording die aangeeft  aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom niet.
    2. De raad mist het bij financiële richtlijn 2 voorgeschreven overzicht van de meerjarige bijdrage (2021 t/m 2024) van de deelnemers. De raad vraagt de GGD West-Brabant om dit overzicht op basis van de beleidsbegroting 2021 alsnog uiterlijk in het 3e kwartaal 2020 aan te leveren en vanaf 2022 structureel op te nemen in de begroting.
    3. De raad mist zowel een overzicht van de incidentele lasten en baten als een overzicht van de verwachte stand begin en eind begrotingsjaar. Dit was specifiek aangegeven bij financiële richtlijn 4. De Raad verzoekt de GGD West-Brabant om deze overzichten vanaf 2022 structureel op te nemen in de begroting.
    4. De raad mist het financiële kengetal “structurele exploitatieruimte”. Opname van dit getal was als aanvullende financiële richtlijn 2021 meegegeven. De raad vraagt de GGD West-Brabant om dit voor 2021 uiterlijk in het 3e kwartaal 2020 aan te leveren en vanaf 2022 structureel op te nemen in de begroting.
    5. De raad mist een kostenoverzicht van de wettelijke taken ten opzichte van een kostenoverzicht van de aanvullende ambities bovenop de wettelijke taken van de West-Brabant en verzoekt de GGD West-Brabant met ingang van 2022 deze uitsplitsing op te nemen in de begroting.
    6. De raad verzoekt de GGD West-Brabant ten behoeve van de duidelijkheid van het overzicht met risico’s vanaf 2022 alleen risico’s op te nemen in de risicotabel; geen risico’s meer die niet meer van toepassing zijn of waar reeds maatregelen voor getroffen zijn.
    7. De raad vraagt de GGD West-Brabant om in 2021 minstens een inhoudelijk en financieel grondig onderbouwd uitvoeringsplan M@zl PO aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling voor te leggen, al dan niet leidend tot een structurele begrotingswijziging 2021.
    8. De raad vindt het onvoldoende duidelijk hoe de GGD West-Brabant de kosten voor modernisering dienstverlening wil dekken voor de periode 2021-2024. De raad verzoekt de GGD West-Brabant daarom om uiterlijk in het 3e kwartaal van 2020 een meerjarig dekkingsplan te overleggen aan het Algemeen Bestuur.
    9. De raad verzoekt het Algemeen bestuur van de GGD in te stemmen met de 1e Begrotingswijziging 2020 inzake CAO effecten.
    • De bijdrage aan de GGD conform voorgestelde begroting 2021 vast te stellen voor de gemeentelijke begroting 2021 ter hoogte van  € 837.457 en deze op te nemen in de concept-meerjarenbegroting 2021-2024 van de gemeente.

    Voor de uitvoering van de taken uit de Wet publieke gezondheid is een gemeenschappelijke regeling opgericht. Ieder jaar wordt een ontwerpbegroting door het Dagelijks bestuur (DB) opgemaakt. Aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten wordt gevraagd voor 19 juni 2020 hun zienswijzen op de ontwerpbegroting 2021 te geven.
    In navolging van de vorige jaren is voor begrotingsjaar 2021 wederom een kadernota opgesteld en aangeboden aan de gemeenten. Voor raadsleden zijn op 10 en 11 februari jl. informatiebijeenkomsten georganiseerd om een toelichting te krijgen en vragen te stellen over de kadernota. Vervolgens heeft het Algemeen Bestuur van de GGD op 30 maart jl. ingestemd met de kadernota 2021.
    De voorliggende ontwerp beleidsbegroting 2021 past binnen deze kaders en binnen het GGD-meerjarenbeleidsplan Agenda van de Toekomst. De bijdrage voor 2021 voor de gemeente Moerdijk bedraagt € 837.457 (2020: € 796.745). De verhoging van de bijdrage ten opzichte van 2020 komt met name door de financiële gevolgen van de aangepaste indexatiemethode conform de financiële richtlijnen van de gemeenschappelijke regelingen en de CAO-wijziging en een verhoging van de gemeentelijke bijdrage om nieuwe, structurele exogene kostenstijgingen in 2021 op te vangen.
    Er is een gezamenlijke regionale zienswijze opgesteld die bij het Dagelijks Bestuur van de GGD West-Brabant naar voren wordt gebracht. De Raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de Raad hierover wordt geïnformeerd. Het Algemeen Bestuur van de GGD West-Brabant zal op 8 juli 2020 besluiten over de ontwerpbegroting 2021.

