Zienswijze begroting 2020 Werkplein Hart van West-Brabant

Het college besluit:

  1. In te stemmen met de jaarrekening 2018 van het Werkplein Hart van West-Brabant en met het voorstel van het Dagelijks Bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant om het positieve resultaat ad € 266.067 deels beschikbaar te houden (€ 200.000) voor het Werkplein Hart van West-Brabant om te investeren in de mogelijkheid om tijd- en plaatsonafhankelijk te kunnen werken en het resterende deel (€ 66.067) terug te betalen aan de gemeenten.
  2. In te stemmen met de programmabegroting 2020 van het Werkplein Hart van West-Brabant en de bijdragen aan het Werkplein voor je jaren 2020-2023, conform de begroting 2020 van het Werkplein, op te nemen in onze gemeentelijke begroting.
  3. De jaarrekening 2018 en de programmabegroting 2020 van het Werkplein Hart van West-Brabant ter kennisname aan de gemeenteraad te zenden met bijgevoegd raadsvoorstel.
  4. De gemeenteraad met bijgevoegd raadsvoorstel voor te stellen in te stemmen met de volgende zienswijze op de programmabegroting 2020 van het Werkplein Hart van West-Brabant:
    1. De forse (procentuele) toename van doelgroep C heeft geleid tot een opdracht om in 2019 deze doelgroep in beeld te brengen. De gehele groep moet voor 2020 geheel in beeld zijn, waarna keuzes binnen de financiële middelen leiden tot een specifieke aanpak voor deze doelgroep.
    2. Indien het Werkplein in 2019 de taakstelling rond het aantal af te nemen leerwerktrajecten bij de WVS niet haalt, verwachten wij van het Werkplein én de WVS dat zij hier proactief in handelen en in gezamenlijkheid met voorstellen komen tot bijsturing. Het gezamenlijke ketenresultaat moet hierbij voorop staan.
    3. Het Werkplein en de gemeenten stellen gezamenlijk een ambitie voor het klantenbestand vast in het Werkplan 2020. Dit Werkplan komt eind 2019 tot stand op basis van de dan bekende verwachtingen en trends. Dit betekent dat er een andere ambitie in het Werkplan 2020 kan worden vastgesteld dan nu in de begroting is opgenomen.
    4. Wij verwachten van het Werkplein dat meerjarig de aantallen in- en uitstroom per programma in de begroting worden opgenomen. Tevens dienen de financiële consequenties hiervan te worden verwerkt in de meerjarenraming. Dit is ook aangegeven in de financiële richtlijnen die de deelnemende gemeenten hebben opgesteld.
    5. Wij verwachten van het Werkplein dat in de bijlagen van de begroting een overzicht wordt opgenomen met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit moet blijken welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd en met welke reden en de besluitvorming hierover. Tevens dient hieruit de stand van zaken te blijken omtrent de taakstelling.
    6. Wij verwachten dat het Werkplein de aansluiting bij de Divosa Benchmark met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2019 alsnog realiseert en de informatie met de aangesloten gemeenten deelt.
    7. Tenslotte: de raad gaat er van uit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van haar zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.

De gemeente Moerdijk neemt deel aan de Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West-Brabant (het Werkplein). Het Dagelijks Bestuur (DB) van het Werkplein heeft de jaarrekening 2018 aan alle colleges van de aangesloten gemeenten aangeboden. De jaarrekening wordt ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad.
De jaarrekening sluit met een voordelig exploitatieresultaat van € 266.067. Het DB stelt voor € 200.000 beschikbaar te houden voor het Werkplein om te investeren in de mogelijkheid om tijd- en plaatsonafhankelijk te kunnen werken en het resterende deel ad € 66.067 terug te betalen aan de gemeenten.
Het DB van het Werkplein heeft ook de programmabegroting 2020 met de meerjarenbegroting 2021-2023 ingediend. Deze stukken zijn naar de gemeenten gestuurd. Na de zienswijzen van de gemeenten op de begroting zullen de stukken door het Algemeen Bestuur op 11 juli 2019  ter vaststelling worden geagendeerd. Zienswijzen moeten voor 26 juni 2019 aan het Werkplein bekend worden gemaakt. Het college stelt de gemeenteraad voor een zienswijze in te dienen.