Besluitenlijst B&W vergadering 14 mei 2019

Details van de vergadering
Bevat Besluitenlijst B&W vergadering
Datum: 14 mei 2019
Aanwezig:
J.P.M. Klijs  burgemeester
E. Schoneveld  wethouder
D.J. Brummans wethouder
C.J.A. van Dorst MBA wethouder
P.A.M. van Bavel gemeentesecretaris
C. Polak strategisch communicatieadviseur
Afwezig:
Drs. T.H.R. Zwiers wethouder

Agendapunten

  1. Vaststelling besluitenlijst van de benw-vergadering van 7 mei 2019

    Het college besluit:
    De besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  2. Vaststelling vertrouwelijke besluitenlijst van de benw-vergadering van 7 mei 2019

    Het college besluit:
    De vertrouwelijke besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  3. Jaarverslag 2018 en Jaarrekening 2019

    Het college besluit:
    Het jaarverslag 2018 en de jaarrekening 2018 vast te stellen ten behoeve van de controle door de accountant.

    De jaarrekening 2018 is het slotstuk van de budgetcyclus 2018. In de jaarrekening wordt zowel beleidsmatig als financieel verantwoording afgelegd over het verloop van 2018 met als vertrekpunt de begroting. De voorlopige financiële uitkomst van de jaarrekening komt uit op een batig saldo van € 2.906.000. De bestemming van dit resultaat komt aan de orde bij de vaststelling van de jaarrekening 2018 door de gemeenteraad op 4 juli 2019.

  4. 1e Bestuursrapportage 2019

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met de 1e bestuursrapportage 2019;
    2. De 1e bestuursrapportage 2019 via een raadsinformatiebrief ter kennisname aan te bieden aan de gemeenteraad;
    3. De gemeenteraad voor te stellen de financiële aanpassingen van de begroting 2019 op basis van de 1e bestuursrapportage 2019 via een begrotingswijziging te verwerken.

    Het College heeft de 1e bestuursrapportage 2019 vastgesteld. De 1e bestuursrapportage geeft inzicht in de mijlpalen die de eerste drie maanden van 2019 zijn bereikt. Tevens schets de 1e bestuursrapportage de relevante ontwikkelingen en de effecten van deze ontwikkelingen op de prestaties en operationele doelstellingen uit de begroting 2019. Uiteraard zijn deze ontwikkelingen ook financieel doorvertaald. De 1e bestuursrapportage wordt via een raadsinformatiebrief ter kennis name aan de gemeenteraad aangeboden. Met een raadvoorstel wordt de raad gevraagd de budgetafwijkingen ten opzichte van de huidige begroting 2019 te verwerken. De financiële mutaties laten een nadeel zien van €  2.238.000. Afgezet tegen het huidige begrotingsresultaat van € 180.000 nadelig, leiden deze mutaties na vaststelling door de gemeenteraad tot een op dit moment geschat nadelig rekeningresultaat 2019 van € 2.417.000.
    Daarnaast wordt een aanpassing van het krediet overdracht/renoveren woonwagencentra gevraagd, wordt gevraagd een nieuw krediet van € 50.000 beschikbaar te stellen voor het inrichten van de omgeving van de Keenesluis en wordt gevraagd de bijdragen aan de reserves bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkeling vanuit project 121 St Jansstraat in deze reserves onder te brengen, ten laste van de algemene reserve. De 1e bestuursrapportage 2019 is de eerste bestuursrapportage nieuwe stijl, in lijn met de nieuwe opzet van de begroting 2019.
    Eind juni zal het college de raadsleden, tijdens (een van) de ingeplande commissievergaderingen,  per programma informeren over de nieuwe opzet van de bestuursrapportage en een toelichting geven op de ontwikkelingen die in de 1e bestuursrapportage 2019 staan beschreven.

  5. Kwartaalrapportage 1e kwartaal 2019

    Het college besluit:
    De raadsinformatiebrief te verzenden aan de gemeenteraad.

