Moerdijk subsidieert aanpak kansenongelijkheid op twee basisscholen

Geplaatst: 22-9-2021

De gemeente Moerdijk stelt € 9.000 subsidie beschikbaar voor het Jeugdeducatiefonds. Dat gaat daarmee dit schooljaar op basisscholen De Rietvest in Klundert en De Toren in Zevenbergen een pilot financieren om de ontwikkelingskansen van kinderen die opgroeien vanuit een achterstand te vergroten. Moerdijk en het fonds hopen zo iets te kunnen doen aan de groeiende kansenongelijkheid.

Het Jeugdeducatiefonds richt zich op basisscholen in Nederland waarvan relatief veel leerlingen in armoede leven. Het gaat dan om kinderen uit gezinnen met een inkomen onder de 150% van het minimum. Dat aantal stijgt en onderzoek laat zien dat die kinderen het gemiddeld minder goed doen op school, wat hun kansen op een goede start in de maatschappij verkleint. Het fonds kan scholen geld geven waarmee ze leerlingen individueel kunnen ondersteunen met bijvoorbeeld de aanschaf van een bureau. Of juist een groep kinderen door meer activiteiten aan te bieden op het gebied van sport, spel en cultuur. Maar ook kan een jongerenwerker worden ingeschakeld voor extra begeleiding van de leerlingen. Aanvragen voor het Jeugdeducatiefonds lopen via de basisschool, omdat daar bekend is, wat de talenten en intellectuele mogelijkheden van de kinderen zijn. De juf of meester weet als geen ander wat nodig is. Waar geldgebrek een belemmering is in de ontwikkeling, kan de school een beroep doen op het Jeugdeducatiefonds.

“Kijken hoe we groeiende kansenongelijkheid het beste kunnen aanpakken”

Het gaat om een pilot van één (school)jaar. “Daarna evalueren we met de twee scholen hoe ze de ondersteuning van het Jeugdeducatiefonds ervaren”, legt wethouder Danny Dingemans uit. “Welke aanvragen hebben ze ingediend? Sluiten de voorzieningen die wij in Moerdijk hebben daarbij aan? Wat doet het Jeugdeducatiefonds eventueel anders en welke lessen kunnen wij als gemeente daaruit trekken? Met als doel natuurlijk kijken hoe we die groeiende kansenongelijkheid het beste kunnen aanpakken. Afhankelijk daarvan besluiten we of we verder gaan samenwerken met het fonds.”