Besluitenlijst B&W vergadering 26 februari 2019

Details van de vergadering
Besluitenlijst B&W vergadering
Datum: 26 februari 2019
Locatie: Gemeentehuis, kamer 1.59
Aanwezig:
J.P.M. Klijs  burgemeester
Drs. T.H.R. Zwiers wethouder
E. Schoneveld  wethouder
D.J. Brummans wethouder
C.J.A. van Dorst MBA wethouder
P.A.M. van Bavel gemeentesecretaris
C. Polak strategisch communicatieadviseur

Agendapunten

  1. Vaststelling besluitenlijst van de benw-vergadering van 19 februari 2019

    Het college besluit:
    De besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  2. Vaststelling vertrouwelijke besluitenlijst van de benw-vergadering van 19 februari 2019

    Het college besluit:
    De vertrouwelijke besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  3. Vaststelling besluitenlijst van de benw-vergadering van 22 februari 2019

    Het college besluit:
    De besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  4. Bezwaar- en klachtenverordening 2019

    Het college besluit:
    De gemeenteraad ter vaststelling aan te bieden:
    1. de Klachtenverordening gemeente Moerdijk
    2. de Verordening bezwaarschriftencommissie gemeente Moerdijk.

    Behandeling van een bejegeningsklacht vindt in eerste instantie plaats in een interne procedure met een externe adviescommissie: de klachtencommissie. De klachtencommissie bestaat uit een externe voorzitter die wordt benoemd door het college en een ambtelijk secretaris. De voorzitter kan volgens de verordening worden benoemd voor een periode van vier jaar en kan tweemaal worden herbenoemd. De huidige voorzitter van de klachtencommissie heeft de maximale zittingsduur van twaalf jaar bereikt. Daar in de praktijk een klacht meestal door informele bemiddeling naar tevredenheid van klager wordt opgelost, komt de klachtencommissie de afgelopen jaren nauwelijks meer aan de beurt om een klacht te behandelen. Voorgesteld wordt om in de Klachtenverordening een bepaling op te nemen waarin de bezwaarschriftencommissie wordt aangewezen als klachtencommissie. Ook worden zowel de Klachtenverordening als de Verordening adviescommissie bezwaarschriften geactualiseerd om aan te sluiten bij de huidige werkwijze en praktijk.

  5. B-stuk - potdichtprincipe grootschalige mestverwerking

    Het college besluit:
    1.  In te stemmen met de voorgestelde beantwoording, zie bijlage 1, van de brief van Stichting Brabants Burgerplatform, zie bijlage 2 en deze voor te leggen aan de raad.
    2. Aan de OMWB opdracht te geven bij het mestbewerkende bedrijf in het buitengebied dat mest van derden verwerkt, waarvoor het college van B&W bevoegd gezag is (gebr. Verkooyen te Langeweg), nader onderzoek te doen naar gezondheidsrisico’s samenhangend met mestbewerking binnen dit bedrijf en de evt. toepasbaarheid van de provinciale beleidsregel volksgezondheid en mestbewerkingsinstallaties Noord-Brabant hierop.

