Besluitenlijst B&W vergadering 24 mei 2016

Details van de vergadering
Besluitenlijst B&W vergadering
Datum: 24 mei 2016
Locatie: Gemeentehuis, kamer 1.59
Aanwezig:
J.P.M. Klijs  burgemeester
J.J. Kamp wethouder
E. Schoneveld  wethouder
Drs. T.H.R. Zwiers wethouder
Drs. F.P. Fakkers wethouder
Drs. A.E.B. Kandel gemeentesecretaris
Drs. M.J.A. Hiel communicatieadviseur

Agendapunten

  1. Vaststelling besluitenlijst van de benw-vergadering van 17 mei 2016

    Het college besluit:
    1. De besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  2. Vaststelling vertrouwelijke besluitenlijst van de benw-vergadering van 17 mei 2016

    Het college besluit:
    1. De vertrouwelijke besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  3. Ontwerpbegroting 2017 en meerjarenraming 2018-2020 Werkvoorzieningschap West-Noord Brabant (WVS-groep)

    Het college besluit:
    1. In te stemmen met de ontwerpbegroting 2017 van WVS-groep;
    2.  In te stemmen met een gemeentelijke bijdrage aan WVS-groep van € 427,- per geplaatste Wsw-werknemer in 2017;
    3. De aanvullende gemeentelijke bijdrage in het exploitatieresultaat van WVS-groep op basis van de begroting 2017 van WVS-groep vast te stellen op € 454,- per geplaatste Wsw-werknemer. Deze aanvullende gemeentelijke bijdrage wordt als voorschot betaald; op basis van het werkelijke exploitatieresultaat 2017 vindt definitieve afrekening plaats;
    4. In de begroting 2017 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan WVS-Groep op te nemen van  € 122.438;
    5. Als zienswijze van de gemeente Moerdijk bij het algemeen bestuur van WVS-groep het vol¬gende naar voren te brengen:

    a) Met de begroting 2017 van WVS-groep kan worden ingestemd onder de nadere voorwaar¬den dat een drietal risico’s nader worden benoemd, gemonitord en daarover in de kwar¬taalrapportages wordt gerapporteerd. Het betreft:
    - Het risico dat de werkelijke uitstroom van SW-medewerkers niet in de pas loopt met de gehanteerde fictieve uitstroom van het landelijk rekenmodel en de gevol¬gen die dit heeft voor de verhouding Rijksbijdrage vs. daadwerkelijke loonkosten;
    - In hoeverre de taakstelling leerwerktrajecten door WVS-groep kan worden gerea¬liseerd;
    - Het aantal medewerkers dat een transitievergoeding moet worden betaald en het totaalbedrag van de uitgekeerde transitievergoedingen;

    b) De huidige begroting 2017 van WVS-groep ontbeert tot op heden een integrale insteek wat betreft de uitvoering van de Participatiewet. Zodra de bestuursopdracht herstructurering tot uitkomsten leidt kan de geconstateerde situatie ongedaan worden gemaakt. Er wordt van WVS-groep verwacht dat zij door middel van een begrotingswijziging of een nieuwe begro¬ting de gewijzigde verhoudingen vastlegt;

    c) Indien de meicirculaire rond de SW-gelden van het Participatiebudget grote financiële wijzi¬gingen inhoudt wordt van WVS-groep verwacht dat zij dan een voorstel tot wijziging van de begroting aan de aangesloten gemeenten zal voorleggen.

    d) Het algemeen van WVS-Groep voor te stellen om de besluitvorming over het rekening resultaat 2014 (€ 1.837K) te herzien en eventuele besluitvorming over herbestemming mee te ne¬men bij het opstellen van de c.q. besluitvorming over de ketenbegroting.

    e) De raad gaat ervan uit dat het algemeen bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verant¬woording aan welke onderdelen deze zienswijze is tegemoet gekomen en aan welke onder¬delen niet en waarom.
    6. De aangewezen vertegenwoordiger in het algemeen bestuur op te dragen deze uitgangspun¬ten nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2017 in het alge¬meen bestuur van WVS-Groep.

