Besluitenlijst B&W-vergadering 31 augustus 2021

Details van de vergadering
Bevat Besluitenlijst B&W-vergadering
Datum: 31 augustus 2021
Locatie: Gemeentehuis, kamer 1.59
Aanwezig:
A.J. Moerkerke burgemeester
ir. J.C. Slagboom gemeentesecretaris
D.J. Brummans wethouder
A.M.J. Dingemans MEd wethouder
C.J.A. van Dorst MBA wethouder
E. Schoneveld wethouder
Afwezig:
C. Polak strategisch communicatieadviseur

Agendapunten

  1. Vaststelling besluitenlijst B&W-vergadering van 3 augustus 2021

    Het college besluit:
    De besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  2. Vaststelling vertrouwelijke besluitenlijst B&W-vergadering van 3 augustus 2021

    Het college besluit:
    De vertrouwelijke besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  3. Variant- en locatiekeuze project 197. Toekomstbestendige gymaccommodaties Zeven-bergen

     Het college besluit:

    De gemeenteraad voor te stellen om:

    De notitie “Variant- en locatiekeuze project 197. Toekomstige gymaccommodaties Zevenbergen” vast te stellen en op basis hiervan de volgende keuzes te maken:

    1. inzetten op uitvoering van variant D, welke bestaat uit:
      1. fase 1: 

        gymzaal in MFC De Neerhof behouden (1 zaaldeel)

        gymzaal Droge Mark tijdelijk behouden (1 zaaldeel)

        gymzaal in Lindonk tijdelijk behouden (1 zaaldeel)

        realisatie nieuwe sporthal met 3 zaaldelen (voor o.a. Markland College Zeven-bergen en verenigingen):
      2. fase 2: vervangen van de gymzalen in de Lindonk en Droge Mark op één of meerdere nader te bepalen locatie(s);
    2. kiezen voor een ruime maatvoering voor de nieuwe sporthal in fase 1 en in nader onderzoek bepalen welke optie het beste aansluit bij de wensen en behoeften van de scholen en verenigingen;
    3. voor fase 1 van variant D inzetten op realisatie op de locatie nabij zwembad de Bosselaar;
    4. instemmen met de randvoorwaarden voor verdere uitwerking zoals gesteld onder hoofdstuk 9 van de notitie:
      1. het gymonderwijs (bovenwettelijk) in ruimte faciliteren, wettelijke klokuren vergoeden;
      2. de maatvoering van de afzonderlijke zaaldelen moet minimaal voldoen aan de maatvoering conform het advies van de KVLO of groter;
      3. de (sport)verenigingen faciliteren in de reële ruimtebehoefte;
      4. multifunctioneel gebruik stimuleren; alle kosten van een monofunctionele voorziening zijn voor de vereniging zelf;
      5. basisvoorzieningen voor het gymonderwijs inclusief gyminventaris faciliteren en de basisbehoefte van verenigingen faciliteren door het bieden van ruimte.

    De gemeente heeft een wettelijke taak om te voorzien in voldoende gymaccommodaties voor scholen in het primair en voortgezet onderwijs. Binnen Zevenbergen wordt voor het gymonder-wijs gebruik gemaakt van sportaccommodatie de Borgh, de gymzaal in de Neerhof, de gymzaal in sportcentrum Lindonk en de gymzaal Droge Mark. Met het op korte termijn (1 oktober 2022) wegvallen van de sportaccommodatie in de Borgh vervalt een groot deel van de binnensport-accommodatie voor scholen en verenigingen. Hiernaast zijn de gymzaal Droge Mark en de gymvoorzieningen in de Lindonk in (redelijk) goede onderhoudstechnische staat, maar gedateerd. Om te komen tot toekomstbestendige gymaccommodaties in de kern Zevenbergen zijn meerdere varianten en locaties in beeld gebracht. Deze zijn opgenomen in de notitie “Variant- en locatiekeuze project 197. Toekomstige gymaccommodaties Zevenbergen”. De gemeenteraad wordt voorgesteld hierin een keuze te maken en de gekozen variant verder uit te werken en op haalbaarheid te onderzoeken. Met de vaststelling van de notitie en de gemaakte keuzes wordt de ontwikkelrichting en locatie formeel vastgelegd en kan de volgende fase van het haalbaarheidsonderzoek van start gaan. Deze fase betreft onder andere de verdere uitwerking van de gekozen variant voor de gekozen locatie en nader onderzoek naar de haalbaarheid (financieel, ruimtelijk en maatschappelijk).