  10. Jaarstukken 2019 en begroting 2021 Werkplein Hart van West-Brabant en de meerjarenraming 2022-2024

    Het college besluit:
    Aan de gemeenteraad voor te stellen:

    1. Kennis te nemen van het jaarverslag 2019 en de jaarrekening 2019
    2. De raad hierover te informeren middels een raadsinformatiebrief.
    3. De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting Werkplein Hart van West-Brabant 2021 naar voren te brengen:
      1. We verwachten van het Werkplein dat invulling wordt gegeven aan de begrotingsrichtlijnen van de gemeenteraden.
      2. Van het Werkplein wordt gevraagd eind 2020/begin 2021 een herziene begroting 2021 en meerjarenraming op te stellen waarin de financiële consequenties en risico’s van de coronacrisis zijn verwerkt.
      3. Daarbij verwachten we van het Werkplein dat zij met de deelnemende gemeenten in gesprek gaan om de ambities en doelstellingen t.a.v. de ontwikkeling van de uitkeringsbestanden waar nodig te herzien. Eventuele aangepaste ambities en doelstellingen leggen gemeenten en Werkplein vast in het werkprogramma voor 2021, waarvan de financiële consequenties vertaald dienen te worden in de herziene begroting 2021.
      4. Ten aanzien van de gevolgen van de coronacrisis voor de uitkeringsbestanden en eventueel aangepaste ambities verzoeken we het Werkplein in de aangepaste begroting een concrete uitwerking van de inzet van het re-integratie instrumentarium en personele formatie.
      5. De gemeenten het Werkplein zijn in gesprek om te komen tot een integrale samenwerking binnen het sociaal domein en de inzet op de horizontale ontwikkeling van de verschillende doelgroepen, met speciale aandacht voor doelgroep C-klanten. Voor zover gemeenten en Werkplein tot concrete ambities en doelstellingen op dit vlak zijn gekomen, vragen we het Werkplein de financiële consequenties hiervan, alsmede van het organisatieontwikkelingstraject dat hieruit volgt, in de herziene begroting te verwerken.
      6. Voor zover de resultaten bekend zijn van het formatieonderzoek dat voor het Werkplein is gestart vragen we het Werkplein in de nieuw op te stellen begroting 2021 deze resultaten te benutten voor de onderbouwing van de geraamde personele inzet.
      7. In verband met de grote druk op de budgetten in het sociaal domein vragen we het Werkplein om kritisch te blijven op de kosten. We vragen het Werkplein om inzichtelijk te maken op welke (bedrijfsvoerings)onderdelen de geraamde lastentoename in het meerjarenperspectief kan worden beperkt. Daarbij vragen we om de consequenties van het doorvoeren van bezuinigingen inzichtelijk te maken.
      8. Het project herstructurering WVS en ketensamenwerking is eind 2018 afgerond. Vanaf  2019 heeft de ingeslagen ketensamenwerking plaats gekregen in de reguliere structuren van de samenwerkende organisaties. Van het Werkplein wordt verwacht dat in de keten wordt samengewerkt met WVS en ISD Brabantse Wal, waarbij onderling afstemming wordt gezocht bij het behalen van de overkoepelende ketendoelstellingen. Voor deze doelstellingen verwachten we dat het Werkplein samen met de genoemde ketenpartners in overleg met de deelnemende gemeenten komt tot een gezamenlijk ketenjaarplan. Dit betekent dat het Ketenjaarplan 2021 gereed moet zijn bij de totstandkoming van de herziene begroting. IX. Tenslotte: de raad gaat er van uit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van haar zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    4. In de begroting 2021 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan het Werkplein Hart van West-Brabant op te nemen van € 10.489.723,00
    5. In de concept-meerjarenraming 2022-2024 van de gemeente Moerdijk de ramingen uit de ontwerp-meerjarenbegroting Werkplein Hart van West-Brabant 2022-2024 over te nemen.

