Nieuwe visie buitengebied: ‘Open houding naar initiatieven’

Geplaatst: 7-6-2016

Verouderd beleid en de wettelijke plicht om elke tien jaar een bestemmingsplan te herzien zijn aanleiding om het bestemmingsplan van het Buitengebied onder de loep te nemen. Hiervoor is allereerst een nieuwe visie vastgesteld.

Deze visie heeft geen opzienbarende of ingrijpende nieuwe inzichten in zich als het gaat om het landschap of de inrichting ervan: “Dat was en is ook geen doel”, legt wethouder Kamp uit. “Ons landschap is en blijft primair een agrarisch productielandschap, waarin al andere functies verweven zijn, zoals wonen. De meest essentiële verandering ligt in een opener houding naar nieuwe initiatieven. Dat past ook in de gedachte van de nieuwe Omgevingswet. We gaan van nee, tenzij - naar ja, mits.”

Veel belangstelling, goede inbreng

Belangstellenden konden op allerlei manieren meewerken aan de nieuwe visie. Onder meer in drie arenadebatten, maar ook in interviews, werkateliers en klankbordgroepsessies. De belangstelling hiervoor was groot en de inbreng erg zinvol. Inwoners, collegeleden, raadsleden, inwoners die al dan niet ook betrokken waren bij de gebiedsplannen en andere betrokkenen (zoals Waterschap,  Provincie , ZLTO en SBBM) gingen samen aan de slag. Dat de werkwijze aansloeg blijkt uit de peilingen tijdens de arenadebatten: zowel over het verloop van het proces als over het resultaat, de visie, was de overgrote meerderheid tevreden. Meer hierover vindt u op onze pagina 'Visievorming buitengebied'.  

Behoud van kwaliteit van het gebied, meer ruimte voor inbreng initiatieven

Met een ander uitgangspunt doelt de wethouder op de overgang van ‘Nee, tenzij’ naar ‘Ja, mits’. Er is een open houding naar initiatieven.  Kortgezegd: voorheen waren gemeenten bepalender: een plan werd uitgedacht, opgesteld en vastgelegd in het gemeentehuis. Bracht iemand een vraag of idee in, dan werd bekeken of dat in dat plan paste. Zo niet, dan hield het meteen op. Heeft iemand nu een idee, dan wordt gekeken waarom de wens er ligt en hoe mensen het denken uit te kunnen voeren. Dat betekent voor de gemeente dat ze een zekere behoudendheid moet loslaten en van initiatiefnemers dat ze een doordacht plan hebben. Leidend is en blijft de kwaliteit van het landschap. Het initiatief moet hieraan bijdragen en uiteraard passen in de omgeving.

Goede basis voor bestemmingsplan

De kwaliteit van het landschap is beschreven in het Landschapskwaliteitplan; in de visie ‘Bebouwingsconcentraties’ staat beschreven in welke gebieden bebouwing is en waar eventueel ruimte voor ontwikkelingen aanwezig is. De visie die nu is vastgesteld door het college wordt op 14 juli besproken door de raad. Gaat de raad akkoord dan is deze visie de basis waarop het nieuwe bestemmingsplan in het vat gegoten wordt.  Ook hierbij vraagt en hoopt de gemeente op de actieve inbreng van inwoners en andere betrokkenen. Zo komt er in september een vierde arenadebat. De verwachting is dat de raad begin 2018 het nieuwe bestemmingsplan kan vaststellen.