    In de Financiële Verordening is vastgelegd dat na afloop van ieder kwartaal het college de gemeenteraad informeert over mogelijke overschrijdingen van kredieten. In de raadsinformatie-brief wordt ingegaan op de overschrijding van kredieten per 1 april 2019. Conform de regeling wordt in de 1e bestuursrapportage 2019 of middels een apart raadsvoorstel de gemeenteraad gevraagd deze kredieten aan te passen. Daarnaast wordt benoemd welke kredieten reeds eerder zijn gemeld en waarvan het voorstel tot aanpassing is geagendeerd voor een van de komende raadsvergaderingen.

  6. Ledenraadpleging over het beleidsplan Trots van het College voor Arbeidszaken

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met het beleidsplan “Trots” van het College voor Arbeidszaken;
    2. De gemeentesecretaris namens het college laten instemmen.

    Het College voor Arbeidszaken (CvA) is de werkgeversorganisatie voor alle Nederlandse gemeenten. Het CvA heeft op 13 maart jl. het concept beleidsplan “Trots” voor 2019-2022 vastgesteld. In het beleidsplan is uitgewerkt op welke beleidsthema’s en hoe het CvA in een periode van vier jaar werkt aan het zorgdragen voor optimale (arbeids-)voorwaarden voor het functioneren van gemeenten als werkgever. Dat is belangrijk want goede arbeidsvoorwaarden hebben een positief effect op de tevredenheid, betrokkenheid en trots van werknemers en bestuurders en daarmee op de gemeentelijke dienstverlening voor de inwoners. Daarmee wordt de basis gelegd om de maatschappelijke opgaven van gemeenten vorm te geven.
    De VNG houdt een ledenraadpleging om te kijken of de leden het eens zijn met het beleidsplan “Trots” zoals opgesteld door het College voor Arbeidszaken (CvA).De gemeentesecretaris kan namens het college een reactie geven op dit voorstel. Dit kan tot en met 22 mei a.s.

  7. Verrekening neveninkomsten politieke ambtsdragers kalenderjaar 2018

    Het college besluit:
    Vast te stellen dat verrekening van neveninkomsten van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk over het jaar 2018 niet aan de orde is.

    In het kader van de verrekenplicht zoals bepaald in het Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers, moet over het jaar 2018 vastgesteld worden of verrekening van neveninkomsten van burgemeester en wethouders aan de orde is. Via een web-applicatie van het ministerie BZK zijn de burgemeester en wethouders gevraagd naar eventuele neveninkomsten. Op basis van de individuele opgaven en conform de geldende regels, is verrekening van neveninkomsten van de burgemeester en wethouders over het jaar 2018 niet aan de orde.

  8. Plan van aanpak ondermijning buitengebied

    Het college besluit:

    1. Kennis te nemen van het voorstel de ondermijnende criminaliteit in het buitengebied terug te dringen / te voorkomen.
    2. In te stemmen met de aanpak zoals beschreven in het plan van aanpak Ondermijnende Criminaliteit in het Buitengebied.

    De gemeente Moerdijk heeft een omvangrijk buitengebied. De gemeente beslaat circa 184 vierkante kilometer, waarvan 84% bestaat uit buitengebied. Dit is volgens onderzoek van de politie een ideale omgeving voor onder andere hennepteelt door de afgelegen ligging en schaalgrootte. Ook worden locaties voor productie van synthetische drugs gebruikt. Noodlijdende boerenbedrijven zijn een belangrijk doelwit voor verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit. Dit plan van aanpak geeft de mogelijke handvatten weer in het voorkomen en bestrijden van ondermijnende criminaliteit in specifiek het buitengebied van gemeente Moerdijk. Het plan biedt een integraal handelingsperspectief en beschrijft de wijze waarop we als gemeente, in samenwerking met onze partners, zoals Politie, Provincie, ZLTO, Omgevingsdienst en het RIEC, de ondermijnende criminaliteit in het buitengebied inzichtelijk kunnen maken en terug kunnen dringen / voorkomen. Door de continue samenwerking met elkaar, wordt de kans op een succesvolle bestrijding van de ondermijning in het buitengebied van Moerdijk vergroot. Dit vanuit een aantal in te zetten activiteiten:

    • Communicatie offensief
    • Analyse
    • Weerbaarheid/awareness vergroting
    • Controles

    Het project is afgebakend en focust zich voornamelijk op de voormalig agrarische bedrijven (VAB’s) en de andersoortige bedrijven, zijnde niet agrarisch bedrijf.
    Er is binnen de aanpak sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid:

    1. Analyse van de zwakke plekken: Veiligheidsstaf met ondersteuning van afdeling VTH
    2. Actiedagen en werkprogramma: Boa, wijkagent en/of toezichthouder Omgevingsdienst
    3. Voorlichting en communicatie: Veiligheidsstaf en team Communicatie.
  9. Inloop GGZ WNB 2019 en afrekening 2018

    Het college besluit:

    1. De subsidie ten behoeve van de inloop GGZ in 2018 door GGZ WNB vast te stellen aan de hand van de ingediende (financiële) verantwoording op € 40.175,-;
    2. Het teveel aan bevoorschotte subsidie van € 2.245,- van GGZ WNB terug te vorderen;
    3. In te stemmen met het Plan van aanpak Inloopfunctie 2019 in de gemeente Moerdijk van GGZ WNB.
    4. Aan GGZ WNB vanuit het Wmo-budget voor 2019 een subsidie van € 45.481 beschikbaar te stellen, ten laste van het product 6670002/44259
    5. Voor de aanvraag 2018 de hardheidsclausule (artikel 19 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Moerdijk)  toe te passen, omdat van de aanvraagtermijn genoemd in artikel 7 wordt afgeweken en hier de gemeenteraad over te informeren  via de tweede bestuursrapportage;
    6. GGZ WNB met subsidiebeschikkingen informeren over deze besluiten.

    GZZ WNB houdt zich in Moerdijk bezig met de ontwikkeling en realisatie van laagdrempelige inloopactiviteiten voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Enerzijds is het doel om deze inwoners door middel van de inloopfunctie een veilige omgeving te bieden, te behoeden voor verergering van hun problemen (of een terugval) en naar een hogere mate van participatie te begeleiden. Anderzijds hebben de activiteiten tot doel om voor meer begrip te zorgen voor psychiatrische problematiek in onze wijken en stigma van deze doelgroep tegen te gaan. De gemeente Moerdijk hecht er veel waarde aan om ook voor de meest kwetsbaren een gastvrije gemeente te zijn. Daarom werkt GGZWNB proactief aan de doorontwikkeling van de inloop-functie. Het college wordt gevraagd de subsidie aan GGZ WNB over 2018 vast te stellen en in te stemmen met de subsidieaanvraag voor 2019.

  10. Ontwerpbegroting 2020 Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:

    1. Geen zienswijze van de gemeente Moerdijk in te dienen bij het gemeenschappelijk orgaan van de gemeenschappelijke regeling “Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten”, aangezien de begroting sluitend is en de potentiële risico’s van de loonkosten leerplichtambtenaren en trajectbegeleiders als gevolg van een nieuwe cao vanaf 2019 en het uittreden van gemeenten, op te vangen zijn. 
    2. In de begroting 2020 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan het Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant op te nemen van € 131.162.  