    De begroting voor het jaar 2021 van het Werkplein Hart van West-Brabant is opgesteld en de gemeenteraad wordt gevraagd een zienswijze op deze begroting naar voren te brengen. Daarnaast zijn de jaarstukken over het 2019 door het Werkplein Hart van West-Brabant opgeleverd. Deze jaarstukken worden aangeboden aan het college en de gemeenteraad.

  11. Conceptbegroting 2021 gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen.

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om:

    1. Geen zienswijze in te dienen op de conceptbegroting 2021 Gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen (GR Nazorg), aangezien:
      1. de financiële risico’s voor de gemeente als één van de 10 eigenaargemeenten   acceptabel zijn en de begroting sluitend is;
      2. de gemeenschappelijke regeling op juiste wijze zorgdraagt voor het beheren van het
        vermogen van de gemeenschappelijke regeling en het technisch beheer van de stortplaatsen.
    2. In de begroting 2021 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de GR Nazorg op te nemen van € 53.168,-.

    De gemeente Moerdijk neemt deel in de gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen. Dit is een samenwerkingsverband van 10 gemeenten uit de regio Breda voor de wettelijke taken voortvloeiend uit het beheer van deze twee stortplaatsen. Het Dagelijks Bestuur van deze gemeenschappelijke regeling heeft de conceptbegroting 2021 toegestuurd. De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten kunnen hier met een zienswijze op reageren. Er wordt voorgesteld om geen zienswijze in te dienen op de conceptbegroting 2021 en vanuit de begroting van gemeente Moerdijk voor 2021 € 53.168,- beschikbaar te stellen.

  12. Begroting 2021 gemeenschappelijke regeling veiligheidsregio Midden- en West-Brabant.

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om:

    1. In te stemmen met de concept-begroting 2021.
    2. Als zienswijze van de gemeente Moerdijk bij het Algemeen Bestuur van 4 juli 2019 het volgende naar voren te brengen:
      1. Dringend te verzoeken om, als gevolg van de aanpassing rapportagecyclus, naast de enige rapportage in een kalenderjaar ook op verwachtte afwijkingen te rapporteren (‘soft closures na 4,8 en 10 maanden).
    3. Op te dragen dit punt nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2021 in het Algemeen Bestuur en alles in het werk te stellen een meerderheid voor deze zienswijze te bereiken;
    4. In de begroting 2021 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de veiligheidsregio MWB op te nemen van €3.002.013.

    De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant biedt de conceptbegroting 2021 aan de gemeenten aan ten behoeve van een zienswijze door de gemeenteraden. Op basis van de ingediende zienswijzen zal het Algemeen Bestuur op 2 juli 2020 worden voorgesteld over te gaan tot definitieve vaststelling. Op basis van de begroting wordt uitvoering gegeven aan de wettelijke en met de deelnemende gemeenten overeengekomen taken. De totale bijdrage aan de VRMWB voor 2021 komt voor de gemeente Moerdijk uit op € 3.002.013, waarin ook de exploitatielasten (€93.117) voor de kazerne Moerdijk-Haven zijn inbegrepen.
    De beleidsbegroting 2021 heeft een verglijkbare opzet als het Beleidsplan 2019-2023 “Samenwerken aan Veiligheid en Veerkracht” dat vorig jaar is vastgesteld.

