Besluitenlijst B&W vergadering 28 mei 2019

Details van de vergadering
Bevat Besluitenlijst B&W vergadering
Datum: 28 mei 2019
Aanwezig:
J.P.M. Klijs  burgemeester
Drs. T.H.R. Zwiers wethouder
D.J. Brummans wethouder
C.J.A. van Dorst MBA wethouder
M.J.A. Hiel loco-gemeentesecretaris
C. Polak strategisch communicatieadviseur
Afwezig:
P.A.M. van Bavel gemeentesecretaris
E. Schoneveld  wethouder

Agendapunten

  1. Vaststelling besluitenlijst van de benw-vergadering van 21 mei 2019

    Het college besluit:
    De besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  2. Vaststelling vertrouwelijke besluitenlijst van de benw-vergadering van 21 mei 2019

    Het college besluit:
    De vertrouwelijke besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  3. Mandatering deelname stemming Algemene Ledenvergadering VNG

    Het college besluit:
    Burgemeester Klijs volmacht te geven om de gemeente op de algemene ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op 5 juni 2019 te Barneveld, te vertegenwoordigen.

    Op 5 juni 2019 is de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van de VNG in Barneveld. Hier moet een vertegenwoordiger voor worden aangesteld om deel te nemen aan de stemmingen.

  4. Het realiseren van een nieuwe woning en het aanleggen van een inrit op de locatie Noordschans tussen nummer 29 en 31 te Klundert

    Het college besluit:

    1. De gemeenteraad te informeren over het bouwplan op de locatie Noordschans tussen nummer 29 en 31 te Klundert, zoals verwoord in de raadsinformatiebrief.
    2. Een ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage leggen en toe te sturen aan diverse betrokken bestuursorganen.
    3. Indien er geen zienswijzen tegen de ontwerp-omgevingsvergunning worden ingediend, de definitieve omgevingsvergunning te verlenen.

    Op 11 december 2018 is de aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een nieuwe woning en het aanleggen van een inrit op de locatie Noordschans tussen nummer 29 en 31 te Klundert. De aanvraag is in strijd met het geldend bestemmingsplan omdat het bestaande aantal woningen niet mag uitbreiden en op de planlocatie een bouwvlak ontbreekt. Om medewerking te kunnen verlenen aan deze aanvraag is de uniforme voorbereidings-procedure gevoerd. Door middel van een ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat de ontwikkeling van een nieuwe woning op deze locatie ook ruimtelijk acceptabel is. Het college heeft besloten om medewerking te verlenen aan dit initiatief.

  5. Startdocument project 193. Herstructurering de Westhoek

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:
    Het startdocument project 193. Herstructurering de Westhoek vast te stellen.

    Voormalig rusthuis de Westhoek in Zevenbergen is eigendom geworden van Estea Capital Westhoek B.V. Estea heeft reeds het eerste deel van de locatie geherstructureerd, dit is in 2017 afgerond. De komende periode wil men aan de slag met de volgende fases van de herstructurering. Deze herstructurering omvat (gefaseerd) het slopen van diverse bouwdelen met 37 woningen aan de zijde van de Prins Hendrikstraat en Prins Bernhardstraat en het realiseren van vervangende nieuwbouw van 55 reguliere gestapelde woningen. De herstructurering valt niet binnen de planologische kaders. Het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is noodzakelijk.
    Het college heeft op 9 oktober 2018 besloten deze opgave actief op te pakken, het voorliggende startdocument is de eerste stap in het proces om te komen tot vervangende nieuwbouw op deze locatie. Met het startdocument worden de kaders van het project bepaald. Deze kaders vormen de basis voor de volgende fase van het project, namelijk het onderzoeken van de haalbaarheid. Hierin wordt de kwalitatieve, financiële en maatschappelijke haalbaarheid onderzocht.

     

  6. Aanpassing gemeenschappelijke regelingen GGD, RAV en RWB

    Het college besluit:
    De gemeenteraad via het bijgevoegde raadsvoorstel toestemming te vragen de gemeenschappelijke regelingen van de GGD, RAV en RWB aan te passen.

    Per 1 januari 2019 zijn de gemeenten Woudrichem, Aalburg en Werkendam samengegaan in de gemeente Altena. De raad heeft besloten om de gemeenschappelijke regelingen van (GGD, RAV, RWB) hierop aan te passen en tegelijkertijd een aantal technische wijzigingen door te voeren.

  7. Zienswijze conceptbegroting 2020 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

    Het college besluit:
    Aan de gemeenteraad voor te stellen:

    1. Als zienswijze van de gemeente Moerdijk bij het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant het volgende naar voren te brengen:
      1. In de kaderbrief geeft de OMWB aan de richtlijn voor invoering van productprijzen niet over te nemen. De OMWB stelt dat de MWB-norm is gebaseerd op prijs x hoeveelheid. Dit is volgens de OMWB de basis voor de productprijzen die de OMWB hanteert. Wij verzoeken u dit explicieter in de begroting 2020 op te nemen en bij de eindafrekening ook uit te gaan van deze MWB-norm.
      2. Benoem expliciet een gewogen indexcijfer (gemiddelde index van loon en prijs) waarmee in de begroting rekening is gehouden. Op onderdelen is het indexcijfer duidelijk, maar dat geldt niet voor het gewogen gemiddelde dat het uurtarief bepaalt. Wij geven de OMWB bovendien mee te kijken welke index daadwerkelijk gerealiseerd is ten opzichte van de indexen uit de macro-economische verkenningen en bij significante afwijkingen meenemen in het volgende begrotingsjaar.
      3. Benoem expliciet dat de financiële gevolgen van de beleidsontwikkelingen uit hoofdstuk 2 niet zijn meegenomen in de conceptbegroting 2020 maar dat dit wel tot uitdrukking komt in de met de deelnemers op te stellen werkprogramma’s 2020. In paragraaf 1.3 (algemene uitgangspunten, onder a) staat dat in de begroting 2020 wel rekening is gehouden met de beleidseffecten.
      4. Zorg voor een zichtbare aansluiting met de omzetten uit de conceptbegroting 2020 en de bijlagen waarin de bijdragen van de deelnemers zijn opgenomen. Dit is nu niet het geval. De verklaring betreft de doorbelasting van SSiB (samen sterk in het buitengebied). Wij hechten eraan de specificatie altijd te laten aansluiten op de bovenliggende gegevens.
      5. Bij de specificatie van de deelnemersbijdrage 2020 (bijlage 1) staat ten onrechte dat deze is gebaseerd op de MWB-norm. De deelnemersbijdrage 2020 is berekend op grond van het werkprogramma 2019 + indexering. Uitgangspunt blijft de MWB-norm. Om dit tot uitdrukking te laten komen vragen wij om aan de tabel van bijlage 1, conform de begroting 2019, een kolom MWB-norm toe te voegen en de tekst van toelichting 1 aan te passen.
      6. Maak in de begroting inzichtelijk wat de (financiële) gevolgen zijn van de aangekondigde en inmiddels doorgevoerde efficiency verbeteringen.
      7. Stel in overleg met de deelnemers een aantal beleidsindicatoren vast en neem die vanaf begrotingsjaar 2021 jaarlijks op in de begroting en jaarrekening.
      8. De gemeenteraad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    2. De aangewezen vertegenwoordiger in het algemeen bestuur op te dragen deze uitgangspunten nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2019 in het algemeen bestuur en alles in het werk te stellen een meerderheid voor deze zienswijze te bereiken;
    3. In de begroting 2020 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de OMWB op te nemen van totaal € 1.618.000.

    De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) is een gemeenschappelijke regeling waaraan de provincie en 25 gemeenten deelnemen. De OMWB is een uitvoeringsorganisatie voor uitvoering van wettelijke milieu- en andere omgevingstaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De conceptbegroting 2020 OMWB is aan de gemeente voorgelegd met het verzoek hierop een zienswijze in te dienen. De conceptbegroting geeft aanleiding tot het indienen van zienswijzen daarom wordt de gemeenteraad geadviseerd te besluiten een zienswijze in te dienen. De zienswijzen hebben voornamelijk betrekking op het op onderdelen (tekstueel) aanvullen van de begroting.
    De totale gemeentelijke bijdrage aan de OMWB voor 2020 komt uit op € 1.618.000 waarin ook rekening is gehouden met een aantal ontwikkelingen.

  8. Afronding initiatieffase project 163. Sporenbergstraat Zevenbergschen Hoek

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:

    1. Het Projectplan 163. Sporenbergstraat Zevenbergschen Hoek vast te stellen;
    2. De vertrouwelijke projectexploitatie vast te stellen;
    3. De uitgifteprijs van de grond vast te stellen op € 250 per m2 excl. BTW;
    4. Een krediet beschikbaar te stellen van € 1.620.482 en deze te dekken uit de verwachte opbrengsten van de grondverkoop;
    5. Voor het exploitatietekort van € 150.000 een verliesvoorziening op te nemen ten laste van het resultaat van de grondexploitatie;
    6. De initiatieffase af te ronden en het college de opdracht te geven om binnen deze kaders het project verder gestalte te geven (go-besluit).

    De gemeente heeft sinds de verplaatsing van de voetbalvelden de gronden aan de Sporenbergstraat in Zevenbergschen Hoek in eigendom. Deze locatie is bestemd voor de bouw van woningen.
    Voor dit project zijn al de nodige stappen doorlopen van de initiatieffase. Voor deze locatie is eerder al een bestemmingsplan vastgesteld.  Een deel van de uitvoerbaarheid is destijds (globaal) getoetst, randvoorwaarden zijn geformuleerd en de exploitatieopzet is eerder door de gemeenteraad vastgesteld.
    In maart 2017 heeft het college het plan van aanpak 163. Ontwikkeling Sporenbergstraat vastgesteld. Dit plan omvat de kaders waarbinnen de ontwikkeling verder op haalbaarheid wordt onderzocht. Om daarna een uitgewerkt plan voor woningbouw en de inrichting van het gebied op te stellen. Uit de uitgevoerde haalbaarheidsquickscans blijkt dat woningbouw op de bewuste locatie mogelijk is. Gelijktijdig met de vaststelling van dit projectplan wordt nu een projectexploitatie ter besluitvorming aan de gemeenteraad aangeboden. Door het nemen van dit ‘go’-besluit wordt er een vervolg gegeven aan de uitwerking van de plannen en het opstarten van de bestemmingsplanprocedure.

