Moerdijk investeert met preventieve interventie-aanpak extra in opvoedingsproblematiek ouders(s)-baby

Geplaatst: 23-11-2022

Bied ouders met een kind jonger dan 1 jaar die, door diverse oorzaken, problemen hebben met de opvoeding van hun baby speciale begeleiding thuis. Zo wordt de kans nog kleiner dat het kind op latere leeftijd psychosociale problemen ontwikkelt. En kunnen complexere zorg en kosten achteraf worden voorkomen. Dat is de insteek van ‘Hechting, een goede start!’, een preventieve interventie-aanpak die de gemeente Moerdijk sinds ruim twee jaar toepast. En die werkt. “Het algemene beeld is dat ouders met een baby op een roze wolk zitten. Maar zo vanzelfsprekend is dat niet. Met deze aanpak helpen we om de grijze wolk, waarop sommige jonge ouders zitten, minder grijs te maken.”

Dat zijn de woorden van Sandra Jansen, Jeugdprofessional bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) van de gemeente Moerdijk. Met ‘Hechting, een goede start!’ begeleidt ze de ouders die daarvoor in aanmerking komen. De Moerdijkse aanpak is gebaseerd op ‘Ouder-babyinterventie’, een vorm van begeleiding ontwikkeld door het Nederlands Jeugdinstituut, die in heel Nederland wordt toegepast. Die beperkt zich echter tot depressieve moeders. Moerdijk pakt het breder aan: niet alleen de depressieve moeder, maar ook onzekere ouders, ouders met een (bevallings)trauma, ouders met een huilbaby, verslaafde ouders, ouders met psychische problematiek of een verstandelijke beperking en ouders die te maken kregen met problematiek tijdens de zwangerschap komen in aanmerking voor begeleiding.

De Moerdijkse aanpak

De Moerdijkse aanpak bestaat uit een traject van meestal 3 tot 9 maanden, waaraan geen kosten of een eigen bijdrage zijn verbonden. Ouders melden zichzelf aan bij het CJG, of worden door de huisarts, verloskundige, het ziekenhuis of het consultatiebureau doorverwezen. Fase 1 bestaat uit kennismaken thuis en de eerste observatie van de interactie tussen ouder(s) en kind. Daarna volgt fase 2: werken aan positieve interactie tussen ouder(s) en kind. Met een videocamera filmt de Jeugdprofessional bepaalde momenten van interactie tussen ouder(s) en kind. Die opnames worden teruggekeken met een andere getrainde Jeugdprofessional en een gedragswetenschapper. Bij het volgende huisbezoek bekijken de Jeugdprofessional en ouder(s) ze dan en bespreken de dingen die goed gaan, maar waarvan moeder en/of vader zich niet bewust zijn. In fase 3 wordt dat herhaald, de bezoeken worden langzaam afgebouwd en uiteindelijk volgt een evaluatie. Mocht verdere hulp nog nodig zijn, dan geeft de Jeugdprofessional advies voor aanvullende hulp.

“We focussen op wat positief is”

“Het filmen is een belangrijk onderdeel van de interventie”, legt Jeugdprofessional Sandra Jansen uit. “Dat is soms best confronterend voor de ouders. Maar we focussen op wat positief is. Ik film dus bijvoorbeeld een badmoment met het kindje, of een eetmoment. We bekijken dat samen, dan stop ik op een positief moment en vraag: ‘hoe zie je dit?’, of: ‘hoe voelt dat?’. Dan gaan we niet zeggen ‘dit doe je verkeerd’. Nee, ‘dit doe je goed’ juist. En daar gaan we dan op door. Ik heb zo een moeder begeleid die kampte met een postpartum depressie. Ze was ervan overtuigd dat ze geen goede moeder was. Door samen naar deze beelden van haar en haar kindje te kijken, zag ze dat ze het wel degelijk kon. Langzaam groeide haar zelfvertrouwen. Als ik bij haar was geweest kon ze daar steeds weer iets langer op ‘teren’. Zo bouw je een band met elkaar op en kunnen we later in het traject makkelijker dingen bespreken die misschien niet goed gaan.”

“We wilden het zo graag goed doen”

Stephanie (niet haar echte naam) klopte bijna twee jaar geleden aan bij Sandra. Ze was net moeder geworden van een dochtertje. “Maar ik zat er psychisch en mentaal doorheen”, vertelt ze. “Ik kon door fysieke klachten niet werken, m’n dochtertje was nogal wild en dat kon ik niet aan. M’n partner was onzeker en wist ook niet goed wat hij moest doen en daar werd ik ook weer onzeker van. We wilden het zo graag goed doen, maar dat lukte gewoon niet. Toen de mogelijkheid werd geboden om met Sandra dit traject te starten wilden we dat erg graag. Alles was welkom, en ik zag het ook zeker niet als dat er iemand op m’n vingers zou komen kijken.”

“Kijk eens wat je wél goed doet”

Sandra: “We hebben video-opnames gekeken die ik heb gemaakt van het gezin. ‘Kijk eens wat je wél goed doet’, kon ik zo laten zien. Maar ook bijvoorbeeld leren herkennen hoe je kunt zien dat de baby iets niet lust. Het was ook duidelijk dat Stephanie echt 24/7 met haar kindje bezig was. Samen hebben we besproken wat je kunt doen om te zorgen dat je ook even Stephanie bent, in plaats van alleen maar moeder. We hebben geregeld dat Stephanie op basis van een Sociaal Medische Indicatie de baby af en toe naar een kinderopvang kon brengen, vergoed door de gemeente. Zo kreeg ze wat meer ruimte voor zichzelf, om tot rust te komen en om te solliciteren. En na een half jaar konden we het traject afsluiten.”

“Een belangrijke duw in de goede richting”

Stephanie: “Sandra heeft ons echt een belangrijke duw in de goede richting gegeven. Ze heeft me laten zien dat ik het echt wel kan. Ik had er moed voor nodig om te zeggen: ‘ik heb hulp nodig’. Maar het is het zeker waard geweest, want ik ben enorm gegroeid en m’n partner ook. We praten goed over wat we ervaren in de opvoeding, ik leg uit hoe ik in dingen sta en hij doet hetzelfde. Ik zou het andere ouders in een soortgelijke situatie dan ook zeker aanraden. M’n dochtertje is nu bijna twee, ze ontwikkelt zich goed, spreekt inmiddels hele zinnen. Ik krijg complimenten van de kinderopvang. Afgelopen zomer zijn we op vakantie geweest naar Frankrijk, het was geweldig.”

Sandra: “Eigenlijk is dat het mooiste moment. Dat je aan het eind van zo’n traject bij een gezin komt en ze zeggen: ‘Heel gezellig dat je komt, maar we hebben niks meer te bespreken, het gaat prima’. Daar doen we het voor.”