  4. Principeverzoek woningbouw locatie Koning Haakonstraat 10-12 Moerdijk

    Het college besluit:

    1. Kennis te nemen van het principeverzoek van Remmers Bouwgroep om de bedrijfslocatie Koning Haakonstraat 10-12 in Moerdijk te mogen transformeren naar woningbouw.
    2. Niet in te stemmen met het principeverzoek om de bedrijfslocatie Koning Haakonstraat 10-12 in Moerdijk in de voorgestelde omvang te mogen ontwikkelen naar woningbouw.
    3. Het college is positief over woningbouw op de locatie en staat open voor een alternatief plan waarbij minder woningen en meer diversiteit in woningtypes wordt voorgesteld.

    Voor de locatie Koning Haakonstraat 10-12 in Moerdijk heeft de eigenaar een principeverzoek ingediend. Het betreft het transformeren van een bedrijfsbestemming naar een woonbestem-ming voor 33 middeldure huurwoningen en 4 starterswoningen op grond van de gemeente. Het plan houdt geen rekening met diverse belangrijke aspecten waaronder klimaatbestendigheid en is te eenzijdig wat woningtypes betreft.

    Omdat er in de kern al diverse andere locaties in verschillende stadia van ontwikkeling zijn, die voorzien in de woningbehoefte van de kern Moerdijk besluit de gemeente Moerdijk niet positief op dit principeverzoek. Wel besluit het college dat zij open staat voor een alternatief plan met minder woningen en meer diversiteit in woningtypes.

  5. Visie Integraal Risicomanagement

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen de Visie Integraal risicomanagement 2021 vast te stellen.

    Met ingang van het verslagjaar 2022 dient het college van B &W zelf een rechtmatigheids-verantwoording richting de raad af te leggen. Een continu inzicht in actuele risico’s is hierbij van groot belang. Dit vereist een organisatiebrede in- en uitvoering van integraal risicomanagement, waarbij duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. Als basis hiervoor dient de visie Integraal risicomanagement 2021. Hierin wordt stilgestaan bij wat er in de gemeente Moerdijk onder inte-graal risicomanagement wordt verstaan. Vragen die hierbij beantwoord worden zijn: “Waarom voeren we risicomanagement uit en welk effect willen we verkrijgen?” en “Wie heeft welke verantwoordelijkheden?”.

  6. Groenblauwe zone A17, klimaatbos

    Het college besluit om de raad te vragen:

    1. Kennis te nemen van de ambitievisie groenblauwe mantel haven Moerdijk;
    2. In te stemmen met de verdere uitwerking om te komen tot een voorontwerp van de groen-blauwe bufferzone (Klimaatbos A17) bij de haven van Moerdijk;
    3. De raad voor te stellen om een budget beschikbaar te stellen van € 80.000. Hiervan wordt € 60.000 gedekt door bijdragen van deelnemende partners, de overige € 20.000 kan worden gedekt uit de stelpost nieuw beleid specifiek voor dit onderwerp geoormerkte middelen.

