Besluitenlijst B&W vergadering 07 mei 2019

Details van de vergadering
Bevat Besluitenlijst B&W vergadering
Datum: 07 mei 2019
Aanwezig:
J.P.M. Klijs  burgemeester
Drs. T.H.R. Zwiers wethouder
E. Schoneveld  wethouder
D.J. Brummans wethouder
C.J.A. van Dorst MBA wethouder
P.A.M. van Bavel gemeentesecretaris
C. Polak strategisch communicatieadviseur

Agendapunten

  1. Vaststelling besluitenlijst van de benw-vergadering van 30 april 2019

    Het college besluit:
    De besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  2. Vaststelling vertrouwelijke besluitenlijst van de benw-vergadering van 30 april 2019

    Het college besluit:
    De vertrouwelijke besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  3. Mandaatverlening met betrekking tot verwerkersovereenkomsten

    Het college besluit:
    Mandaat te verlenen aan de domeinregisseurs, teamleiders, projectleiders en coördinator veiligheid, met betrekking tot het beslissen tot het aangaan van een verwerkersovereenkomst op grond van artikel 28 Algemene Verordening Gegevensbescherming. Hierbij te bepalen dat als specifieke voorwaarde geldt dat de verwerkersovereenkomst voor ondertekening getoetst dient te worden door de privacy-officer of functionaris gegevensbescherming.

    Gevraagd burgemeestersbesluit
    Volmacht te verlenen aan de domeinregisseurs, teamleiders, projectleiders en coördinator veiligheid met betrekking tot het ondertekenen van verwerkersovereenkomsten op grond van artikel 28 Algemene Verordening Gegevensbescherming.

    Als een organisatie de verwerking van persoonsgegevens uitbesteedt aan een externe partij, dan is het vanuit de privacywetgeving verplicht om afspraken te maken over de verwerking van de gegevens. Deze afspraken moeten schriftelijk worden vastgelegd. Het document waarin de afspraken staan beschreven wordt een “verwerkersovereenkomst” genoemd. De verplichting om een dergelijke overeenkomst te sluiten staat in artikel 28 van de AVG. Het afsluiten van dergelijke overeenkomsten is op grond van artikel 160 Gemeentewet een bevoegdheid van het college. Op grond van artikel 171 Gemeentewet is de Burgemeester bevoegd om dergelijke overeenkomsten te ondertekenen. Uit efficiencyoverwegingen wordt nu voorgesteld deze bevoegdheden te mandateren aan de domeinregisseurs, teamleiders, projectleiders en coördinator veiligheid. 

  4. Principeverzoek Vlietweg 2 te Noordhoek

    Het college besluit:

    1. Kennis te nemen van het verzoek de bestemming de locatie Vlietweg 2 te Noordhoek te wijzigen van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’ met de volgende aanduiding: ‘Specifieke vorm van bedrijf-bedrijfsverzamelgebouw’ om het huidige illegale gebruik te legaliseren;
    2. In principe, via een bestemmingsplanprocedure, medewerking te verlenen aan dit verzoek. Onder de volgende voorwaarden:
      1. De maximale milieucategorie voor afzonderlijke bedrijven is 2;
      2. Een voldoende landschappelijke kwaliteitsverbetering moet gerealiseerd worden;
      3. Uitbreiding nu en in de toekomst zijn niet mogelijk;
      4. Een zorgvuldige omgevingsdialoog moet gevoerd worden;
      5. In het bestemmingsplan te regelen dat ook hobbymatig gebruik van de ruimtes mogelijk is
    3. Een overeenkomst te sluiten met de initiatiefnemer op basis waarvan de risico’s voor de ontwikkeling door de initiatiefnemer worden gedragen en afspraken worden gemaakt over de uitvoering van het plan voor landschappelijke kwaliteitsverbetering.