    Moerdijk is door het rijk ingedeeld bij de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten West-Brabant. In deze RMC-regio is het beleid ten aanzien van het voortijdig schoolverlaten (vsv) een gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen en 16 West-Brabantse gemeenten. Om te komen tot een eenduidige registratie en aanpak van schoolverzuim en het terugdringen van voortijdig schoolverlaten, werken de 16 gemeenten samen in de gemeenschappelijke regeling “Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten” en het Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant (RBL West-Brabant) in Breda. Alle 16 gemeenten hebben de administratie van de leerplicht en vsv overgedragen aan het RBL West-Brabant. Voor 7 gemeenten, waaronder Moerdijk, voert het RBL West-Brabant ook alle uitvoerende taken uit, het gaat om dagelijks werk van leerplichtambtenaren en RMC trajectbegeleiders. Het RBL West-Brabant heeft de ontwerpbegroting 2020 toegestuurd. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op deze begroting.
    Er is geen aanleiding om een zienswijze in te dienen op deze ontwerpbegroting 2020.
    Er wordt voorgesteld vanuit de begroting van gemeente Moerdijk voor 2020 €.131.162 beschikbaar te stellen.

  11. Principeverzoek uitbreiding bedrijfsruimte, Molenstraat 42 Standdaarbuiten

    Het college besluit:
    In principe geen medewerking te verlenen aan de gevraagde uitbreiding vanwege strijd met het gemeentelijk en provinciaal beleid op het gebied van kavelgrootte van kavels op lokale bedrijventerreinen bij een kern in het landelijk gebied.

    Het bedrijf aan de Molenstraat 42 in Standdaarbuiten heeft gronden aangekocht naast het bestaande bedrijf om het bedrijf te kunnen uitbreiden. Omdat deze uitbreiding niet past in het bestemmingsplan, is een principeverzoek ingediend. In dit verzoek wordt gevraagd of het college medewerking wil verlenen aan een afwijking van het bestemmingsplan.
    Het college besluit in principe niet mee te werken aan het verzoek, omdat het plan in strijd is met zowel het gemeentelijk als het provinciale beleid, op het gebied van kavelgrootte van kavels op lokale bedrijventerreinen bij een kern in het landelijk gebied .

  12. Conceptbegroting 2020 GR bedrijfsvoeringsorganisatie Havenschap Moerdijk

    Het college besluit:
    De gemeenteraad voorstellen geen zienswijze in te dienen tegen de conceptbegroting 2020 van de GR bedrijfsvoeringsorganisatie Havenschap Moerdijk.

    Het bestuur van de GR bedrijfsvoeringsorganisatie Havenschap Moerdijk heeft de concept-begroting 2020 toegestuurd. De gemeenteraad kan hierop een zienswijze geven. Naast het houden van de aandelen in Havenbedrijf Moerdijk NV heeft de GR als enige taak de financieringsfunctie van genoemd bedrijf. De conceptbegroting 2020 geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Voorgesteld wordt dan ook om geen zienswijze in te dienen.

  13. Afwijkingsbesluit op grond van het inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente Moerdijk ten behoeve van de aanschaf van een inkoopinformatiesysteem.

    Het college besluit:

    1. Voor de aanbesteding van een inkoopinformatiesysteem af te wijken van het inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente Moerdijk (juli 2017) en hiervoor geen Nationaal Openbaar aanbestedingsprocedure te volgen.
    2. Aan de ambtelijke organisatie toestemming te verlenen met de firma Negometrix in overleg te treden voor de aanbesteding van een inkoopinformatiesysteem en een contract voor maximaal 6 jaar (4 jaar + 2x 1 jaar verlengen) aan te gaan mits voldaan wordt aan de gestelde financiële kaders en de in het programma van eisen opgenomen randvoorwaarden.
    3. De hieraan verbonden kosten voor 2019 van € 16.400 mee te nemen in de 2e bestuursrapportage 2019 en de bijbehorende begrotingswijziging 2019.

