Moerdijk wil fors minder kilo’s restafval in de komende jaren

Geplaatst: 6-1-2022

Inwoners van Moerdijk produceren te veel restafval. Dat blijkt uit een recente evaluatie van de afvalscheidingsdoelstellingen. Per inwoner ging er in 2020 172 kilo restafval in de container, terwijl 100 kilo de doelstelling is. Een lichtpuntje is er ook: met afval scheiden gaat het wel de goede kant op.

In 2017 nam Moerdijk de landelijke doelstellingen voor afvalscheiding over. Op dat moment produceerden Moerdijkers jaarlijks bijna 200 kilo restafval per persoon. Volgens de nieuwe, ambitieuze doelstellingen moest dat per 2020 maximaal 100 kilo zijn. Het doel was verder dat inwoners driekwart van hun afval zouden scheiden in 2020. Per 2025 liggen de doelen nog hoger: 90% afvalscheiding en maximaal 30 kilo restafval per persoon.

Meer afval door corona

Het goede nieuws: sinds de invoering van de ondergrondse restafvalcontainers in 2017 is het aantal kilo’s restafval per Moerdijkse inwoner flink gedaald. Van jaarlijks 196 kilo in 2017, naar 176 kilo in 2018, naar 160 kilo in 2019. In 2020 was er een stijging naar 172 kilo. “Maar die is verklaarbaar”, legt wethouder Jack van Dorst uit: “In de eerste maanden van de coronapandemie werd er massaal opgeruimd en sinds die tijd werken mensen veel thuis, waardoor ze meer afval produceren.” Maar de daling sinds 2017 ten spijt: de doelstelling van 100 kilo per persoon was in 2020 nog lang niet in zicht.

Goed gescheiden

Met afval scheiden gaat het wel de goede kant op. Inwoners van Moerdijk hadden in 2020 per persoon een afvalberg van 654 kilo. Van die berg deponeerde iedere Moerdijker 172 kilo in de restafvalcontainer en bij het grofvuil. De overige 482 kilo sorteerde diezelfde Moerdijker: dat ging bijvoorbeeld bij het plasticafval, in de gft-bak of bij het oud papier. 74% van het afval werd gescheiden, waarmee de doelstelling van 75% afvalscheiding in 2020 vrijwel is behaald. Sinds 2021 mag bovendien blik bij het plastic-afval: de resultaten daarvan worden in de komende jaren duidelijk.

Restafval is duur

Dat de gemeente Moerdijk streeft naar minder restafval, heeft een aantal goede redenen. Door de landelijke overheid wordt gescheiden inzamelen voor steeds meer afvalstromen verplicht. En herbruikbare grondstoffen weggooien met het restafval is natuurlijk zonde. Daarbij komt dat restafval verwerken duur is. Het Rijk verhoogt jaarlijks de afvalstoffenbelasting: betaalde een gemeente voor het ophalen en verbranden van restafval in 2018 per ton afval nog € 13,21 aan belasting, in 2022 is die heffing bijna verdriedubbeld naar €33,15 per ton. Aangezien de gemeente de werkelijke kosten van de afvalverwerking moet doorberekenen, profiteren inwoners als ze goed sorteren.

Nog beter scheiden

Hoe krijgt Moerdijk de kilo’s restafval verder omlaag? De oplossing lijkt eenvoudig: nog beter scheiden. Jack van Dorst: “We hebben onderzocht wat er in het restafval zit. Zo’n 10% bleek plastic, metaal of drinkpakken te zijn en bijna een derde hoorde eigenlijk in de gft-bak thuis. Uiteindelijk bleek maar 24% écht restafval. We kunnen dus nog een hoop winst behalen als we beter sorteren. Voor het milieu én de portemonnee.” Om die reden start de gemeente in januari 2022 een campagne die inwoners stimuleert gft-afval beter te scheiden van restafval.

Tegen de grens

Het systeem dat Moerdijk hanteert, heet omgekeerd inzamelen: herbruikbare grondstoffen zoals papier, plastic en gft worden aan huis opgehaald. Met het restafval moet je zelf naar de ondergrondse container lopen. Dat stimuleert mensen om hun afval te scheiden. “Maar de cijfers suggereren dat er een grens zit aan hoever we die kilo’s restafval naar beneden krijgen met omgekeerd inzamelen”, concludeert Van Dorst. “Als we een verdere daling willen, moeten we op zoek naar andere mogelijkheden.”

De vervuiler betaalt

Zo’n andere mogelijkheid is diftar. Bij dat systeem betalen inwoners voor de hoeveelheid afval die ze aanbieden, waarbij restafval het duurst is. De vervuiler betaalt, is de gedachte. Dat dit systeem werkt, blijkt uit een vergelijking van gemeenten in de regio. De zes gemeenten met de minste kilo’s restafval per inwoner hanteren allemaal een diftarsysteem. Diftar-gemeenten Oosterhout, Zundert, Alphen-Chaam en Etten-Leur kwamen zelfs onder de 100 kilo restafval per persoon in 2020. Drimmelen en Altena zaten er net boven met 106 kilo per inwoner. Bovendien zijn de scheidingspercentages in deze zes gemeenten hoger: inwoners sorteren er hun afval dus beter. Het gat met de eerste niet-diftargemeente op plek 7 in de vergelijking is groot: Baarle-Nassau produceert per inwoner jaarlijks 167 kilo restafval. Met 172 kilo presteert Moerdijk onder het regiogemiddelde.

Oog op de toekomst

Een andere optie die vaak wordt genoemd in discussies over afvalinzameling is nascheiden. Daarbij sorteren inwoners hun afval niet zelf, maar gebeurt dit bij de inzamelaar nadat het afval is opgehaald. Jack van Dorst: “In de afgelopen jaren zijn hiernaar diverse onderzoeken gedaan in de regio, maar die geven op dit moment niet genoeg aanleiding om ermee verder te gaan. Uiteraard blijven we deze ontwikkeling wel volgen.”

Eén ding staat vast: wil de gemeente Moerdijk de doelstellingen halen in de komende jaren en daarmee de kosten van de afvalinzameling beheersbaar houden, dan is actie nodig. Jack van Dorst: “Hoe we dat het best kunnen aanpakken, gaan we de komende tijd nader onderzoeken.”