Besluitenlijst B&W-vergadering 13 april 2021

Details van de vergadering
Bevat Besluitenlijst B&W-vergadering
Datum: 13 april 2021 van 10:16 tot 00:00
Locatie: Gemeentehuis, kamer 1.59
Aanwezig:
J.P.M. Klijs  burgemeester
ir. J.C. Slagboom gemeentesecretaris
D.J. Brummans wethouder
A.M.J. Dingemans MEd wethouder
C.J.A. van Dorst MBA wethouder
E. Schoneveld  wethouder
C. Polak strategisch communicatieadviseur

Agendapunten

  1. Vaststelling besluitenlijst van de B&W-vergadering van 6 april 2021

    Het college besluit:
    De besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  2. Vaststelling vertrouwelijke besluitenlijst van de B&W-vergadering van 6 april 2021

    Het college besluit:
    De vertrouwelijke besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  3. Overhevelen middelen ten behoeve van invoering Wet inburgering 2020 naar 2021

    Het college besluit: 

    1. Het resterende budget ten behoeve van de invoering van de wet inburgering ter grootte van € 133.257,52 over te hevelen van 2020 naar 2021; deze budgetten bestaan uit 3 onderdelen: 
    2. Rijksmiddelen voor de invoering (ontvangen in 2020: € 73.581) 
    3. Rijksmiddelen voor de ‘ondertussengroep’ en bestemd voor facilitering invoering nieuwe wet (ontvangen in 2020: € 43.000) 
    4. Lokaal beschikbaar gesteld budget in 2020 van € 50.000 

    In 2020 heeft de gemeente vanuit het Rijk een invoeringsbudget ontvangen om zich voor te bereiden op de invoering van deze wet van €73.581. Daarnaast ontving de gemeente een budget voor de huidige groep inburgeringsplichtigen (de zg. ‘ondertussengroep’) en om de transitie naar de nieuwe werkwijze vorm te geven van €43.000. De gemeenteraad stelde daarnaast een budget van €50.000 ter beschikking. 

    Van de beschikbare middelen is minder uitgegeven dan was gepland. Dit houdt deels verband met het uitstel van de invoering van de wet naar 1-1-2022. Daarnaast is er minder uitgegeven omdat door de beperkingen vanwege Corona geplande activiteiten stil kwamen te liggen. In totaal is in 2020 € 33.323,48 uitgegeven. De doelstellingen uit 2020 zijn daarmee niet behaald. 

    De uitvoering van de wet (en de voorbereidingen op de invoering) worden gedaan door het Werkplein Hart van West-Brabant. Vanwege het uitstel van de wet zal een groot deel van de voorbereiding op de invoering van de wet plaatsvinden in 2021, in plaats van (zoals eerder gepland) in 2020. Hiertoe worden door het Werkplein in 2021 kosten verwacht ter grootte van € 29.056. Daarnaast wil het Werkplein – conform de wens van de diverse gemeenteraden - al in 2021 starten met de nieuwe werkwijze in de geest van de nieuwe wet (binnen de richtlijnen van het ministerie). Dit was eerder niet voorzien, en komt voort uit het uitstel van de invoering van de wet. U wordt gevraagd om het restant van het oorspronkelijke invoeringsbudget van € 73.581 hiertoe over te hevelen naar 2021. Daarnaast wordt u gevraagd om het restant van het rijksbudget voor de ondertussengroep en het resterende lokaal beschikbaar gestelde budget uit 2020 over te hevelen naar 2021. 

    Hiervan kunnen de (lokale) kosten voor de Divosa benchmark statushouders en de kosten die gemaakt worden om statushouders te huisvesten (samen circa € 14.700) worden betaald. Daarnaast is het met het resterende budget mogelijk om op lokaal niveau extra te investeren in de toeleiding naar werk en vergroten van de zelfredzaamheid van de huidige groep status-houders. Dit is passend bij de doelstelling om de ‘ondertussen-groep’ te ondersteunen. Indien het budget hiervoor bijvoorbeeld vanwege de corona-beperkingen niet kan worden aangewend, vloeit het bedrag in 2022 terug naar de algemene reserve. 