  13. Beheerplan civiele kunstwerken 2020-2024

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:

    1. Het beheerplan civiele kunstwerken 2020-2024 vast te stellen;
    2. In te stemmen met ‘alternatief 2’, waarbij we beheer en ontwerpkeuzes baseren op het beperken van jaarlijkse kosten;
    3. In te stemmen met het actualiseren van het afschrijvingsbeleid uit de Notitie waarderings- en afschrijvingsbeleid Moerdijk 2019 door het toevoegen van de afschrijvingstermijnen van 45 jaar voor investeringen in staal-houten bruggen, 40 jaar voor levensduur verlengend onderhoud aan duikers en 25 jaar voor levensduur verlengend onderhoud aan betonnen bruggen.
    4. Ten behoeve van het uitvoeren van het beheerplan de volgende kredieten en budgetten voor 2020 beschikbaar te stellen:
      1. Het budget voor onderhoud, inspectie en advisering op te hogen met € 243.315;
      2. Het totaal beschikbaar gestelde krediet op te hogen met € 565.500;
      3. Het personeelsbudget voor team openbare ruimte op te hogen met € 20.000;
    5. De totale hogere lasten in 2020 van € 293.814 ten laste te brengen van het al dan niet positieve, exploitatieresultaat 2020;
    6. De meerjarige financiële effecten mee te nemen in het proces van de meerjarenbegroting 2021 en verder.

    De gemeente Moerdijk heeft een integraal beleidskader voor het beheer van de openbare ruimte. (Effect gestuurd beheer 2017). Vanuit dit beleidskader worden beheerplannen opgesteld voor alle onderdelen in de openbare ruimte.
    We hebben geconstateerd dat niet voor alle onderdelen van de openbare ruimte (actuele) beheerplannen zijn. Om beheerst te kunnen beheren zijn we een inhaalslag aan het maken. Zo komen we aan de voorkant en voorkomen we verrassingen, zoals bijvoorbeeld het plotseling moeten afsluiten van bruggen. Als eerste is dit beheerplan voor civieltechnische kunstwerken aan de orde, wat ook gezien kan worden als een Meerjaren Onderhoudsplan (MOP).
    Voor civiele kunstwerken is niet eerder een beheerplan gemaakt. Met dit beheerplan en het actualiseren van de huidige situatie is de onderhoudsbehoefte en vervangingsopgave voor een groot deel van de bruggen in beeld gebracht. De komende jaren worden gebruikt om de onderhouds- en vervangingsopgave fasegewijs uit te voeren en het verder volledig maken van alle beheergegevens. De belangrijkste opgave is het borgen van de constructieve veiligheid, naast het voorkomen van kapitaalvernietiging door niet tijdig uitvoeren van onderhoud. Oftewel, we willen voorkomen dat kunstwerken voor het einde van hun technische levensduur vervangen moeten worden en dat we daarom onverwacht hoge kosten moeten maken.

  14. TWB begroting 2020 inzake jeugdgezondheidszorg 0 - 4 jaar (basis- en plustaken)

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met de begroting 2020 van TWB voor de uitvoering van het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg (JGZ) van 0-4 jaar (inclusief voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en huisvestingskosten), onder de voorwaarde dat alle 6 TWB gemeenten instemmen met het indexeringspercentage;
    2. Voor de uitvoering van het basistakenpakket inclusief VVE door TWB en de huisvestingskosten een bedrag van € 469.830 beschikbaar te stellen en in de begroting 2020 te dekken uit de producten 6 715 000 Jeugdgezondheidszorg (€ 446.446) en 6 480 600 Bestrijding onderwijsachterstanden (€ 23.384);
    3. In te stemmen met de begroting 2020 van TWB voor de uitvoering van de plustaken jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar;
    4. Voor de uitvoering van de plustaken JGZ 0-4 jaar door TWB een bedrag van € 51.322 beschikbaar te stellen en in de begroting 2020 te dekken uit het product 6 715 000 Jeugdgezondheidszorg;
    5. Voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma door TWB in 2020 een bedrag van € 54.100 beschikbaar te stellen en in de begroting 2020 te dekken uit het product 6 715 000 Jeugdgezondheidszorg.