    De klimaatverandering met als gevolg extreme neerslag en lange periodes van droogte, heeft gevolgen voor het havenbedrijf van Moerdijk en de omgeving. De extreme neerslag kan zorgen voor verstoring van bedrijfsprocessen en een niet functionerende infrastructuur op het haven- en industrieterrein. Hevigere neerslag en vaker langdurige periodes van droogte hebben ook gevolgen voor de agrarische gebieden nabij het haven- en industrieterrein. Vanuit een gezamenlijk belang om het havengebied te verbeteren, hebben de betrokken partijen (Haven-schap, Brabants milieu federatie Waterschap de Brabants Delta, Provincie Noord-Brabant, Gemeente Moerdijk en Staatsbosbeheer) de visie groenblauwe mantel haven Moerdijk opgesteld. Eén van de maatregelen uit de ‘Ambitievisie groenblauwe mantel’ is om de zone tussen het haven- en industrieterrein en de A17 te transformeren om zo de genoemde gevolgen van de klimaatverandering te beperken en bovendien om de natuur en beleving te verbeteren. Het raadsvoorstel betreft alleen de voornoemde groenblauwe bufferzone. De ambitie is om deze zone aan te laten sluiten bij het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De waterpartners op het haven- en industrieterrein Moerdijk hebben een gezamenlijke ambitie om het watersysteem op het terrein te verduurzamen en dit plan draagt eveneens bij aan en is een mooi voorbeeld van klimaatadaptatie. De groenblauwe zone A17 wordt als klimaat- en waterbuffer een robuuste schakel in het ecosysteem van de NL Delta. De betrokken partners zien de (meekoppel)- kansen en potenties van dit plan en hebben op deze unieke zichtlocatie al een grote grondpositie.Om het schetsontwerp van het deelproject ‘Klimaatbos A17’ uit te werken tot een voorontwerp met bestek, ligt nu dit raadvoorstel waarover een besluit genomen moet worden.

  7. Vervolg principeverzoek Zonnepark Sabinadijk

    Het college besluit:
    In te stemmen met verdere planvorming van zonnepark Sabinadijk, waaronder het verder concretiseren van de lokale participatie in samenspraak met STEM en het voeren van de omgevingsdialoog met de omgeving van het project.

    In 2020 heeft het college een principebesluit genomen op het principeverzoek van RWE voor het realiseren van een zonnepark tussen de bestaande windmolens direct aan de dijk. Daarbij zijn door college een aantal voorwaarden gesteld, die door initiatiefnemer moeten worden ingevuld. Er moet sprake zijn van cable pooling, er moet invulling gegeven worden aan lokale participatie en er moet in het plan voldoende aandacht zijn voor de ecologische waarden. Initiatiefnemer heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om hier invulling aan te geven en doet hiervan verslag in bijgevoegde brief. College stemt in met verdere uitwerking van de plannen zoals in de brief geschetst.

  8. Principeverzoek ontwikkeling bedrijfslocatie (ZNS) aan de Kadedijk Fijnaart

    Het college besluit:

    1. Kennis te nemen van het principeverzoek voor woningbouwontwikkeling op de bedrijfslocatie naast Kadedijk 77 in Fijnaart.
    2. Positief te reageren op het idee om 50 woningen te ontwikkelen op de bedrijfslocatie (ZNS) aan de kadedijk in Fijnaart.
    3. Dit initiatief te betrekken bij het eerstvolgende afwegingsmoment kansrijke initiatieven, eerste kwartaal 2022, indien het initiatief als gemeentelijk project moet worden opgepakt.

    Voor de, als ZNS locatie bekend staande, bedrijfslocatie aan de Kadedijk is een principeverzoek ingediend om daar 50 woningen te mogen bouwen. Omdat deze functiewijziging de leef-omgeving positief zal beïnvloeden staat de gemeente Moerdijk positief ten opzichte van dit idee. Omdat het initiatief het creëren van een volledig nieuwe woonbuurt betreft moet het project-matig worden opgepakt.

  9. Ontwerp bestemmingsplan Volkerakweg 2B te Heijningen

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met het ontwerp bestemmingsplan Volkerakweg 2B te Heijningen (NL.IMRO.1709.BPBGVolkerakweg2B-BP30 van de gemeente Moerdijk);
    2. Het ontwerp bestemmingsplan ter kennis te brengen aan de gemeenteraad via een raadsinformatiebrief;
    3. Dit ontwerp bestemmingsplan te publiceren en voor de periode van 6 weken ter visie te leggen;
    4. In te stemmen met de anterieure overeenkomst Volkerakweg 2B Heijningen.

    Op 10 december 2019 heeft het college besloten in principe medewerking te verlenen aan een verzoek van de initiatiefnemer. Van 23 april 2021 tot en met 3 juni 2021 heeft het voorontwerp ter visie gelegen, daar zijn geen reacties op gekomen. De initiatiefnemer heeft in het verleden het agrarisch bedrijf aan de Volkerakweg 2B te Heijningen overgenomen. Op dit moment voert hij hier een agrarisch-technisch hulpbedrijf uit, dit is strijdig met het bestemmingsplan. Om de bedrijfsvoering voort te kunnen zetten is een bestemmingsplanwijziging nodig, hiervoor wordt gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan Buitengebied (2018).

