College wil voor drie jaar extra geld uittrekken om sluiting De Schuur te voorkomen

Geplaatst: 24-8-2018

Het college van B&W van de gemeente Moerdijk wil met een extra financiële injectie zorgen dat theater De Schuur in Zevenbergen niet hoeft te sluiten. Het gaat om een eenmalig bedrag van €34.000. En een verhoging van de subsidie met € 27.000 per jaar naar jaarlijks € 36.000, voor een periode van drie jaar. De gemeenteraad buigt zich binnenkort over het voorstel.

Het geld gaat naar stichting Stoffer en Blik, die De Schuur beheert en er met zo’n 100 vrijwilligers zorgt voor talloze culturele activiteiten. Daarnaast biedt de Schuur ook huisvesting aan verschillende stichtingen en verenigingen. De stichting gaf eerder aan met de huidige beschikbare financiën De Schuur niet volwaardig te kunnen runnen. Er is extra geld nodig voor onder andere de bouw van een nieuwe tribune en de aanschaf van eigentijdse technische apparatuur. Bovendien is er behoefte aan gekwalificeerd personeel voor theatertechniek (zoals licht en geluid) en moeten vrijwilligers geschoold kunnen worden.

“Cultureel aanbod op peil”

De Schuur is de enige volwaardige theatervoorziening in Moerdijk en trekt jaarlijks zo’n 16.000 bezoekers en gebruikers. Het is daarmee de meest bezochte plek voor culturele activiteiten in de gemeente. “We willen daarom voorkomen dat De Schuur moet sluiten”, legt wethouder Thomas Zwiers uit. “Dat zou absoluut een verlies zijn, we vinden het belangrijk dat in Moerdijk ook het cultureel aanbod op peil is, niet alleen op professioneel niveau maar ook dat op amateurniveau verenigingen er gebruik van kunnen blijven maken.”

“Ook zelf de broek op kunnen houden”

Belangrijke kanttekening: Stoffer en Blik had voor wat betreft het eenmalige bedrag gevraagd om €85.000. Het college wil echter niet verder gaan dan € 34.000. Zwiers: “We vinden het belangrijk dat de stichting laat zien ook zelf de broek op te kunnen houden. Daarom willen we dat ze het grootste deel van het bedrag zelf bij elkaar brengen. Wij vullen dan aan met de resterende 40%.”