  9. Concept begroting WVS-Groep 2020 en meerjarenraming 2021-2023

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:

    1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2018 en de ontwerpbegroting 2020 van de WVS-Groep
    2. In te stemmen met de volgende zienswijze op de ontwerpbegroting 2020 van de WVS-Groep:
      1. In het geval van grote financiële afwijkingen wordt de WVS gevraagd een herziene begroting aan de gemeenten voor te leggen. In deze herziene begroting wordt in ieder geval de actuele situatie verwerkt van de:
        1. Rijksbijdrage.
        2. Lage Inkomens Vergoeding.
        3. Ontwikkelingen op het gebied van de compensatie transitievergoedingen.
        4. Eventuele bijstelling van het aantal af te nemen leerwerktrajecten, indien het aantal aanmeldingen in 2018 hier aanleiding toe geeft. Dit wordt afgestemd met het Werkplein en de ISD.
        5. (Meerjarige) gevolgen van het besluit over de ombouw/afbouw van de diverse PMC’s, inclusief het effect hiervan op de bedrijfsvoering.
      2. Indien de WVS een herziene begroting voorlegt dan vragen wij daarin ook aandacht te besteden aan de eigen visie en ambitie van de WVS rondom de ketensamenwerking.
      3. Indien de WVS een herziene begroting voorlegt dan vragen wij daarin de beheersmaatregelen van de risico’s duidelijk te beschrijven, zodat gemeenten hierop kunnen anticiperen.
      4. Tenslotte: de raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    3. De aangewezen vertegenwoordiger in het algemeen bestuur op te dragen deze uitgangspunten nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2020 in het algemeen bestuur van WVS-Groep;
    4. In te stemmen met een gemeentelijke bijdrage aan WVS-groep van € 4.057,- per geplaatste Wsw-werknemer in 2020;
    5. In de begroting 2020 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan WVS-Groep op te nemen van € 478.782 en de doorbetaling van de rijksbijdrage zoals opgenomen in de meicirculaire 2019 (afgerond circa € 2,5 miljoen).

    De gemeente Moerdijk neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling (GR) Werkvoorziening-schap West-Noord Brabant (WVS-groep). WVS-groep is de sociale werkvoorziening in West Noord-Brabant voor negen gemeenten. Het dagelijks bestuur van WVS-groep heeft de concept begroting 2019 en meerjarenraming 2021 – 2023 naar de deelnemende gemeenten verzonden. Voordat de begroting op maandag 1 juli 2019 in het algemeen bestuur wordt vastgesteld wordt de zienswijze van de gemeenteraad gevraagd.
    De jaarrekening wordt ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. De jaarrekening 2018 sluit met een positief resultaat van € 2.742.000. Het DB stelt voor dit positieve gedeeltelijk toe te voegen aan de algemene reserve van WVS en gedeeltelijk te storten in bestemmingsreserves.
    Het DB van de WVS heeft ook de ontwerpbegroting 2020 en de meerjarenraming 2021-2023 ingediend. Besluitvorming over de stukken zal plaatsvinden in de vergadering van het Algemeen Bestuur van WVS op 1 juli 2019. Tot die tijd bestaat de gelegenheid voor de gemeenteraden om een reactie en/of zienswijze te geven op de stukken. Het college legt de ontvangen stukken voor aan de raad en verzoekt de raad in te stemmen met de zienswijze.

  10. Begroting 2020 en meerjarenbeleidsplan 2019 - 2022 ‘Agenda van de Toekomst’ GGD West-Brabant

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:

    1. In te stemmen met het indienen van onderstaande gezamenlijke regionale zienswijze op de ontwerp beleidsbegroting 2020 en het meerjarenbeleidsplan 2019 - 2022 ‘Agenda van de Toekomst’ van de GGD West-Brabant.
      De Raad gaat ervan uit, dat de GGD:
      1. Haar bestuur de begroting laat vaststellen met inachtneming van de zienswijze. De raad wordt via een verantwoording geïnformeerd aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom;
      2. De Agenda van de Toekomst 2019 – 2022 als meerjarenbeleidskader volgt waarbij de uitvoering ervan binnen de bestaande middelen gebeurt, de GGD alert is op haar rol binnen ketenaanpakken en aansluiting op lokale wensen nastreeft.
        De raad vindt deze agenda een goed richtinggevend stuk;
      3. Met betrekking tot de JGZ:
        1. Per gemeente aangeeft welke activiteiten in het kader van Lokaal verbinden in 2020 worden uitgevoerd. De eerder afgesproken marge van 10% van het totale JGZ-budget mag niet overschreden worden. Tevens is sprake van transparantie in af te nemen producten en geldt als uitgangspunt dat iedere gemeente samen met de GGD keuzes in activiteiten maakt. Per 2020 is helder aan welke lokale overlegstructuren de GGD deelneemt en is zicht op de samenwerkingspartners;
        2. Inzichtelijk maakt welke inspanningen zij in samenwerking met Careyn en TWB levert, opdat de vaccinatiegraad in West-Brabant zo hoog mogelijk is. De GGD neemt in haar begroting op wat zij aantoonbaar extra doet, maakt dit inzichtelijk per gemeente en informeert gemeenten over de inzet en het resultaat;
          c. Spoedig duidelijkheid  biedt over de vraag of de JGZ 4 – 18 jarigen tot 18 jaar is of tot en met 18 jaar. Tevens laat de GGD het AB een definitief besluit nemen of bij de bepaling van de kindaantallen gebruik gemaakt wordt van GBA-gegevens of van CBS-gegevens;
      4. In de evaluatie van het voor 2018 - 2019 toegekende extra budget voor de intensivering Infectieziektebestrijding duidelijk aantoont dat de eerder door het AB akkoord bevonden structurele verhoging van € 150.000,- per 2020 absoluut noodzakelijk is;
      5. M.b.t. RUPS inzicht geeft in het bedrag dat via de landelijke regeling wordt verworven. De inzet van deze subsidie wordt voorgelegd aan het AB, aan de hand van twee scenario’s. In scenario 1 is het landelijke budget taakstellend en wordt duidelijk gemaakt welke risico’s gemeenten en doelgroepen lopen door geen extra middelen beschikbaar te stellen. Scenario 2 kent als onderdelen trajectbegeleiding, inzet van een jobhunter en een SOA-spreekuur in De Markiezaten; de begroting geeft inzicht in de mate waarin naast het landelijke budget gebruik gemaakt wordt van de maximale bijdrage van € 150.000,- waarmee het AB in zijn overleg van 24 januari 2019 heeft ingestemd;
      6. Samen met de gemeenten werkt aan verdere optimalisering van de prestatie-indicatoren zoals deze in de beleidsbegroting in beeld zijn gebracht. De GGD neemt het initiatief tot een werkgroep die de huidige indicatoren onder de loep neemt;
      7. Vanaf de Beleidsbegroting 2021:
        1. Het financiële kengetal ‘Structurele exploitatieruimte’ opneemt;
        2. Inzicht geeft in hoe het meerjarenperspectief structureel in evenwicht is door een uitvoerigere verschillenanalyse vanaf de jaarrekening 2019 en verdere jaren op te nemen;
        3. Per product/programma aangeeft “wat er wordt gedaan” en “wat het gaat kosten”;
        4. Jaarlijks de risico’s t.b.v. benodigde weerstandcapaciteit actualiseert;
        5. De prestatie-indicatoren en deelnemersbijdrage meerjarig in de begroting opneemt, zodat een beeld ontstaat van de ontwikkeling en hier op gestuurd kan worden;
      8. Ervoor zorgt dat de begroting vanaf 2021 voldoet aan de gestelde eisen in het BBV. In vergelijking met 2019 is met de begroting 2020 al een grote stap voorwaarts gezet.
    2. De bijdrage aan de GGD conform voorgestelde begroting 2020  vast te stellen voor de gemeentelijke begroting 2020 ter hoogte van  € 796.745 en deze op te nemen in de concept-meerjarenbegroting 2020-2023 van de gemeente.

    Voor de uitvoering van de taken uit de Wet publieke gezondheid is een gemeenschappelijke regeling opgericht. Ieder jaar wordt een ontwerpbegroting door het Dagelijks bestuur (DB) opgemaakt.
    Aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten wordt gevraagd voor 30 juni 2019 hun zienswijzen op de ontwerpbegroting 2020 en het Meerjarenbeleidsplan 2019 – 2022 te geven.
    In navolging van de vorige jaren is voor begrotingsjaar 2020 wederom een kadernota opgesteld en aangeboden aan de gemeenten. Op 16 maart jl. zijn voor raadsleden infobijeenkomsten georganiseerd om een toelichting te krijgen en vragen te stellen over de kadernota. Vervolgens heeft het Algemeen Bestuur van de GGD op 27 maart jl. ingestemd met de kadernota 2020.
    De voorliggende ontwerp beleidsbegroting 2020 past binnen deze kaders. De bijdrage voor 2020 voor de gemeente Moerdijk bedraagt € 796.745 (2019: € 768.151). Dit betekent een verhoging van de bijdrage van € 28.594 ten opzichte van 2019. Dit komt met name door de in de begroting 2020 voorgestelde indexering voor loon- en prijsontwikkeling van 2,47%.
    Er is een gezamenlijke regionale zienswijze opgesteld die bij het Dagelijks Bestuur van de GGD West-Brabant naar voren wordt gebracht. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting en het meerjarenbeleidsplan vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd. Het Algemeen Bestuur van de GGD West-Brabant zal op 4 juli 2020 besluiten over de ontwerpbegroting 2020 en het meerjarenbeleidsplan 2019 - 2022.

  11. Ontwerp beleidsbegroting 2020 Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden West Noord (GR RAV Brabant MWN)

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om:

    In te stemmen met het indienen van de gezamenlijke zienswijze van de gemeenten in de regio Midden- en West Brabant op de ontwerp beleidsbegroting 2020 van de RAV Brabant MWN:

    1. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom;
    2. De raad gaat er vanuit dat de RAV het budget voor paraatheidsuitbreiding in 2020 volledig inzet en hiermee haar capaciteit zodanig uitbreidt dat in 2020 het overschrijdings-percentage voor de A1-ritten hoogstens 5,5% bedraagt;
    3. De raad mist in de conceptbegroting 2020 de uitwerking van de beleidsmatige richtlijn 3 en verzoekt de RAV om hier alsnog uitvoering aan te geven.