    Op 25 april 2018 hebben de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant de beleidsregel volksgezondheid en mestbewerkingsinstallaties Noord-Brabant vastgesteld. Dit met het doel om emissies van bio-aerosolen (o.a. bacteriën, virussen endotoxine) tot een minimum te beperken. Deze bio-aerosolen kunnen leiden tot gezondheidsrisico’s voor de omgeving . Omdat niet alle bestaande en nieuwe mestbewerkende inrichtingen, waar mest van derden wordt verwerkt, onder het bevoegd gezag van de provincie vallen, heeft de Stichting Brabants Burgerplatform aan alle (relevante) Brabantse gemeente een brief gestuurd met de vraag de betreffende beleidsregel over te nemen voor bestaande en toekomstige inrichtingen waar (grootschalige) mestbewerking plaatsvindt waar B&W bevoegd gezag voor zijn.
    Binnen onze gemeente zijn een drietal mestbewerkende inrichtingen, waarbij mest van derden wordt verwerkt. Twee bedrijven bevinden zich op het industrieterrein Moerdijk en één bedrijf bevindt zich in het buitengebied. Voor de bedrijven op het industrieterrein zijn GS bevoegd gezag, daarop is de beleidsregel direct van toepassing. Voor het bedrijf in het buitengebied is B&W bevoegd en is de beleidsregel daarom (juridisch gezien) niet van toepassing.
    De kans op vestiging van nieuwe bedrijven voor grootschalige mestbewerking binnen onze gemeente wordt klein geacht. Nieuwe inrichtingen voor mestbewerking van derden in het buitengebied zijn in het bestemmingsplan buitengebied uitgesloten. Op industrieterrein Moerdijk is nieuwvestiging wel mogelijk. Omdat de mestproblematiek zich vooral afspeelt in oost Brabant achten wij de kans op nieuwe aanvragen voor (grootschalige) mestbewerking beperkt. Mocht zich dit wel voordoen dan heeft de omgevingsdienst aangegeven dat de gemeente dan alsnog de beleidsregel kan aannemen. Daarnaast wil het college ook terughoudend zijn met het aannemen van (onnodige) regelgeving. Omdat op dit moment nog onvoldoende duidelijk in welke mate de inhoud van de beleidsregel van toepassing zou zijn op het genoemde bedrijf in het buitengebied en omdat de evt. (gezondheids-)risico’s van de huidige bedrijfsvoering van dit bedrijf nu onvoldoende in zicht zijn, wordt voorgesteld de omgevingsdienst (OMWB) hier nader onderzoek naar te doen. Na dit onderzoek kan bekeken worden in hoeverre aanvullende maatregelen of vergunningvoorschriften bij dit bedrijf nodig zijn, met het oog op de volksgezondheid, in lijn met de provinciale beleidsregel en meer in het bijzonder in lijn met artikel 10 (Actualiseren vergunning voor bestaande activiteiten) en artikel 11 (Vaststelling aanvaardbare emissie bij bestaande activiteiten) van de beleidsregel. Ook het evt. vaststellen van de beleidsregel hiervoor zal dan nader worden bekeken.

  6. Pilot Fort Sabina doelgroep C

    Het college besluit:
     De gemeenteraad voor te stellen:
    1. Fort Sabina aan te wijzen als een plek voor participatie en re-integratie van de cliënten uit de C-doelgroep bij het Werkplein Hart van West-Brabant;
    2. Voor de cofinanciering van de functie van begeleider bij Fort Sabina in 2019 – bij wijze van pilot - € 25.000 beschikbaar te stellen en dit bedrag te dekken uit de stelpost nieuw beleid onderdeel onvoorzien incidentele middelen;
    3. In te stemmen met beslispunt 2 door middel van een wijziging op de begroting 2019.

    Het Werkplein Hart van West-Brabant verzorgt de re-integratie en participatie van inwoners die hulp nodig hebben bij hun deelname aan de maatschappij. De afgelopen jaren is er een kentering gekomen in de verdeling van het bestand van het Werkplein. Doelgroep C, de doelgroep met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt, is procentueel flink gegroeid. Bijna 70% van het aantal kandidaten bij het Werkplein is ingedeeld in categorie C. In absolute aantallen is deze groep wel gedaald. Voor de activering van de klanten in de C-doelgroep zijn fysieke plaatsen met specifieke begeleiding nodig. Fort Sabina is een uitgelezen plek om kandidaten een plaats te bieden zich verder te ontwikkelen, waarbij tegelijkertijd meerwaarde wordt gerealiseerd voor het fort zelf en het toeristisch gebruik hiervan. Kandidaten uit de C doelgroep kunnen niet zelfstandig werken, maar hebben iemand nodig die hen intensief begeleid. Voor de kandidatenbegeleiding van de dagdagelijkse werkzaamheden wordt bekostiging gezocht. De provincie is bereid de helft van de kosten op zich te nemen onder voorwaarde dat de gemeente de andere helft bijdraagt. Daarom wordt de raad geadviseerd om € 25.000 beschikbaar te stellen om deze functie gedeeltelijk te bekostigen. De pilot  duurt 1 jaar. Wanneer blijkt dat de gekozen opzet werkt kan worden besloten de pilot uit te breiden of er een structureel vervolg aan te geven. De pilot is succesvol wanneer er 15 kandidaten structureel participeren op Fort Sabina.

  7. pr. 176 Ontwikkeling Fijnaart West welstandscriteria

    Het college besluit:
    De welstandsgebiedscriteria voor de woningbouwontwikkeling binnen het project 176 ‘Ontwikkeling Fijnaart West’ vast te stellen.