    Vanaf 1 januari 2020 stopt de ondersteuning vanuit Verseon voor de registratie van de gemeentelijke inkoopprocessen. Voor deze datum moeten wij een nieuwe applicatie aanschaffen en implementeren. Het college heeft besloten hiervoor niet de noodzakelijke Nationaal Openbaar aanbestedingsprocedure te volgen. Op grond van het inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente Moerdijk (2017) heeft het college de bevoegdheid om van de inkoopregels af te wijken. De voornaamste reden voor afwijken van het beleid is het bepekt aantal aanbieders dat op deze markt actief is. Uit diverse demo’s blijkt dat een aanbieder aan de wensen van de gemeente tegemoet kan komen waardoor de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van inkoop op de korte en middellange termijn gerealiseerd kunnen worden.

  14. Doorontwikkeling Jeugdzorgplus

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met het visiedocument Doorontwikkeling Jeugdzorgplus Zeeland, West Brabant West en West Brabant Oost
    2. In te stemmen met het document Inkoopstrategie Jeugdzorgplus 2020 en verder.

    Het college stemt in met de visie doorontwikkeling Jeugdzorgplus en de inkoopstrategie Jeugdzorgplus 2020 en verder, in samenwerking met de regio’s Zeeland en West Brabant Oost.
    De drie regio’s borduren voort op verdere transformatie van Jeugdzorgplus en inhoudelijke doorontwikkeling om te voorkomen dat jeugdigen veelvuldig en langdurig binnen deze voorzieningen worden geplaatst. Om deze transformatie te bewerkstelligen hebben de drie regio’s besloten om vanaf 2020 de Jeugdzorgplus op kleinere schaal in te kopen.

  15. Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Moerdijk persoonsgebonden budget voor begeleiding

    Het college besluit:

    1. De beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Moerdijk vast te stellen.
    2. De raad te informeren middels een raadsinformatiebrief.

    Er wordt binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bij de begeleiding gewerkt volgens resultaatgerichte indicering en -financiering. Dit geldt voor de De6 gemeenten. Voor de bepaling van de hoogte van het pgb-tarief voor begeleiding was er echter geen duidelijk beleid en werkwijze aanwezig. Daarnaast is begin 2017 een nieuw maatwerkcontract begeleiding afgesloten. Hierin zijn nieuwe maatwerkcategorieën opgenomen met daaraan verbonden nieuwe tarieven. Dit beide heeft er onder andere toe geleid dat het beleid voor de begeleiding PGB is geëvalueerd en aangepast. Dit is opgenomen in de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Moerdijk zodat inwoners duidelijkheid hebben over het afwegingskader, de eisen en randvoorwaarden en de tarieven die de gemeente Moerdijk hanteert bij het verstrekken van het persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorzieningen begeleiding.

  16. Onderzoeksprogramma 2019 art. 213a-onderzoeken

    Het college besluit:

    1. In 2019 twee art. 213a-onderzoeken te laten uitvoeren, namelijk naar:
      1. Applicatiebeheer
      2. Risicobenoeming en –beheersing
    2. De onderzoeksplannen voor de onderzoeken “Applicatiebeheer” en “Risicobenoeming en –beheersing” conform vast te stellen.

    Op 1 november 2018 heeft de gemeenteraad de (geactualiseerde) verordening ex. art. 213a Gemeentewet vastgesteld. Conform art. 2 van deze verordening verricht het college periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en/of doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur. Ten behoeve van het onderzoeksprogramma 2019 heeft onder het bestuur en de ambtelijke organisatie een inventarisatie plaatsgevonden voor mogelijke onderzoeksonderwerpen. Dit heeft geresulteerd in 10 onderwerpen. Na een globale screening van de aangedragen onderwerpen, zijn twee onderwerpen uitgekozen om in 2019 een onderzoek naar te doen. Dit betreft een onderzoek naar “applicatiebeheer” en een onderzoek naar “risicobenoeming en – beheersing”. Voor beide onderzoeken is een onderzoeksplan opgesteld. Voorgesteld wordt in te stemmen met deze onderzoeksonderwerpen en de betreffende onderzoeksplannen vast te stellen.