    De jeugdgezondheidszorg voor kinderen van 0-4 jaar wordt in de gemeente Moerdijk uitgevoerd door Thuiszorg West-Brabant (TWB). Na een gezamenlijk aanbestedingstraject hebben de 6 gemeenten (Bergen op Zoom, Roosendaal, Rucphen, Moerdijk, Steenbergen en Woensdrecht) een 4-jarige inkoopovereenkomst voor de jaren 2018 t/m 2021 gesloten met TWB. Voor 2020 heeft TWB een begroting ingediend voor de uitvoering van het basispakket JGZ 0-4 jaar (inclusief VVE en huisvestingskosten). Omdat TWB een hoger indexeringspercentage toepast dan is afgesproken in de overeenkomst, dienen de 6 TWB gemeenten gezamenlijk te besluiten hiermee akkoord te gaan. De oorzaak van de hogere indexering wordt met name veroorzaakt door CAO indexeringen waarmee TWB wordt geconfronteerd. Het college heeft besloten in te stemmen met de begroting 2020 voor het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg van 0-4 jaar, onder de voorwaarde dat alle 6 TWB gemeenten instemmen met het indexeringspercentage.
    In aanvulling op het basistakenpakket JGZ 0-4 jaar nemen de gemeenten naar behoefte ook enkele plustaken af bij TWB. Dit betreft extra taken ter ondersteuning van ouders en kinderen die behoefte hebben aan extra ondersteuning in het opvoeden en opgroeien. Het college heeft besloten in te stemmen met de begroting 2020 voor het plustakenpakket jeugdgezondheidszorg van 0-4 jaar.
    Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is een preventieprogramma waarbij jeugdigen worden gevaccineerd tegen verschillende ernstige infectieziekten. Het RVP is met ingang van 1 januari 2019 onderdeel geworden van de Wet Publieke Gezondheid. Hiermee is de uitvoering van het RVP onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeenten komen te vallen om de huidige samenhang tussen de uitvoering van het RVP en de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) te borgen. De gemeente moet de uitvoering van het RVP en het basispakket JGZ bij dezelfde organisatie beleggen. De uitvoerende organisaties zijn de GGD en TWB. Bij de GGD is de uitvoering van het RVP geborgd via een Gemeenschappelijke Regeling (samenwerkingsverband 16 gemeenten West-Brabant). Met TWB is hiervoor een aparte overeenkomst gesloten.
    Het college heeft besloten een bedrag van € 54.100 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma door TWB in 2020.

  15. Inzet middelen GGZ collectieve jeugdpreventie 2020 en definitieve vaststelling subsidie 2018 en 2019

    Het college besluit:

    1. GGZ Westelijk Noord-Brabant (GGZ WNB) een bedrag van in totaal € 66.321,23 toe te kennen voor de uitvoering van de GGZ collectieve jeugdpreventieactiviteiten 2020. Dit betreft:
      1. een subsidie van maximaal € 34.850,09 voor het uitvoeren van de projecten Piep zei de Muis (ad € 25.950,90) en Head Up (ad € 8.899,19) in de gemeente Moerdijk in 2020;
        een bijdrage van € 31.471,14 voor deelname van kinderen en jongeren vanuit de gemeente Moerdijk aan de regionale doe-praat- en lotgenotengroepen Kopp/KVO- en Brussengroepen 2020 in de gemeenten Roosendaal en Bergen op Zoom (ad € 25.120,40) en voor de organisatie en uitvoering van de Kopp/KVO-inloopgroep 8-12 jaar (ad € 6.350,74), die in 2020 als pilot in de gemeente Moerdijk zelf wordt georganiseerd;
    2. De subsidie 2018 aan GGZ WNB definitief vast te stellen op een bedrag van € 21.698,84;
    3. De subsidie 2019 aan GGZ WNB definitief vast te stellen op een bedrag van € 28.995,80.