    Het project 176 ontwikkeling Fijnaart West heeft als doel om een woonwijk te realiseren. De gemeente wil in dit gebied bewoners veel vrijheid geven in het vormgeven van hun eigen woningen. Nieuwe welstandgebiedscriteria zijn nodig omdat de projectlocatie op dit moment een agrarische functie heeft waarvoor geen welstandseisen gelden.

  8. Vaststellen ontwerp-BP Oude Heijningsedijk 105

    Het college besluit:
     De gemeenteraad voor te stellen:
    1. Het bestemmingsplan Oude Heijningsedijk 105 te Heijningen zoals vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.1709.BG01OHdijk105-BP30 ongewijzigd vast te stellen;
    2. Ten behoeve van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen;
    3. De planidentificatie van het bestemmingsplan te wijzigen van NL.IMRO.1709.BG01-OHdijk105-BP30 naar NL.IMRO.1709.BG01-OHdijk-105-BP40.
    4. Het vastgestelde bestemmingsplan te publiceren en voor de periode van 6 weken ter visie te leggen.

    Het ontwerp bestemmingsplan Oude Heijningsedijk 105 heeft ter inzage gelegen van 13 december 2018 tot en met 24 januari 2019. Het plan komt voort uit het verzoek van de heer Reijnders, om de bestemming van het perceel Oude Heijningsedijk 105 te Heijningen te wijzigen van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf – Agrarisch aanverwant’ met als nevenactiviteit ‘Agrarisch’ en ‘Buitenopslag’ ten behoeve van het loonbedrijf .
    Voor het verzoek is een bestemmingsplan gemaakt. In het plan zijn de voorwaarden die u bij het principebesluit, heeft gesteld voorwaarden verwerkt. De gestelde voorwaarden staan hieronder opgesomd:
    • de verandering mag niet leiden tot beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarisch bedrijven;
    • er moet sprake zijn van een versterking van de ruimtelijke kwaliteit, waarbij getoetst moet worden aan de ontwerprichtlijnen uit het landschapskwaliteitsplan;
    • geen milieuhinderlijke functies (maximaal categorie 1 en 2);
    • verkeer aantrekkende functies alleen op goed ontsloten locaties.
    Eerder heeft het college al besloten dat het opstellen van een milieu effect rapportage voor deze ontwikkeling niet nodig is.
    Op dit plan is gedurende de ter inzagelegging geen zienswijze ingediend. Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad wordt het bestemmingsplan wederom zes weken ter inzage gelegd. Nu er geen zienswijzen ingediend zijn kan alleen beroep bij de Raad van State worden ingediend door belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij redelijkerwijs niet in staat zijn geweest een zienswijze in te dienen.

  9. Kleinschalige bouw Langeweg

    Het college besluit:
    De gemeenteraad voor te stellen:
    1. De ingediende zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ‘Kleinschalige ontwikkelingen Langeweg’ ontvankelijk te verklaren;
    2. In te stemmen met de ‘Nota van zienswijzen van het Bestemmingsplan Kleinschalige ontwikkelingen Langeweg’;
    3. De zienswijze genummerd 1 deels ongegrond en deels gegrond te verklaren;
    4. De zienswijze genummerd 2 deels ongegrond en deels gegrond te verklaren;
    5. De zienswijze genummerd 3 deels ongegrond en deels gegrond te verklaren;
    6. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Kleinschalige ontwikkelingen Langeweg, zoals vervat in het bestandenset met de planindentificatie NL.IMRO.1709.KleinschaligBouwLW-BP30 gewijzigd vast te stellen;
    7. De planidentificatie van het bestemmingsplan te wijzigen van NL.IMRO.1709.KleinschaligBouwLW-BP30 naar NL.IMRO.1709.KleinschaligBouwLW-BP40.