    De initiatiefnemer wil de bestemming van Agrarisch wijzigen naar Bedrijf - Agrarisch aanverwant ten behoeve van landbouwmechanisatie. Dit bedrijf behoort tot milieucategorie 3. De bouwstede wordt omgezet in een bouwvlak. Verder worden de kassen gesloopt en in plaats daarvan wordt een loods teruggebouwd. De bestaande loods gaat gebruikt worden voor opslag. De vervangende loods wordt gebruikt als werkplaats. De totale oppervlakte van de bebouwing blijft gelijk.

    Het college heeft reeds besloten dat het opstellen van een milieu effecten rapportage niet nodig is en besluit in te stemmen met het ontwerp bestemmingsplan. Dit plan wordt voor een periode van 6 weken ter visie gelegd. Het college sluit een anterieure overeenkomst met de initiatief-nemer waarin afspraken gemaakt zijn over planschade en landschappelijke inpassing. De gemeenteraad wordt met een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Gedurende 6 weken vanaf de publicatie kan iedereen een inspraakreactie op het plan indienen bij het college. Na vaststelling door het college staat beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

  10. Extra 2 fte RMC trajectbegeleiders RBL West-Brabant

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met het voor één jaar aanstellen van extra 2 fte (RMC Vliegende keep en RMC trajectbegeleider werk) in het RBL West-Brabant;
    2. In te stemmen met het dekken van de kosten, totaal € 158.000,-, uit de eenmalige extra specifieke uitkering RMC functie 2020-2021, totaal € 194.353,21, die ontvangen wordt door 10 gemeenten, waaronder Moerdijk, die trajectbegeleiding hebben uitbesteed aan het RBL West-Brabant.

    Eenmalige extra specifieke uitkering RMC functie 2020-2021.

    De coronacrises vergt extra capaciteit om jongeren te begeleiden en te ondersteunen ter voorkoming van voortijdig schoolverlaten. Daarom heeft het ministerie van O.C. en W. € 194.353,21 extra specifieke uitkering RMC (Regionaal Meld- en Coördinatiepunt voortijdig schoolverlaten) beschikbaar gesteld. Op grond van de gebruikelijke verdeelsleutel (aantal jongeren 5 t/m 22 jaar) ontvangt de gemeente Moerdijk hiervan € 15.310,30.

    Voor de 10 gemeenten die deze begeleiding laten uitvoeren door het Regionaal Bureau Leren West-Brabant (RBL) heeft het RBL voorgesteld om voor één jaar extra 2 fte in te zetten:

    1. RMC Vliegende keep, die functioneert naast de binnen het RBL aan vaste scholen verbonden leerplichtambtenaren en trajectbegeleiders.
    2. RMC trajectbegeleider aandachtsgebied Werk, die zich zal richten op vsv-ers waarbij een startkwalificatie niet haalbaar is en inzetten op duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.

     De kosten voor de extra 2 fte aan het RBL bedragen voor de 10 gemeenten totaal € 158.000.

    Deze kosten kunnen gedekt worden uit de eenmalige extra specifieke uitkering RMC voor de 10 gemeenten. Op grond van de gebruikelijke verdeelsleutel (aantal jongeren 5 t/m 22 jaar) zullen de kosten aan iedere gemeente in rekening worden gebracht.

  11. Vaststellen algemene inkoopvoorwaarden gemeente Moerdijk

    Het college besluit:

    1. De "Algemene inkoopvoorwaarden voor Leveringen en Diensten Gemeente Moerdijk" vast te stellen en per 15 september 2021 in te laten gaan;
    2. De “Gemeentelijke inkoopvoorwaarden bij IT (GIBIT) Gemeente Moerdijk” vast te stellen en per 15 september 2021 in te laten gaan;
    3. De Algemene inkoopvoorwaarden voor leveringen en diensten d.d. 6 februari 2018 in te trekken;
    4. De Gemeentelijke inkoopvoorwaarden bij IT (GIBIT) Gemeente Moerdijk d.d. 6 februari 2018 in te trekken;

    Door gewijzigde wet- en regelgeving is het nodig om de bestaande inkoopvoorwaarden voor Leveringen en Diensten en voor IT-diensten te actualiseren. Daarnaast heeft de VNG de gestandaardiseerde inkoopvoorwaarden voor zowel Leveringen en Diensten als voor IT-diensten geactualiseerd. Deze wijzigingen zijn in opdracht van de VNG door specialisten opgesteld en deze willen we graag overnemen.