  4. Uitvoering Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in de Kinderopvang vanaf 2021

    Het college besluit: 

    1. In te stemmen met de raamovereenkomst Voor- en vroegschoolse educatie gemeente Moerdijk en ondertekening te mandateren aan teamleider Mens en Maatschappij: 
      • Het college mandateert de bevoegdheid om een overeenkomst aan te gaan aan de teamleider (op grond van artikel 160 Gemeentewet besluit het college tot het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten); 
      • De Burgemeester machtigt de teamleider voor het ondertekenen van de overeenkomst (op grond van artikel 171 Gemeentewet vertegenwoordigt de burgemeester de gemeente “in en buiten rechte”, hetgeen betekent dat hij alle overeenkomsten tekent). 
    2. In te stemmen met het afwijken van het algemene inkoopbeleid van de gemeente Moerdijk ten behoeve van het enkelvoudig gunnen van een raamovereenkomst aan kinderdagver-blijven binnen gemeente Moerdijk. 

    Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) vormt een speerpunt van het wettelijk verplichte Onderwijsachterstandenbeleid. Het is als compensatie bedoeld voor kinderen die thuis te weinig ontwikkelingsgerichte stimulering ontvangen. Het consultatiebureau (TWB) indiceert of er sprake is van een achterstand en geeft een doorverwijzing om naar een VVE gecertificeerde kinderopvang te gaan. Ouders kunnen zelf kiezen naar welke kinderopvang ze gaan. In het Landelijke Kinderopvang Register (LRK) kunnen ouders terugvinden of een kinderopvanglocatie een VVE certificering heeft. Een VVE Kinderopvanglocatie hebben speciaal getrainde leidsters en bieden peuters met een indicatie extra ondersteuning (dagdelen opvang). 

    Van subsidie naar raamovereenkomst 

    Bekostiging van VVE is niet nieuw. De gemeente werkt al jaren samen met kinderopvangorganisaties om VVE aan te bieden en ontwikkelachterstanden bij jonge kinderen te verhelpen. Voorheen deden we dit als gemeente via een kindplaatsvergoeding. Om effectiever te kunnen sturen op resultaat en onnodige administratie te voorkomen kiest het college er voor om vanaf september 2021 de VVE in te kopen via een raamovereenkomst. 

    Bekostiging in plaats van vergoeding 

    Wel nieuw is de bekostigingsmethodiek. Het college heeft gekozen voor bekostiging van een deel van de afgenomen kinderopvang uren en gehele vergoeding van de kwaliteit VVE, in plaats van totale bekostiging opvang per kind. De kwaliteit van de locatie wordt door de bekos-tiging geborgd en versterkt. Het college is van mening dat het versterken van de kwaliteit van kinderopvanglocaties ook nog ten goede komt aan alle kinderen die naar de kinderopvang gaan. Maar vooral dat het grootst mogelijk effect van inzet op VVE hiermee wordt bereikt. 

  5. Stand van zaken en vervolg uitvoering keuzedocument

    Het college besluit: 

    1. Kennis te nemen van de stand van zaken uitvoering keuzedocument. 
    2. De volgende uitgangspunten t.b.v. het vervolgtraject vast te stellen: 
      • Alle nadere onderzoeken (die niet al bij de Kadernota 2022 gereed zijn) worden uitgevoerd (tenzij de raad bij de Kadernota 2022 anders besluit) en zijn uiterlijk bij het opstellen van de Begroting 2022 gereed (eind augustus 2021). 
      • Wanneer de algemene stelpost van € 200.000 niet volledig ingevuld wordt met de nader te onderzoeken maatregelen, wordt bij het opstellen van de Begroting 2022 naar een alternatieve dekking gezocht. 
      • Het nadere onderzoek naar de subsidies, bibliotheek en kinderboerderij maakt onder-deel uit van de scan Mens & Maatschappij, maar heeft een aparte status. Aan dit nadere onderzoek hangt geen taakstelling. De uitkomsten van het onderzoek naar de betreffende subsidies worden betrokken bij de algemene stelpost van € 200.000, zodat de raad in staat wordt gesteld een integrale afweging te maken. 
    3. In te stemmen met het vervolgtraject. 
    4. De raad via bijgevoegde raadsinformatiebrief op de hoogte te brengen van de stand van zaken en het vervolgtraject van de uitvoering van het keuzedocument. 
    5. De raadsinformatiebrief meteen na vaststelling op 13 april naar de raad te versturen. 

