Mandaatverlening met betrekking tot handhaving van art. 58r en art. 58n Wpg juncto art. 6.11 Tijdelijke regeling covid-19 (kinderopvang)

Het college besluit:
Mandaat te verlenen aan de Directeur Publieke gezondheid (DPG).
Het betreft de bevoegdheid van het college op grond van artikel 58r Wet publieke gezondheid (Wpg) met betrekking tot toezicht en handhaving van de covid-maatregelen bij kinderopvang. Ondermandaat is mogelijk. Dit is vastgelegd in art. 58r Wpg juncto art. 6.11 Tijdelijke regeling covid-19.

De burgemeester besluit:
Mandaat te verlenen aan de Directeur Publieke gezondheid (DPG) voor wat betreft de bevoegdheid tot het geven van bevelen op grond van artikel 58n Wpg voor zover dit betrekking heeft op het toezicht op de Kinderopvang. De burgemeester heeft de bevoegdheid om direct in te grijpen bij kinderopvang-organisaties om verspreiding van het covid-19 virus te voorkomen. Ondermandaat is mogelijk.

Om verspreiding van het covid-19 virus bij de kinderopvang te voorkomen, is het noodzakelijk dat het college en de burgemeester hun bevoegdheden met betrekking tot toezicht op de kinderopvang en het geven van bevelen in het kader van tegengaan van de verspreiding van covid 19 virus mandateren aan de Directeur Publieke Gezondheid. Deze mandaten worden tijdelijk verleend en worden weer ingetrokken als de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 wordt ingetrokken.