    In navolging van de pilot kleinschalig bouwen, zijn in Langeweg twee initiatieven binnen gekomen voor de bouw van woningen in de kern Langeweg. Voor de locatie aan de Zuiddijk 26 gaat het om de ontwikkeling van twee woningen. In het vigerende bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘wonen’ en ‘tuin’. Reden waarom het bouwplan op grond van het vigerende plan niet kan worden vergund is dat (1) niet alle gronden waarop de woningen zijn voorzien bestemd zijn voor ‘Wonen’ en (2) beide woningen zijn geprojecteerd op gronden waar geen bouwvlak is voorzien. Voor de locatie aan de Schoolstraat 30 gaat het om de ontwikkeling van één woning. In het vigerende bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘wonen’ maar zijn  niet voorzien van een bouwvlak.
    Ontwerpbestemmingsplan
    Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 6 december 2018 tot en met 16 januari 2019 ter inzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan is daarnaast toegestuurd aan de wettelijk vooroverleg-partners. Er zijn drie zienswijzen ingediend. In de Nota van zienswijzen zijn deze zienswijzen voorzien van een reactie. Een aantal zienswijzen leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan.
    Vaststelling
    De raad wordt voorgesteld  het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Het bestemmingsplan wordt vervolgens 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn kan een ieder die een zienswijze heeft ingediend, beroep indienen bij de Raad van State. Indien tegelijkertijd met het beroep een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingediend, heeft dat een schorsende werking voor dat onderdeel. Na een (eventuele) behandeling en uitspraak van de Raad van State is het bestemmingsplan definitief en onherroepelijk.

  10. Laadpalen parkeergarage gemeentehuis

    Het college besluit:
     De raad voor te stellen om:
    1. Een krediet beschikbaar te stellen van € 46.000 voor het aanleggen van technische voorzieningen voor het opladen van elektrische auto’s in de parkeergarage van het gemeentehuis;
    2. De jaarlijkse kapitaallasten verbonden aan deze investering ad € 3.202 te dekken uit de stelpost nieuw beleid, onderdeel onvoorzien structureel.

    De gemeente Moerdijk wil haar bedrijfsvoering verduurzamen. Medewerkers van team Vergunningen, toezicht en handhaving hebben het initiatief genomen om hier een concrete bijdrage in te leveren. Dit elektrisch alternatief voor uitvoering van toezicht zorgt namelijk voor veel minder dienstkilometers met fossiele brandstoffen met eigen auto’s. Het toezicht van de gemeente Moerdijk is hierdoor ook nog meer zichtbaar en herkenbaar aanwezig. Dit initiatief wordt benut om de technische infrastructuur in de parkeergarage van het gemeentehuis geschikt te maken voor de uitrol van naar 10 en later maximaal 18 laadpalen.

  11. Saneringsbudget Bult van Pars

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om met inachtneming van de (onbekende) risico’s, een bedrag van € 850.000,- uit de algemene reserve beschikbaar te stellen voor de afronding van de sanerings-opgave ten behoeve van het geschikt maken van de Bult van Pars te Klundert tot woningbouw-grond.

    Eind 2017 is door de gemeenteraad besloten om de Bult van Pars te Klundert te saneren om zodoende de grond geschikt te maken voor een woningbouwontwikkeling. Dit betekent een complete sanering van de asbest- en olieverontreiniging inclusief het puin vrijmaken van het projectgebied. De bult is inmiddels gedeeltelijk gesaneerd. Gedurende het saneringsproces is echter gebleken dat het gebied grotendeels bestaat uit puin in plaats van kleigrond én de asbest- en olieverontreiniging significant groter is dan uit een groot aantal onderzoeken is geconcludeerd. De grens van het beschikbaar gestelde saneringsbudget is halverwege het saneringsproces bereikt. Om die reden is het werk stil komen te liggen. Er is € 500.000,- tot € 850.000,- extra budget nodig om de sanering te voltooien. Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om extra budget beschikbaar te stellen om het saneringswerk alsnog te voltooien met als doel de grond geschikt te maken voor een herontwikkeling met woningbouw. Na aanbesteding wordt het saneringswerk voortgezet. Het streven is om ruim voor het einde van het jaar de sanering af te ronden.

     

    Ook zal er nog juridisch onderzoek worden gedaan naar de (on)mogelijkheden om de bij de uitgevoerde onderzoeken en gedeeltelijke sanering betrokken instanties aansprakelijk te stellen.

  12. Aanschaf trainingsverlichting DHV Zevenbergschen Hoek

    Het college besluit:
     De raad voor te stellen om:
    1. In te stemmen met het realiseren van een verlichtingsinstallatie op het speelveld van voetbalvereniging DHV;
    2. De afschrijvingstermijn voor LED veldverlichting vast te stellen op 30 jaar;
    3. In te stemmen met het beschikbaar stellen van een krediet van € 48.000 voor de aanschaf van een Led trainingsverlichting voor voetbalvereniging DHV uit Zevenbergschen Hoek en de hieruit voortvloeiende kapitaallasten van € 2.540 te dekken ten laste van, de binnen de stelpost nieuw beleid opgenomen, vrije ruimte voor structurele nieuwe lasten van € 100.000.