    Op 11 april 2019 heeft het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulance Voorziening de beleidsbegroting 2020 vastgesteld. Aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten wordt gevraagd hun zienswijze op de begroting uiterlijk 2 juli 2019 te geven. De RAV ontvangt geen gemeentelijke bijdrage. Uitgangspunt voor de begroting zijn de met de zorgverzekeraars overeengekomen prestatieafspraken. Er is in samenwerking met de gemeenten in de regio Midden- en West Brabant een gezamenlijke zienswijze opgesteld die bij het Dagelijks Bestuur van de RAV Brabant MWN naar voren wordt gebracht. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting 2020 vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd. Het Algemeen Bestuur zal op 3 juli 2019 besluiten over de ontwerp beleidsbegroting 2020.

  12. Vervanging Kredietbank West-Brabant

    Het college besluit:

    1. De Kredietbank West-Brabant vervangen door een andere marktpartij die vergelijkbare dienstverlening aanbiedt.
    2. Hiervoor een Europese aanbesteding uitschrijven om hier invulling aan te geven.
    3. Bij deze aanbesteding de inkoopvoorwaarden van de gemeente Rucphen van toepassing te verklaren.

    De Kredietbank West-Brabant voert een deel van de gemeentelijke schuldhulpverlening (SHV) uit voor alle De6 gemeenten. Met ingang van 1 januari 2020 stopt zij met deze werkzaamheden. Het stoppen van de KWB biedt de mogelijkheid om te bekijken of dit deel van de schuldhulp-verlening op een andere manier ingevuld moet worden; de KWB voert haar werkzaamheden met name uit vanuit haar vestigingsplaats in Breda.
    Afgevraagd werd of een lokale uitvoering van deze werkzaamheden mogelijk leidt tot meer samenwerking binnen het sociaal domein met een groter aantal klanten en een beter resultaat tot gevolg? Uit onderzoek blijkt dat de werkzaamheden van de KWB van dien aard zijn, dat een lokale uitvoering geen meerwaarde biedt. Vervanging van de KWB door een aanbieder die vergelijkbare dienstverlening biedt, wordt daarmee gezien als de gewenste optie. Hiervoor zijn verschillende marktpartijen beschikbaar. Een aanbesteding is dus wenselijk. De omvang van de totale opdracht van de 6 gemeenten, maakt dat een Europese aanbesteding vereist is.

  13. Zienswijze begroting 2020 Werkplein Hart van West-Brabant

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met de jaarrekening 2018 van het Werkplein Hart van West-Brabant en met het voorstel van het Dagelijks Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant om het positieve resultaat ad € 266.067 deels beschikbaar te houden (€ 200.000) voor het Werkplein Hart van West-Brabant om te investeren in de mogelijkheid om tijd- en plaatsonafhankelijk te kunnen werken en het resterende deel (€ 66.067) terug te betalen aan de gemeenten.
    2. In te stemmen met de programmabegroting 2020 van het Werkplein Hart van West-Brabant en de bijdragen aan het Werkplein voor je jaren 2020-2023, conform de begroting 2020 van het Werkplein, op te nemen in onze gemeentelijke begroting.
    3. De jaarrekening 2018 en de programmabegroting 2020 van het Werkplein Hart van West-Brabant ter kennisname aan de gemeenteraad te zenden met bijgevoegd raadsvoorstel.
    4. De gemeenteraad met bijgevoegd raadsvoorstel voor te stellen in te stemmen met de volgende zienswijze op de programmabegroting 2020 van het Werkplein Hart van West-Brabant:
      1. De forse (procentuele) toename van doelgroep C heeft geleid tot een opdracht om in 2019 deze doelgroep in beeld te brengen. De gehele groep moet voor 2020 geheel in beeld zijn, waarna keuzes binnen de financiële middelen leiden tot een specifieke aanpak voor deze doelgroep.
      2. Indien het Werkplein in 2019 de taakstelling rond het aantal af te nemen leerwerktrajecten bij de WVS niet haalt, verwachten wij van het Werkplein én de WVS dat zij hier proactief in handelen en in gezamenlijkheid met voorstellen komen tot bijsturing. Het gezamenlijke ketenresultaat moet hierbij voorop staan.
      3. Het Werkplein en de gemeenten stellen gezamenlijk een ambitie voor het klantenbestand vast in het Werkplan 2020. Dit Werkplan komt eind 2019 tot stand op basis van de dan bekende verwachtingen en trends. Dit betekent dat er een andere ambitie in het Werkplan 2020 kan worden vastgesteld dan nu in de begroting is opgenomen.
      4. Wij verwachten van het Werkplein dat meerjarig de aantallen in- en uitstroom per programma in de begroting worden opgenomen. Tevens dienen de financiële consequenties hiervan te worden verwerkt in de meerjarenraming. Dit is ook aangegeven in de financiële richtlijnen die de deelnemende gemeenten hebben opgesteld.
      5. Wij verwachten van het Werkplein dat in de bijlagen van de begroting een overzicht wordt opgenomen met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit moet blijken welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd en met welke reden en de besluitvorming hierover. Tevens dient hieruit de stand van zaken te blijken omtrent de taakstelling.
      6. Wij verwachten dat het Werkplein de aansluiting bij de Divosa Benchmark met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2019 alsnog realiseert en de informatie met de aangesloten gemeenten deelt.
      7. Tenslotte: de raad gaat er van uit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van haar zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.