  12. Pilot samenwerking Jeugdeducatiefonds

    Het college besluit:

    1. Voor het Jeugdeducatiefonds kennen wij een subsidie toe van € 9.000 voor het schooljaar 2021/2022 voor de scholen De Rietvest uit Klundert en De Toren uit Zevenbergen.
    2. Instemmen met het Uitvoeringsovereenkomst met het Jeugdeducatiefonds.
    3. In juni 2022 met de twee deelnemende scholen evalueren op de volgende punten:
      1. Welke aanvragen worden gedaan? Wat zegt dit over bepaalde, al dan niet voorliggende, voorzieningen?
      2. Wat doet het Jeugdeducatiefonds anders dan de gemeente en wat is het resultaat daarvan?
      3. Welke lessen zijn er te trekken voor de gemeente qua beleid?
    4. Naar aanleiding van de uitkomst van deze evaluatie in juni 2022 besluiten of wij deze samenwerking voortzetten.
    5. De subsidies ten laste brengen van het budget Armoedebeleid 663005/43710.

    Ondersteuning via het onderwijs is noodzakelijk, omdat uit onderzoek blijkt dat leerlingen uit de armste gezinnen het minder goed doen op school. Daardoor is er sprake van toenemende kansenongelijkheid. Scholen met veel kinderen die opgroeien in een achterstandssituatie hebben meer extra financiering nodig om zo de kansen voor hun leerlingen te vergroten. De school is de basis voor veel kinderen en de leerkracht speelt een cruciale rol in hun begeleiding.

  13. Toepassen Wet voorkeursrecht gemeenten (ex artikel 4 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg)) op de locatie Zevenbergen-Noord 01

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om: 

    1. Kennis te nemen van het besluit van het college van B&W van 8 juni 2021 (ex artikel 6 Wet voorkeursrecht gemeenten, hierna: Wvg) tot het toepassen van de Wvg op (een deel van) de locatie Zevenbergen-Noord.
    2. Te concluderen dat de structuurvisie 'Moerdijk 2030' de planologische grondslag vormt op basis waarvan het voorkeursrecht kan worden gevestigd, dat om die reden het voorkeurs-recht op grond van artikel 4 Wvg wordt gevestigd, en te concluderen dat als eerstvolgende planologische grondslag wordt overgegaan tot het vaststellen van een bestemmingsplan/ omgevingsplan.
    3. Aan te wijzen op basis van artikel 4 Wvg voor de duur van drie jaren als percelen en perceelsgedeelte waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn, de percelen en het perceelsgedeelte, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte kadastrale tekening met nummer TK-30445174-03 en perceelslijst met nummer PL-30445174-03, inhoudende de kadastrale aanduiding van de in de aanwijzing opgenomen percelen en perceelsgedeelte, hun grootte, alsmede de namen van de eigenaren en de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, één en ander volgens de openbare registers van het Kadaster per 28 mei 2021.
    4. Te concluderen dat de percelen en het perceelsgedeelte niet eerder in een aanwijzing op grond van de Wvg betrokken zijn geweest.
    5. Dit besluit te publiceren in onder meer het Gemeenteblad en het ter plaatse verschijnende blad de 'Moerdijkse Bode', opdat het rechtsgevolg als bedoeld in artikel 7, eerste lid Wvg ontstaat.
    6. Te concluderen dat het onderhavige besluit van rechtswege vervalt drie jaar na dagtekening van dat besluit, tenzij voor dit tijdstip een bestemmingsplan/omgevingsplan is vastgesteld.
    7. Te concluderen dat er wel een zienswijze is ingediend en dat deze zienswijze geen aanleiding geeft om het raadsvoorstel en/of -besluit aan te passen.