    Het gemeentelijk beleid is erop gericht dat elke voetbalvereniging één sportveld in gebruik heeft waarbij de veldverlichting eigendom is van de gemeente Moerdijk. In veel gevallen betreft het hier de verlichting van het trainingsveld. Echter voetbalvereniging DHV heeft geen beschikking over een sportveldverlichting in bruikleen. De vereniging heeft een eigen verlichtingsinstallatie staan op het trainingsveld. De club heeft echter behoefte aan twee verlichte sportvelden De club wil graag ook veldverlichting tot hun beschikking die ook geschikt is voor wedstrijden. Dit laatste past echter niet in het gemeentelijk beleid. Voorgesteld wordt om tijdens de renovatiewerkzaamheden in de zomer van 2019 een veldverlichting bestaande uit 6 lichtmasten en 8 Led-armaturen te laten plaatsen door de rentmeester. De vereniging mag vervolgens in eigen beheer extra armaturen aanbrengen aan de masten, zodat deze voldoet aan de eisen van een wedstrijdverlichting.

  13. Uitbreiding en verbreding taken binnen het sociaal domein en nieuwe werkwijze ten behoeve van vroegtijdige ondersteuning en kostenreductie

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om:
    1. middelen uit de Reserve Sociaal Domein beschikbaar te stellen voor tijdelijke extra capaciteit om te kunnen blijven voldoen aan de (wettelijke) taken en termijnen binnen het sociaal domein;
    2. in te stemmen met het vormgeven van nieuwe werkwijzen ten behoeve van vroegtijdige, integrale ondersteuning aan de Moerdijkse jeugdigen en volwassenen en uiteindelijke kostenreductie;
    3. de kosten voor 1 en 2,  in  2019  € 480.000 en in 2020  € 635.000, ten laste te brengen van de ‘Reserve Sociaal Domein’;
    4. de financiële consequenties met een individuele begrotingswijziging te verwerken in de meerjarenbegroting 2019 – 2022.

    Afgelopen jaren stonden in het teken van het vormgeven van de gedecentraliseerde taken vanuit de Jeugdwet (2015) en de taakverbreding vanuit de Wet Maatschappelijke Onder-steuning (2015). Rollen en verantwoordelijkheden zijn geconcretiseerd, werkprocessen zijn ingericht en contractering en financiering werden geregeld.  Voor Jeugd is dat voor 90% in regionaal verband gedaan, voor de Wmo deels regionaal, deels lokaal.
    Binnen het sociaal domein hebben zich ondertussen veel ontwikkelingen voorgedaan die de komende jaren ook zullen voortduren.  Het takenpakket is (soms wettelijk) verbreed, het is complexer geworden en de volumes zijn met name bij de Wmo toegenomen. 
    In 2018 was er een stijging van 200 aanvragen ten opzichte van 2017. De verwachting is dat deze stijging zich in 2019 doorzet. Het dalend aantal bedden in de geestelijke gezondheidszorg én het feit dat mensen langer thuis blijven wonen door het schrappen van de lagere zorgzwaartepakketten in de Wet Langdurige Zorg liggen hieraan mede ten grondslag.  Daarnaast zien we een stijging van het aantal meldingen als gevolg van het nieuwe lagere abonnementstarief voor de Wmo.
    Het aantal beschikbare Jeugdprofessionals past niet bij de bevolkingskenmerken (veel pleeggezinnen, bijstandsgezinnen). Daardoor wordt er minder ingezet op lichte, preventieve zorg dan gewenst, met duurdere, intensievere hulp als gevolg. Daarnaast krijgt zowel bij de ondersteuning van Jeugd als bij de ondersteuning van volwassenen het veiligheidsaspect steeds meer nadruk. Kinderen moeten veilig thuis kunnen worden. De gemeente krijgt een nadrukkelijkere regierol als het gaat om hoog complexe situaties en echtscheidingen, daarnaast wordt de gemeente verantwoordelijk voor de opvang van mensen met verward gedrag en voor beschermd wonen.
    Tot slot heeft de gemeente het beleid vastgesteld in de begroting om ‘meer aan de voorkant te komen’, dat wil zeggen vroegtijdig en in samenhang problemen binnen gezinnen aanpakken (vanuit Inkomen, Jeugd en Wmo).  De focus ligt dan op lichte en preventieve hulp waardoor veiligheidsvraagstukken en zwaardere, intensievere hulp zoveel mogelijk voorkomen kan worden. Bovendien zullen de kosten voor de specialistische zorg en ondersteuning dalen.
    Het college stelt de gemeenteraad voor om tijdelijk extra capaciteit te bekostigen uit de Reserve Sociaal Domein. Enerzijds om te kunnen blijven voldoen aan de (wettelijke) taken en termijnen. Anderzijds om nieuwe werkwijzen te ontwikkelen voor  vroegtijdige, integrale ondersteuning aan de Moerdijkse jeugdigen en volwassenen. Meer investeren ‘aan de voorkant’ zal uiteindelijk ook leiden tot minder kosten voor gespecialiseerde, duurdere zorg.