    De gemeente Moerdijk neemt deel aan de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West-Brabant (het Werkplein). Het Dagelijks Bestuur (DB) van het Werkplein heeft de jaarrekening 2018 aan alle colleges van de aangesloten gemeenten aangeboden. De jaarrekening wordt ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad.
    De jaarrekening sluit met een voordelig exploitatieresultaat van € 266.067. Het DB stelt voor € 200.000 beschikbaar te houden voor het Werkplein om te investeren in de mogelijkheid om tijd- en plaatsonafhankelijk te kunnen werken en het resterende deel ad € 66.067 terug te betalen aan de gemeenten.
    Het DB van het Werkplein heeft ook de programmabegroting 2020 met de meerjarenbegroting 2021-2023 ingediend. Deze stukken zijn naar de gemeenten gestuurd. Na de zienswijzen van de gemeenten op de begroting zullen de stukken door het Algemeen Bestuur op 11 juli 2019  ter vaststelling worden geagendeerd. Zienswijzen moeten voor 26 juni 2019 aan het Werkplein bekend worden gemaakt. Het college stelt de gemeenteraad voor een zienswijze in te dienen.

  14. Ontwerpbegroting RWB 2020 en Actieagenda RWB 2019-2013

    Het college besluit:
    Aan de gemeenteraad voor te stellen om:

    1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2018 en de daarin opgenomen resultaat-bestemmingsvoorstellen.
    2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting RWB 2020 naar voren te brengen.
    3. Geen zienswijze over het Actieprogramma 2019-2023 naar voren te brengen.
    4. In de conceptbegroting 2020-2023 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de RWB op te nemen voor de primaire taken van € 245.557,- (apparaatskosten en Rewin) en een bijdrage in het O&O-fonds van € 24.029,-. 

    Vanuit RWB en Rewin is een gezamenlijke brief gestuurd aan de colleges van de regio West Brabant waarin de structuur van regionale samenwerking en de inhoudelijke regionale ambities worden toegelicht. In de bijgevoegde ontwerpbegroting RWB 2020 wordt de bijbehorende financiële doorvertaling gemaakt. De gemeenteraden worden uitgenodigd om zienswijze in te dienen op de voorgestelde inzet van het rekeningresultaat RWB 2018, de Actieagenda RWB 2019 – 2023 en de Ontwerpbegroting RWB 2020. Deze laatste omvat tevens de begroting van Rewin. In de voorgelegde stukken wordt goed uitwerking gegeven aan de afgesproken koers  waarbij in samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs gewerkt wordt aan de versterking van de regionale economie. Op basis hiervan heeft het college besloten geen zienswijze in te brengen.

  15. Heiwerkzaamheden in of nabij bestaande bebouwing

    Het college besluit:

    1. Kennis te nemen van het feit, dat het uitvoeren van heiwerkzaamheden in\nabij bestaande bebouwing kan leiden tot schade en klachten en tot maatschappelijke verontrusting.
    2. Kennis te nemen van het feit, dat hiertegen geen algemeen geldend heiverbod kan worden ingesteld.
    3. Bij privaatrechtelijke overeenkomsten (bij de verkoop van bouwgrond en anterieure overeenkomsten) ten aanzien hiervan wel een bepaling opnemen, waarbij wordt ingezet op het gebruik van boorschroefpalen (in plaats van heien)
    4. Daarnaast potentiele bouwers via voorlichting bewust te maken van mogelijke schade en overlast, die het gevolg kunnen zijn van het uitvoeren van heiwerkzaamheden

    Het uitvoeren van heiwerkzaamheden in of nabij bestaande bebouwing levert vaak overlast en mogelijk schade op. Recente voorbeelden uit de Vlinderbuurt in Standdaarbuiten bevestigen dat. Er is momenteel geen uniforme wettelijke regeling die dit kan voorkomen. Gelet op het maatschappelijk belang heeft de gemeente onderzocht hoe hier op een meer genuanceerde manier mee kan worden omgegaan. De gemeente zal daarom voortaan bij privaatrechtelijke overeenkomsten (bij de verkoop van bouwgrond en bij anterieure contracten) een voorwaarde opnemen, waarbij wordt ingezet op het gebruik van boorschroefpalen (in plaats van heien). Daarnaast worden potentiele bouwers via voorlichting  bewust gemaakt van mogelijke schade en overlast die het gevolg kunnen zijn van heiwerkzaamheden.

  16. Conceptbegroting ICT WBW 2020-2023

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:

    1. De volgende zienswijze in te dienen op de conceptbegroting ICT WBW 2020:
      1. Voor de gemeente Moerdijk staat vast dat de conceptbegroting ICT WBW 2020-2023 die nu voorligt niet als zodanig definitief kan worden vastgesteld.
      2. Moerdijk gaat er vanuit dat de cijfers en bijdragen voor de deelnemers in de definitieve begroting zullen worden aangepast, nadat de gevolgen vanuit de conclusies en aanbevelingen in het evaluatierapport GR van Twynstra Gudde zijn verwerkt in concrete acties, planningen en financieel zijn doorgerekend.
    2. In de begroting 2020 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan ICT-WBW op te nemen van € 792.211.

