Bestemmingsplan Kadedijk naast 126 – Uitspraak Raad van Statea

Het college besluit:

  1. Kennis te nemen van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 15 april 2020;
  2. In te stemmen met de uitkomsten van het onderzoek locatiespecifiek onderzoek spuitzonering d.d. 9 september 2019 en met de uitkomsten van het locatiespecifiek onderzoek spuitzonering d.d. 13 mei 2020;
  3. In artikel 7 (Algemene gebruiksregels) de volgende voorwaardelijke verplichting op te nemen: Woningen mogen pas in gebruik genomen worden als ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - haag' wordt voldaan aan de volgende inrichtingseis: de aanleg en instandhouding van een in de winter groenblijvende haag, van tenminste 2 m hoog en 0,8 m breed.
  4. Op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan op de locatie van de te realiseren haag, zoals genoemd in het Locatiespecifiek onderzoek van 13 mei 2020, een aanduiding ‘specifieke vorm van wonen: haag’ op te nemen;
  5. Het bestemmingsplan Kadedijk naast 126, met de wijzigingen zoals vermeld onder 3 en 4 en zoals vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.1709.Kadedijknaast126-BP40 naar aanleiding van de uitspraak en de uitgevoerde onderzoeken gewijzigd vast te stellen;
  6. Ten behoeve van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen.

Op 18 april 2018 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Kadedijk naast 126 gewijzigd vastgesteld. Tegen dit besluit zijn twee beroepschriften ingediend. Op 15 april 2020 heeft de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State een tussenuitspraak gedaan. Één beroepschrift is ongegrond verklaard. Het andere beroepschrift is gedeeltelijk gegrond verklaard. De Afdeling bestuursrecht heeft de gemeenteraad opgedragen om aanvullend onderzoek te doen naar de gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en indien nodig, naar aanleiding van dit onderzoek, het genomen besluit binnen 26 weken te herstellen.