    Teneinde te voorkomen dat gronden in dit noordelijke bedrijventerreindeel worden vervreemd en als gevolg daarvan de gemeente mogelijk grip op een ontwikkeling van het gebied verliest, is het nodig een gemeentelijk voorkeursrecht te vestigen. Dit wordt nu voorgesteld aan de raad om te bestendigen.

  14. Toepassen Wet voorkeursrecht gemeenten (ex artikel 4 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg)) op de locatie Zevenbergen-Oost

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om: 

    1. Kennis te nemen van het besluit van het college van B&W van 8 juni 2021 (ex artikel 6 Wet voorkeursrecht gemeenten, hierna: Wvg) tot het toepassen van de Wvg op (een deel van) de locatie Zevenbergen-Oost.
    2. Te concluderen dat de structuurvisie 'Moerdijk 2030' de planologische grondslag vormt op basis waarvan het voorkeursrecht kan worden gevestigd, dat om die reden het voorkeurs-recht op grond van artikel 4 Wvg wordt gevestigd, en te concluderen dat als eerstvolgende planologische grondslag wordt overgegaan tot het vaststellen van een bestemmingsplan/ omgevingsplan.
    3. Aan te wijzen op basis van artikel 4 Wvg voor de duur van drie jaren als percelen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn, de percelen, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte kadastrale tekening met nummer TK-30445274-02 en perceelslijst met nummer PL-30445274-02, inhoudende de kadastrale aanduiding van de in de aanwijzing opgenomen percelen, hun grootte, alsmede de namen van de eigenaren en de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, één en ander volgens de openbare registers van het Kadaster per 26 mei 2021.
    4. Te concluderen dat de percelen niet eerder in een aanwijzing op grond van de Wvg betrokken zijn geweest.
    5. Dit besluit te publiceren in onder meer het Gemeenteblad en het ter plaatse verschijnende blad de 'Moerdijkse Bode', opdat het rechtsgevolg als bedoeld in artikel 7, eerste lid Wvg ontstaat.
    6. Te concluderen dat het onderhavige besluit van rechtswege vervalt drie jaar na dagtekening van dat besluit, tenzij voor dit tijdstip een bestemmingsplan/omgevingsplan is vastgesteld.
    7. Te concluderen dat er geen zienswijzen zijn ingediend en geen aanleiding bestaat om het raadsvoorstel en/of -besluit aan te passen.

    Om te voorkomen dat de gronden binnen het de locatie Zevenbergen-Oost worden vervreemd en als gevolg daarvan de gemeente mogelijk grip op een ontwikkeling van het gebied verliest, is het nodig een gemeentelijk voorkeursrecht te vestigen. Dit wordt nu voorgesteld aan de raad om te bestendigen.

  15. Toepassen Wet voorkeursrecht gemeenten (ex artikel 5 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg)) op de locatie Zevenbergen-Noord 02

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om: 

    1. Kennis te nemen van het besluit van het college van B&W van 8 juni 2021 (ex artikel 6 Wet voorkeursrecht gemeenten, hierna: Wvg) tot het toepassen van de Wvg op (een deel van) de locatie Zevenbergen-Noord.
    2. Te concluderen dat er thans geen planologische grondslag (een structuurvisie of een bestemmingsplan) aanwezig is op basis waarvan het gemeentelijk voorkeursrecht kan worden gevestigd, om die reden het gemeentelijk voorkeursrecht op grond van artikel 5 Wvg wordt gevestigd en te concluderen dat als eerstvolgende planologische grondslag wordt overgegaan tot het vaststellen van een structuurvisie/omgevingsvisie.
    3. Aan te wijzen op basis van artikel 5 Wvg voor de duur van drie jaren als percelen en perceelsgedeelte waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn, de percelen en perceelsgedeelte, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte kadastrale tekening met nummer TK-30445174-04 en perceelslijst met nummer PL-30445174-04, inhoudende de kadastrale aanduiding van de in de aanwijzing opgenomen percelen en perceelsgedeelte, hun grootte, alsmede de namen van de eigenaren en de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, één en ander volgens de openbare registers van het Kadaster per 31 mei 2021.
    4. Te concluderen dat de percelen en het perceelsgedeelte niet eerder in een aanwijzing op grond van de Wvg betrokken zijn geweest.
    5. Dit besluit te publiceren in onder meer het Gemeenteblad en het ter plaatse verschijnende blad de 'Moerdijkse Bode', opdat het rechtsgevolg als bedoeld in artikel 7, eerste lid Wvg ontstaat.
    6. Te concluderen dat het onderhavige besluit van rechtswege vervalt drie jaar na dagtekening van dat besluit, tenzij voor dit tijdstip een structuurvisie/omgevingsvisie is vastgesteld.
    7. Te concluderen dat er wel een zienswijze is ingediend en dat deze zienswijze geen aanleiding geeft om het raadsvoorstel en/of -besluit aan te passen.