    Om te komen tot een efficiënt beheer van de gewenste ICT infrastructuur als basis voor onze dienstverlening aan burgers, verenigingen, instellingen en het bedrijfsleven, werken we met een aantal gemeenten samen in de Gemeenschappelijke Regeling ICT-samenwerking West-Brabant-West. Het Dagelijks Bestuur van deze gemeenschappelijke regeling heeft de concept-begroting 2020-2023 toegestuurd. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op deze begroting. Hoewel de begroting 2020 aansluit bij de huidige producten en diensten die de gemeente afneemt, laat het meerjarenperspectief een aanzienlijke verhoging van de kosten zien. Deze zijn te verklaren en ook reëel, maar passen niet binnen het financieel kader van de deelnemers. Daarom wordt onderzocht of de kostenstijging geleidelijker kan verlopen. Het onderzoek loopt nog. Daarom wordt de gemeenteraad voorgesteld om een zienswijze in te dienen op de begroting, waarin wordt aangedrongen op aanpassing van de definitieve begroting waarin de resultaten van het onderzoek zijn verwerkt

  17. Verordening Jeugdhulp

    Het college besluit:
    De verordening Jeugdhulp 2019 aan de raad ter vaststelling aanbieden.

    De huidige verordening jeugdhulp 2015 is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. De Centrale Raad van Beroep heeft een uitspraak gedaan waarin het college in nadere regels niet kan bepalen op welke wijze het PGB-tarief wordt vastgesteld. Met de gewijzigde en geactualiseerde verordening wordt hieraan voldaan en sluit deze aan op de huidige werkwijze.

     

  18. Begroting 2020 en meerjarenbeleidsplan 2019-2023 en bijbehorende stukken gemeen-schappelijke regeling veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om:

    1. In te stemmen met de concept-begroting 2020.
    2. Kennis te nemen van het meerjarenbeleidsplan, het regionaal risicoprofiel 2019-2023 en bijbehorende stukken.
    3. Als zienswijze van de gemeente Moerdijk bij het Algemeen Bestuur van 4 juli 2019 het volgende naar voren te brengen:
      1. vanaf de begroting 2021 dient een meerjarig investeringsplan te worden opgenomen.
      2. ondanks het feit dat de risico's met betrekking tot activiteiten met gevaarlijke stoffen niet zo hoog scoren in het regionale risicodiagram, betreft het wel voor Moerdijk en het district de Markiezaten een prioritair risico. We geven u hierbij als wens mee om de geformuleerde risico’s in het Integraal Veiligheidsplan De Markiezaten te verwerken in het regionaal risicoprofiel, zodat de risico’s in het geografisch gebied herkenbaar zijn.
      3. Volgens het spreidings- en dekkingsplan zal het hulpverleningsvoertuig (HV2) die nu nog op de post Zevenbergen gestationeerd staat, vanaf 2020 verdwijnen. Verzocht wordt te onderzoeken welk specialistisch voertuig dan in de kazerne van Zevenbergen gestald kan worden. Gezien de aanwezigheid van voldoende vrijwilligers en een gebied met een bijzonder risicoprofiel zou bijvoorbeeld grootwatermaterieel zeer welkom zijn.
      4. Op te dragen deze punten nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2020 en het meerjarenbeleidsplan in het Algemeen Bestuur en alles in het werk te stellen een meerderheid voor deze zienswijze te bereiken;
      5. In de begroting 2020 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de veiligheidsregio MWB op te nemen van €2.877.200.

    De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant biedt de conceptbegroting 2020 aan de gemeenten aan ten behoeve van een zienswijze door de gemeenteraden. Op basis van de ingediende zienswijzen zal het Algemeen Bestuur op 4 juli 2019 worden voorgesteld over te gaan tot definitieve vaststelling. Op basis van de begroting wordt uitvoering gegeven aan de wettelijke en met de deelnemende gemeenten overeengekomen taken. De totale bijdrage aan de VRMWB voor 2020 komt voor de gemeente Moerdijk uit op € 2.877.200, waarin ook de exploitatielasten (€87.746) voor de kazerne Moerdijk-Haven zijn inbegrepen. Dit i.p.v. de in de begroting 2019 geraamde € 2.711.117 (2019).
    In de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) is bepaald dat het bestuur van de veiligheidsregio ten minste
    eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vaststelt, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de taken van de Veiligheidsregio. Naast het beleidsplan dient er vierjaarlijks een regionaal risicoprofiel te worden opgesteld. Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant heeft op 30 januari 2019 dit plan in concept vastgesteld. Het beleidsplan staat niet op zichzelf, maar heeft een wederkerige relatie met het regionaal risicoprofiel, het beleidsplan multidisciplinair opleiden trainen en oefenen (MOTO), het brandrisicoprofiel en het dekkings- en spreidingsplan.
    Voordat definitieve vaststelling kan plaatsvinden moet volgens dezelfde Wvr overleg plaatsvinden met de 24 gemeenteraden. Aangezien er in het beleidsplan vier jaar vooruit wordt gekeken, kent het plan een zekere abstractie. Concrete uitwerking volgt jaarlijks in de beleidsbegroting en jaarplannen.

  19. Concept begroting 2020 en de concept meerjarenbegroting 2021-2023 van de Belastingsamenwerking West Brabant

    Het college besluit:
    Aan de gemeenteraad voor te stellen:

    1. Geen zienswijze bij het Algemeen Bestuur van de Belastingsamenwerking West Brabant in te dienen op de concept begroting 2020 en de concept meerjarenbegroting 2021-2023 van de Belastingsamenwerking West Brabant.
    2. In de meerjarenbegroting 2020-2023 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de BWB op te nemen van € 673.000  voor 2021 t/m 2023 en daarnaast voor het project van m³ naar m² voor 2020 € 70.000 en voor 2021 € 23.000.

    Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West Brabant (BWB) heeft bij schrijven van 11 april 2019 de concept begroting 2020 en de concept meerjarenbegroting 2021-2023 naar de deelnemers verzonden. De gemeenteraad wordt voorgesteld geen zienswijze op de concept begroting in te dienen.

  20. Kadernota 2020-2023

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met de kadernota 2020-2023
    2. De gemeenteraad de kadernota 2020-2023 via de raadsinformatiebrief aan te bieden
    3. De gemeenteraad te vragen in te stemmen met de gehanteerde financiële uitgangspunten in hoofdstuk 3 en met de geschetste mogelijkheden om te komen tot een (op termijn) sluitende meerjarenbegroting.

    Het college heeft de kadernota 2020-2023 vastgesteld.
    Naast de (meerjaren)begroting 2019-2022 en de 1e bestuursrapportage 2019 is ook de kader-nota 2020 in een nieuw jasje gestoken en past deze nu qua opzet en opmaak in het rijtje van budgetcyclusproducten. Net als de bestuursrapportage oogt deze kadernota anders en leest hij ook anders.
    In deze kadernota gaan we uit van voorzetting van het huidige beleid zoals opgenomen in het coalitieakkoord en de meerjarenbegroting 2019-2022. Verder nemen we op dit moment de nieuwe ontwikkelingen op die voortvloeien uit de in de meerjarenbegroting opgenomen strategische en operationele doelen. Het beeld van de begroting 2020 is niet positief. Op dit moment voorzien we voor het begrotingsjaar 2020 een tekort van € 3,5 miljoen, waarvan € 1,3 miljoen incidenteel. Bovenstaande beeld noodzaakt tot het nadenken over de manier waarop we een sluitende begroting kunnen presenteren. Een proces waarmee we inmiddels gestart zijn en dat loopt tot aan het moment dat wij de gemeenteraad de meerjarenbegroting 2020-2023 aanbieden eind september.

  21. Wijziging beslissing op bezwaar met betrekking tot het verzoek om nadeelcompensatie van Gebroeders Verkooijen Distributie b.v.

    Het college besluit:
    De beslissing op bezwaar d.d. 17 mei 2017 te wijzigen in die zin dat het besluit tot afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie in stand blijft maar dat de motivering verbeterd wordt.

    Op 20 mei 2016 heeft uw college besloten het verzoek van Gebroeders Verkooijen Distributie b.v. (hierna te noemen Gebroeders Verkooijen) om toekenning van nadeelcompensatie af te wijzen. Tegen dit besluit is door Gebroeders Verkooijen bezwaar en beroep ingesteld. Tegen de uitspraak van de rechtbank heeft uw college hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
    Op 21 maart 2019 heeft een zitting plaatsgevonden bij de Raad van State. De Afdeling heeft toen partijen verzocht om nader in overleg te gaan om tot een nieuwe schadeberekening te komen, op basis van nog door Gebroeders Verkooijen aan te leveren gegevens. Op 13 mei jl. zijn deze gegevens door Gebroeders Verkooijen aangeleverd. SAOZ heeft aan de hand hiervan een nieuw advies uitgebracht. Aan de hand van dit advies wordt nu voorgesteld om het besluit van 17 mei 2017 in die zin te wijzigen dat de motivering aangepast wordt.

  22. Afwijkingsbesluit Inkoop: Project 171a. Proces sanering fase 2 Bult van Pars Klundert

    Het college besluit:
    Tot toepassing van de afwijkingsbevoegdheid uit het gemeentelijke inkoop- en aanbestedingsbeleid door het verstrekken van een vervolgopdracht aan V&S Milieu Adviseurs voor de directievoering en aan Agel Adviseurs voor de milieukundige begeleiding tijdens de tweede fase van het saneringsproces Bult van Pars te Klundert.

    De Bult van Pars in Klundert moet gesaneerd worden om herontwikkeling mogelijk te maken. De locatie is inmiddels gedeeltelijk gesaneerd. Gedurende het saneringsproces is echter geconstateerd dat het gebied uit meer verontreiniging bestaat dan vooraf uit onderzoeken is gebleken. Om die reden is de eerste fase van de sanering stil komen te liggen. Inmiddels is er door de gemeenteraad budget beschikbaar gesteld om het saneringsproces voort te zetten.
    Onderdeel van de sanering is de directievoering en milieukundige begeleiding tijdens de werkzaamheden. De directievoering is in de eerste fase uitgevoerd door V&S Milieu Adviseurs en de milieukundige begeleiding door Agel Adviseurs. Vanwege efficiency en risicobeheersing is het wenselijk om deze diensten ook in de tweede fase te gunnen aan deze partijen. De begeleiding van de sanering vergt specialistische inzet, in het bijzonder gezien de combinatie milieuverontreiniging en archeologie middenin het centrum van Klundert.
    Gelet op de omvang van de bijkomende kosten, is het op basis van het inkoopbeleid niet mogelijk om een enkelvoudig onderhands opdracht te verlenen. Het college wordt voorgesteld om af te wijken van het gemeentelijke beleid en hiertoe een afwijkingsbesluit te nemen. De directievoering kan hiermee onderhands gegund worden aan V&S Milieu Adviseurs en de milieukundige begeleiding door Agel Adviseurs.