    De GGZ collectieve jeugdpreventieve richt zich op kinderen en jongeren die in hun thuissituatie of directe omgeving te maken hebben met spanningen en stress als gevolg van situaties, zoals: een ouder die ernstig ziek of depressief is, ouders die gaan scheiden, veel ruzie of geweld thuis, iemand overlijdt, een broertje of zusje dat ernstig ziek is. Ook zijn er kinderen met ouders of broers/zussen met psychische problemen. Verder is een toenemende problematiek van jongeren met depressieve klachten te zien. De gemeente Moerdijk wil de Moerdijkse kinderen en jongeren die hiermee te maken hebben in een zo vroeg mogelijk stadium en zo dichtbij mogelijk ondersteunen en begeleiden. Hiervoor ondersteunt de gemeente Moerdijk in 2020 de volgende GGZ jeugdpreventieprogramma’s:

    • Het project Piep zei de Muis dat GGZ WNB en de GGD-jeugdverpleegkundige van het CJG Moerdijk samen uitvoeren. Het project is bedoeld ter ondersteuning van jonge kinderen in de leeftijd van 4-8 jaar die in de thuissituatie te maken hebben met spanning of stress als gevolg van een ouder die ernstig ziek of depressief is, ouders die gaan scheiden, veel ruzie of geweld thuis, er overlijdt iemand, een broertje of zusje dat ernstig ziek is of Autisme of ADHD heeft. Ook de ouders en verzorgenden worden binnen het project bereikt en geholpen;
    • Het project Head Up voor jongeren in de leeftijd van 13 t/m 17 jaar die kampen met depressieve/somberheidsgevoelens en -gedachten;
    • De regionale Kopp/KVO- en de Brussengroepen voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 8-12 en 12-18 jaar, die in de gemeenten Roosendaal en Bergen op Zoom worden georganiseerd voor de regio. Kopp/KVO-groepen zijn doe-praat- en lotgenotengroepen (inloop- en vaste groepen) voor kinderen van ouders met psychische problemen of verslaafde ouders. De Brussen-groepen bieden ondersteuning aan broers en zussen van kinderen met psychische problemen;
    • De Kopp/KVO-inloopgroep 8-12 jaar die in 2020 als pilot in de gemeente Moerdijk zelf wordt georganiseerd. 
      De subsidie 2018 aan GGZ WNB voor het project “Piep zei de Muis” is definitief vastgesteld op een bedrag van € 21.698,84. De subsidie 2019 aan GGZ WNB voor de projecten Piep zei de Muis en Head Up is definitief vastgesteld op € 28.995,80.
  16. Vaststellen van de “Regionale afspraken bedrijventerreinen 2019 – 2023”

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met de “Regionale werkafspraken bedrijventerreinen 2019 – 2023” zoals binnen de RWB samenwerking vastgesteld op 20 november 2019
    2. Middels bijgevoegde brief de voorzitter van de kopgroep van de RWB te informeren over het genomen besluit

    Binnen het samenwerkingsverband Regio West Brabant is op aangeven van de provincie Noord Brabant gewerkt aan een kwalitatieve invulling van de ontwikkeling van bedrijventerreinen.
    De samenwerkende gemeenten hebben afspraken gemaakt over de werkwijze en regionale afstemming bij huisvestingsvraagstukken en de omgang met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In de komende periode worden nadere afspraken gemaakt over het toekomstbestendig houden/maken van de bedrijventerreinen en de kwantitatieve behoefte aan nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. 

  17. Principeverzoek Oudemolensedijk 19 Fijnaart

    Het college besluit:
    In principe geen medewerking te verlenen aan het verzoek voor vergroting van de bestaande mestopslag vanwege strijdigheid met het gemeentelijk beleid.

    Aan de Oudemolensedijk 19 in Fijnaart is een agrarisch bedrijf gevestigd. De veehouderijtak van dit bedrijf is gestopt en de loonbedrijfwerkzaamheden van dit bedrijf zijn in de loop van de jaren de hoofdtak gaan vormen. Verzocht wordt daarom de bestemming van het bedrijf te wijzigen naar Bedrijf – agrarisch aanverwant, zodat de bestaande activiteiten goed bestemd worden. Het akkerbouwtak van het bedrijf blijft bestaan. Het college heeft eerder aangegeven in principe bereid te zijn tot medewerking aan dit verzoek. In dit gewijzigde verzoek wordt gevraagd om een vergroting van de bestaande mestopslag bij het bedrijf, zodat het loonbedrijf zich ook kan richten op de handel in mest. Voor dit onderdeel van het verzoek besluit het college geen medewerking te verlenen, omdat dit in strijd is met het gemeentelijk beleid.