    Bij vaststelling van de Begroting 2021-2024 heeft de gemeenteraad op basis van het keuze-document ingestemd met diverse maatregelen, kennisgenomen van verschillende nader te onderzoeken maatregelen, 2 taakstellingen doorgevoerd en bij amendement een aantal wijzigingen/aanvullingen vastgesteld. 

    De verdere uitwerking en uitvoering van deze besluiten zijn opgepakt onder de noemer ‘uitvoering keuzedocument’. Via een raadsinformatiebrief brengt het college de gemeenteraad op de hoogte van de voortgang van de uitvoering van het keuzedocument en brengt het college het vervolgtraject in beeld. Voor een goed verloop van het vervolgtraject heeft het college een aantal uitgangspunten vastgesteld. 

  6. Regionale Investeringsagenda (RIA) regio Breda

    Het college besluit: 

    1. Kennis te nemen van de stand van zaken van de Regionale Investeringsagenda (RIA) regio Breda april 2021; 
    2. De RIA regio Breda als bouwsteen in te brengen in het proces van het Verstedelijkings-akkoord voor de stedelijke regio Breda-Tilburg (SRBT); 
    3. De RIA als bouwsteen te gebruiken voor de gemeentelijke omgevingsvisie en als ambitie-document te benutten in contacten met provincie, rijkspartners en private partijen; 
    4. De raad te informeren over de RIA regio Breda en het Verstedelijkingsakkoord SRBT met bijgaande raadsinformatiebrief. 

    Eind 2019 is Breda toegetreden tot de NOVI-alliantie. Dit is een samenwerking van markt-partijen, overheden en semi overheden met het oogmerk om de uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) een versnelling te geven. Binnen het verband van de NOVI-alliantie is het instrument van de Regionale Investeringsagenda (RIA) geïntroduceerd als middel om de opgaven die voortkomen uit de NOVI in samenhang bij elkaar te brengen tot een gebundelde regionale propositie. 

    Gestart vanuit een samenwerking van vier gemeenten (Breda, Etten-Leur, Oosterhout en Zundert), is de RIA regio Breda gaandeweg het traject van uitwerking, een propositie geworden van tien functioneel samenhangende gemeenten (aangevuld met Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Drimmelen, Geertruidenberg en Moerdijk). Een propositie waarin deze gemeenten hun meerjarige ambities voor gezonde groei in en van deze regio voor het voetlicht brengen als aanbod aan het Rijk en andere partners om samen te werken aan deze gezamenlijke opgaven. 

    Parallel aan het spoor van de RIA regio Breda loopt het spoor van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze is in september 2020 vastgesteld. In de NOVI worden regionale verstedelijkings-strategieën aangekondigd voor die regio’s waar het Rijk partner is. Voor Brabant wordt ook een verstedelijkingsstrategie uitgewerkt, welke op de schaal van de stedelijke regio’s in Brabant een vertaling krijgt in verstedelijkingsakkoorden. De stedelijke regio Breda-Tilburg is één van de stedelijke regio’s waarvoor een verstedelijkingsakkoord zal worden uitgewerkt. Het verstedelijkingsakkoord gaat een afsprakenkader bieden met het Rijk over de uitvoering van de verstedelijkingsopgaven in deze stedelijke regio. Op 18 december 2020 is daartoe een eerste bestuurlijke bijeenkomst op de schaal van de stedelijke regio Breda-Tilburg (SRBT) georganiseerd waar deze opdracht met enthousiasme is aangenomen. Nu komen beide sporen bij elkaar. Met de uitwerking van de RIA regio Breda ligt er een mooie bouwsteen voor het verstedelijkingsakkoord SRBT.