  14. Project 181 Randweg Klundert voorstel uitwerking A3-variant.

    Het college besluit:
     De raad ten behoeve van het uitvoeren van het project 181 Randweg Klundert voor te stellen:
    1. In te stemmen met de resultaten van het onderzoek uitwerking tracévariant A3 Randweg Klundert conform het onderzoek van Accent Adviseurs van 15 februari 2019;
    2. Op basis van de resultaten van het onderzoek te besluiten tot realisering van de tracévariant A3 Randweg Klundert en de daarvoor benodigde bestemmingsplanprocedure en benodigde onderzoeken op te starten;
    3. Een bedrag van € 200.000, - beschikbaar te stellen voor het starten van de voorbereidende procedures voor de feitelijke realisering van de tracévariant A3 Randweg Klundert en de middelen ten laste te brengen van de algemene reserve.

    Op 23 april 2015 heeft de gemeenteraad de tracévariant A3 Randweg Klundert aangewezen als voorkeursalternatief en het startdocument voor het project vastgesteld. In 2015 is gestart met het onderzoek naar en de verdere uitwerking en verbetering van deze variant in de vorm van uitvoeringsvarianten. Onderdeel van het onderzoek was ook het in beeld brengen van mogelijk aanvullende snelheid remmende en verkeer werende maatregelen in de kern Klundert. Uit dit onderzoek kwam een uitvoeringsvariant naar voren die op haalbaarheid is onderzocht; de zogenaamde A4-variant. Eind 2017 is dit onderzoek afgerond en de algemene conclusie is dat voor de uitwerking van de A4-variant financieel, planologisch niet haalbaar is en er niet voldoende maatschappelijk draagvlak is. De raad is geïnformeerd bij raadsinformatiebrief van 8 februari 2018. Op verzoek van omwonenden en andere belanghebbenden zijn in maart 2018 nieuwe verkeerstellingen gehouden. Op basis van de actuele tellingen is er geen aanleiding om de uitwerking van de randweg en de tracévariant A3 te heroverwegen. Accent Adviseurs heeft een nadere uitwerking gemaakt voor de tracévariant A3 Randweg Klundert, de beleidsmatige en planologische haalbaarheid op hoofdlijnen aangetoond en een actuele kostenraming gemaakt. Op basis van deze uitwerking kan uw raad besluiten tot realisering van de tracévariant, eventuele aanvullende maatregelen in de kern Klundert en daarvoor de benodigde procedures op te starten. Voor het starten van de voorbereidende procedures voor de feitelijke realisering van de tracévariant A3 Randweg Klundert wordt voorgesteld een krediet beschikbaar te stellen van € 200.000,-.

  15. Concept-afvalstoffenverordening 2019

    Het college besluit:
    Gelet op het bepaalde in Titel 10.4 van de Wet milieubeheer, in samenhang met het bepaalde in de Inspraakverordening gemeente Moerdijk en het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de concept-afvalstoffenverordening vrij te geven voor inspraak.

