Huur binnensportaccommodaties sluitingsperiode Corona

Het college besluit:

  1. De huur voor gebruik van gemeentelijke binnensportaccommodaties door vrijwilligersorganisaties in de periode van 16 maart t/m 30 juni niet in rekening te brengen.
  2. Deze gederfde inkomsten voor een totaalbedrag van € 11.000 ten laste te brengen van de exploitatie van betreffende accommodaties/productnummers in de begroting.
  3. De huur voor gebruik van gemeentelijke binnensportaccommodaties door scholen in de periode van 16 maart t/m 30 juni alsnog in rekening te brengen voor een totaalbedrag van € 16.000.
  4. Aan exploitanten van binnensportaccommodaties op te dragen deze lijn te volgen.
  5. Deze lijn te hanteren als uitgangspunt voor uitwerking bij andere soorten accommodaties.

Het college heeft besloten om voor de periode dat binnensportaccommodaties gesloten waren (16 maart t/m 30 juni) geen huur door te berekenen aan vrijwilligersorganisaties die normaal gesproken gebruikmaken van gemeentelijke binnensportaccommodaties. De gemeente mist hierdoor een bedrag van € 11.000 aan inkomsten. Aan scholen wordt voor deze periode wel huur in rekening gebracht, omdat zij voor gebruik van deze binnensportaccommodaties een gemeentelijke vergoeding krijgen. Dit betreft een totaalbedrag van € 16.000. Om één lijn te trekken voor gebruikers van zowel gemeentelijke binnensportaccommodaties als voor binnensportaccommodaties in beheer van derden wordt aan betreffende exploitanten gevraagd deze zelfde lijn te volgen. Zowel voor exploitanten als voor gemeenten bestaan er mogelijkheden om bij het Rijk een verzoek in te dienen voor compensatie van gederfde huurinkomsten.