    Door de eigenaren van de voormalige champignonkwekerij aan de Vlietweg 2 in Noordhoek is een principeverzoek ingediend, om het bestaande illegale bedrijfsverzamelgebouw te legaliseren. De eigenaren verzoeken de gemeente om de bestemming aan te wijzigen van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’ met de volgende aanduiding: ‘Specifieke vorm van bedrijf-bedrijfsverzamelgebouw’. Rondom het bedrijf zal een landschappelijk kwaliteitsverbetering worden gerealiseerd met een landschappelijk inpassingsplan. Bij het verzoek is een onderbouwing ingediend waarin wordt ingegaan op hoe het verzoek past in gemeentelijk en provinciaal beleid.  Het college besluit in principe met het verzoek mee te werken, door het starten van een procedure om het bestemmingsplan voor deze specifieke locatie te wijzigen. De risico’s voor de ontwikkeling worden door de initiatiefnemer gedragen op basis van een te sluiten overeenkomst. In de overeenkomst wordt ook de uitvoering van de landschappelijke kwaliteitsverbetering geborgd.

  5. Beantwoording brief RWB inzake bedrijventerreinenopgave

    Het college besluit:
    In te stemmen met verzending van de brief.

    De provincie heeft opdracht gegeven aan de regio om tot nieuwe afspraken voor de bedrijventerreinen te komen. In tegenstelling tot het verleden vraagt de provincie om niet alleen kwantitatieve-, maar ook kwalitatieve afspraken te maken. In opdracht van de CvA Economie heeft de bestuurlijke kopgroep bedrijventerreinen een brief gestuurd naar alle regionale gemeenten met het verzoek om een 8-tal vragen te beantwoorden over de bedrijventerreinopgave in de gemeente. In de brief wordt gevraagd om uiterlijk 7 mei antwoord te geven. Dit in verband met een gepland bestuurlijk overleg op de 16e. De inventarisatie bij alle gemeenten moet inzicht bieden in de urgentie van de verschillende opgaven en de aanpak om tot afspraken te komen. Deze aanpak ligt 29 mei voor ter vaststelling in de CvA Economie en daarna in juni tijdens de regionale ontwikkeldag met de Provincie.

  6. Actualisatie afspraak aanvullende woningbouwopgave irt LPM

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met de nieuwe (concept) brief aan het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant en deze te versturen;
    2. Zodra de nieuwe gedeputeerde met de portefeuille Ruimte is geïnstalleerd, deze uit te nodigen in Moerdijk en het gesprek aan te gaan over dit onderwerp;
    3. De raadsinformatiebrief hierop aan te passen.

    In 2009 hebben het Rijk, de Provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk de bestuursovereenkomst Realisatie Gebiedsontwikkeling Moerdijk getekend. In de overeenkomst is o.a. afgesproken dat de provincie tot 2020, binnen de geldende planologische kaders en gerelateerd aan de ontwikkeling van LPM, medewerking verleent aan de realisatie van 825 extra woningen. Gezien de in de overeenkomst genoemde termijn (2020) is het wenselijk om tot actualisatie van de afspraak te komen. Op 18 december 2018 heeft het college besloten om een brief te versturen aan het college van Gedeputeerde Staten met hierin het verzoek om te komen tot een aangepaste afspraak inzake de 825 woningen. De provincie bevestigd in haar brief van 5 februari 2019 de nieuwe afspraak. In overleg tussen de provincie en de gemeente is er een oplossingsvoorstel geformuleerd dat zowel recht doet aan de behoefte aan zekerheid van de gemeente Moerdijk (extra woningen mogen bouwen gerelateerd aan de ontwikkeling van LPM) en de behoefte van de provincie (geen nieuwe afspraken maken die botsen met het vigerende beleid). In het college van 19 maart is besloten om in een bevestigingsbrief richting de provincie op te nemen dat wij in lijn met de nieuwe afspraak in onze eigen woningbouw-planning nog steeds uitgaan van 825 extra woningen. Met het nu voorgelegde besluit stemt het college in met verzending van deze brief, waarin tevens de nieuwe gedeputeerde Ruimte wordt uitgenodigd om nader kennis te maken. De raad wordt middels een RIB geïnformeerd.

  7. Zomerreces

    Het college besluit:
    Om niet te vergaderen op de volgende dinsdagen vanwege zomerreces:

    • 16 juli 2019
    • 23 juli 2019
    • 6 augustus 2019