Extra geld voor succesvolle Moerdijkse wijkzuster

Geplaatst: 16-8-2018

De gemeente Moerdijk maakt opnieuw geld vrij voor de wijkzuster. In totaal wordt ruim € 165.000 uitgetrokken zodat de wijkzuster de komende twee jaar  de zogenaamde preventieve taken kan uitvoeren, zoals huisbezoeken. Want de specifieke aanpak van de wijkzuster in Moerdijk werkt, blijkt uit onderzoek.

In het kort

  • Vorig jaar ontstond een gat toen door een verandering in de Zorgverzekeringswet een aantal taken van de wijkzuster kwam te vervallen. Moerdijk besloot samen met zorgverzekeraar CZ geld uit te trekken, zodat toch de preventieve taken kunnen worden uitgevoerd. Dat zijn bijvoorbeeld de huisbezoeken en visites aan de Huizen van de Wijk en het onderhouden van het sociale netwerk. 
  • Uit evaluatie bleek dat deze inzet van de wijkzuster wel degelijk werkt. Positieve resultaten: meer zelfredzaamheid en vormen van lichte ondersteuning thuis in plaats van vraag naar zwaardere zorg. Maar ook minder crisissituaties die uitmonden in zware, intensieve zorg of kortdurend verblijf in een zorginstelling. Bovendien steeg het aantal bezoeken aan nieuwe cliënten in 2017 van twee naar drie per week. 
  • In het coalitieakkoord 2018-2022 hebben we daarom het continueren en versterken van het werk van de wijkzuster door het structureel maken van de extra financiële bijdrage vanuit de gemeente als speerpunt opgenomen.  

“Dure zorg voorkomen”

Reden genoeg voor Moerdijk om ook voor de komende twee jaar extra geld uit te trekken zodat het werk van de wijkzuster ook dan op dezelfde manier – en dus met alle taken - kan worden uitgevoerd. “Het zou ontzettend jammer zijn wanneer dat niet meer zou kunnen”, legt wethouder Eef Schoneveld uit. “Je ziet dat dankzij de wijkzuster bijvoorbeeld minder mensen onnodig in het medisch circuit terechtkomen. Dure zorg kunnen we zo dus voorkomen. Maar het gaat niet alleen om geld en het besparen ervan. Het is ook belangrijk dat dankzij de wijkzuster meer mensen in hun eigen woonomgeving kunnen blijven en zich daar prettig voelen. En we zorgen zo ook dat opgebouwde structuren en netwerken niet verloren gaan. Onze wijkzusters zijn voor veel inwoners inmiddels vertrouwd en de eerste die ze aanspreken bij een hulpvraag of mantelzorgondersteuning. Dat moeten we koesteren.”