    Ingegeven vanuit verantwoord grondstoffengebruik en dreigende grondstoffenschaarste legt de landelijke overheid de lat voor afvalscheiding steeds hoger. Voor 2020 heeft de Rijksoverheid tot doel gesteld om driekwart van het huishoudelijk afval gescheiden in te zamelen. Dit is het landelijke programma Van Afval Naar Grondstof, VANG. Omgerekend naar kilogrammen is er dan nog maar ongeveer 100 kilo restafval per persoon per jaar (circa 17 volle vuilniszakken).


    Voor het behalen van het door het Rijk gestelde doel moet de afvalscheiding in Moerdijk in korte tijd met meer als de helft stijgen en daarvoor is een ingrijpende verandering nodig geweest.
    Moerdijk is daarom, net als veel andere gemeenten, de afvalinzameling anders gaan inrichten waarbij in de basis voor het huishoudelijk restafval de inzameling minder aantrekkelijk is (zelf brengen of lagere inzamelingsfrequentie) en voor de grondstoffen de inzameling aan of dicht bij huis is ingericht.  Hierbij is rekening gehouden met de verschillen in woonmilieus, keuzemogelijkheden voor de burgers en differentiatie/maatwerk per gebied.
    Voor de inwoners van Moerdijk is inmiddels in alle woonkernen deze transitie afgerond.
    Om deze veranderingen te ondersteunen is een aanpassing van de huidige afvalstoffen-verordening en de daarbij behorende nadere regels noodzakelijk.

  16. Definitieve locaties ondergrondse verzamelcontainers restafval en glas

    Het college besluit:
    In te stemmen met de definitieve locaties voor ondergrondse verzamelcontainers voor restafval en glas.

    In alle kernen hebben huishoudens gekozen voor een inzamelsysteem waarbij restafval moet worden weggebracht. Het college moet de lijst met locaties voor ondergrondse verzamelcontainers voor restafval en ook voor glas definitief vaststellen, zodat belanghebbenden die het niet eens zijn met dit besluit, meer in het bijzonder een specifieke locatie en hierover in eerdere fase al een zienswijze hebben ingediend, hiertegen in beroep kunnen gaan.

  17. Samenwerkingsovereenkomst ridesharing HIM

    Het college besluit:
    In te stemmen met de samenwerkingsovereenkomst alternatief personenvervoer Haven- en Industrieterrein Moerdijk, onderdeel ridesharing

    Burgemeestersbesluit
    Volmacht te verlenen aan wethouder T.H.R. Zwiers voor het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst alternatief personenvervoer Haven- en Industrieterrein Moerdijk, onderdeel ridesharing

    Gemeente Moerdijk heeft samen met partners BIM/VNO-NCW, Havenbedrijf Moerdijk en provincie Noord-Brabant mogelijkheden uitgewerkt om met nieuwe vormen van personenvervoer het haven- en industrieterrein Moerdijk bereikbaar te maken. Uit onderzoek volgden verschillende oplossingen, zoals bijvoorbeeld ridesharing. Er is nu voldoende animo bij bedrijven op het haven- en industrieterrein om daadwerkelijk van start te gaan met de pilot ridesharing. Dit wordt bekrachtigd met het ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomst. Dit alles is ontstaan naar aanleiding van signalen uit het bedrijfsleven dat er problemen zijn met de bereikbaarheid door het ontbreken van goed openbaar vervoer. Vooral voor die doelgroep die niet in bezit is van een eigen auto, bijvoorbeeld stagiaires of jongere werknemers. Op termijn kan dit een negatief effect hebben op de aantrekkelijkheid van het vestigingsklimaat voor (nieuwe) bedrijven. In maart 2019 wordt de ridesharing app van Toogethr uitgerold onder de medewerkers van de deelnemende bedrijven op het haven- en industrieterrein Moerdijk. Dit zijn NV Slibverwerking NB, Schütz, ATM, CNC Grondstoffen B.V., Shell, Havenbedrijf Moerdijk en DSV. Toogethr werkt als volgt: een app verbindt een medewerker van een bedrijf met collega’s of medewerkers van andere bedrijven om samen te rijden. Dat gebeurt op basis van locatie, werktijden en autobezit. Aan het gebruik hangt een beloning vast in de vorm van een prijs of iets dergelijks. Bedrijven moeten zich hiervoor aanmelden. Deze pilot, met een duur van 2 jaar, wordt gefinancierd door de deelnemende bedrijven, provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk. Uit de evaluatie van deze pilot moet blijken of ridesharing een verdere toekomst heeft in Moerdijk en wie dit dan financiert.