    Teneinde te voorkomen dat gronden in dit noordelijke bedrijventerreindeel worden vervreemd en als gevolg daarvan de gemeente mogelijk grip op een ontwikkeling van het gebied verliest, is het nodig een gemeentelijk voorkeursrecht te vestigen. Dit wordt nu voorgesteld aan de raad om te bestendigen.

  16. Toepassen Wet voorkeursrecht gemeenten (ex artikel 5 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg)) op de locatie Landschapszijde centrum Fijnaart

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om: 

    1. Op grond van artikel 5 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) percelen gelegen in het gebied “Landschapszijde centrum Fijnaart” aan te wijzen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn. De percelen zijn aangegeven op het bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte grondplantekening met nummer 373.21.8020-GPN001 d.d. 4 juni 2021 en op de percelenlijst, waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen percelen, de grootte en de namen van de eigenaren en van de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, een en ander naar de rechtstoestand van (volledig bijgewerkt t/m) 28 mei 2021;
    2. De onder 1 bedoelde percelen aan te wijzen om de realisatie de toegedachte bestemming ‘Wonen, commercieel en maatschappelijk’, zoals op masterplantekening met nummer 373.21.8020-MPL001 d.d. 4 juni 2021 is aangegeven, zeker te stellen;
    3. Dit besluit te nemen ter bestendiging van het besluit van 29 juni 2021 van het college van de gemeente Moerdijk, welk besluit van rechtswege vervalt, zodra dit raadsbesluit rechtskracht heeft;
    4. Dat dit besluit op basis van artikel 9 lid 3 van de Wvg een maximale werkingsduur heeft van drie jaar;
    5. Dat voor afloop van de werkingsduur van het voorkeursrecht – indien de ruimtelijke planvorming nog niet zo ver is dat voor het gebied ”Landschapszijde centrum Fijnaart” een bestemmingsplan is vastgesteld – overgegaan zal worden tot vaststelling van een structuurvisie als grondslag voor continuering van het voorkeursrecht;
    6. Dit besluit te publiceren in het gemeenteblad, kenbaar te maken conform de andere eisen welke artikel 7 lid 1 en 2 van de Wvg stelt en te registreren in het kader van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, zodat het voorkeursrecht op de dag na dagtekening van het gemeenteblad in werking treedt.

    De gemeente overweegt een herontwikkeling van het gebied “Landschapszijde centrum Fijnaart”. Het college wordt geadviseerd een voorkeursrecht te vestigen op (een deel van) de percelen die zijn gelegen in het gebied ”Landschapszijde centrum Fijnaart” en die op dit moment nog niet in eigendom zijn van de gemeente Moerdijk en waaraan een bestemming ‘Wonen, commercieel en maatschappelijk’ is toegedacht en waarvan het feitelijke gebruik afwijkt van deze toegedachte bestemming. De afbakening van het gebied ‘Landschapszijde centrum Fijnaart’ is tot stand gekomen aan de hand van een inventarisatie van grondposities, de mogelijkheden voor een optimale ontsluiting van het gebied en de benodigde omvang om te komen tot een integrale gebiedsontwikkeling. De vestiging van een voorkeursrecht biedt de gemeente de mogelijkheid om een actieve en regisserende rol te spelen bij de invulling van haar plannen in het gebied. Teneinde te voorkomen dat gronden in dit gebied worden vervreemd en als gevolg daarvan de gemeente mogelijk grip op een ontwikkeling van het gebied verliest, is het nodig een gemeentelijk voorkeursrecht te vestigen. Dit wordt nu voorgesteld aan de raad om te bestendigen.