    De gemeente Moerdijk neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling (GR) Werkvoorzieningschap West-Noord Brabant (WVS-groep). Het dagelijks bestuur van WVS-groep heeft de ontwerpbegroting 2017 en meerjarenraming 2018 - 2020 naar de deelnemende gemeenten verzonden. Voordat de begroting op maandag 11 juli 2016 a.s. in het algemeen bestuur wordt vastgesteld wordt de zienswijze van de gemeenteraad gevraagd.
    Het dagelijks bestuur verwacht voor 2017 een verlies van € 1.185.000 (inclusief de vaste gemeentelijke bijdrage). Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:
    • de daling van het aantal Wsw-dienstverbanden in 2017 als gevolg van de inwerkingtreding van de Participatiewet waardoor er geen nieuwe instroom meer plaats vindt in Wsw-dienstverbanden per 1 januari 2015;
    • een daling van de rijksbijdrage Wsw als gevolg van landelijke bezuinigingen;
    • de kostenstructuur niet in een gelijkmatige tred kan worden afgebouwd;
    • de betaling van de zogenaamde transitievergoedingen aan personeel met een private aanstelling (SW medewerkers en werknemers Flexkompaan).

  4. Ontwerp(meerjaren)begrotingen 2016 en 2017 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB)

    Het college besluit:
    Aan de gemeenteraad voor te stellen om:
    1. Als zienswijze van de gemeente Moerdijk op de begrotingen 2016 en 2017 bij het Algemeen Bestuur (AB) van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) het volgende naar voren te brengen:
    a) Alle inkomsten uit "oude hypotheken", waarover nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden en/of nog onderhevig zijn aan arbitrage dienen niet in de begrotingen opgenomen te worden; de eventueel daaraan verbonden uitgaven (bijv. de SBK-verplichtingen) dienen wel in de begrotingen te worden opgenomen.
    b) De kostenramingen van de voorgenomen maatregelen kunnen slechts in de begrotingen worden opgenomen voor zover die deugdelijk zijn onderbouwd. Dit geldt met name voor het gevraagde frictiebudget (in 2016  € 1.250.000 en in 2017
    € 750.000) en het budget voor transformatie organisatie (in zowel 2016 als 2017
    € 500.000), maar ook voor het budget voor inhuur van personeel;
    c) De voorgestelde tariefopslag  voor de vorming van een algemene reserve strookt niet met de door onze gemeente vastgestelde 'Nota verbonden partijen' die reservevorming bij gemeenschappelijke regelingen niet toestaat. Een beperkt weerstandsvermogen voor opvang van tegenvallers vinden wij acceptabel.
    d) De voorgestelde tariefopslag ter afdekking van een resterend tekort steunen wij niet. Wij zien graag een marktconform tarief op basis van een reguliere bedrijfsvoering; de gevolgen van de Cao-aanpassingen 2016 en 2017 dienen hierin te worden meegenomen
    e) Het systeem van  verplichte deelnemersbijdragen zoals beschreven op blz.7 van de begroting is niet formeel vastgesteld en is daarmee in strijd met de geldende GR; de (jaarlijkse) werkprogramma's zijn leidend voor de bedragen in de begroting;
    f) Omwille van de duidelijkheid zien wij graag dat er gebruik gemaakt wordt van een éénduidige verdeelsystematiek voor tekorten, eenmalige deelnemersbijdragen e.d., bijvoorbeeld de verdeelsleutel die onlangs is vastgesteld voor de verrekening van verliezen oude jaren (AB-besluit 23 maart 2016);
    g) De OMWB is een uitvoeringsdienst en dient zich te richten op haar kerntaken. In paragraaf 2.2 worden de trends en ontwikkelingen geschetst zonder aan te geven wat dit betekent voor de ontwikkeling van de omzet. Nu is al zichtbaar  dat door de komst van steeds meer algemene regels (en daardoor veel minder vergunningen), meer risicogestuurd toezicht en bedrijven die vanuit kwaliteitssystemen de zaak op orde hebben,  de omzet afneemt. De Omgevingswet zal die trend verder versterken.  Wij willen u meegeven om daar als dienst op te anticiperen en dit zichtbaar te maken in de meerjarenramingen.
    2. Aanvullend op onze zienswijze de volgende opmerkingen mee te geven:
    Wij zien graag een begroting gepresenteerd die qua inkomsten transparant is en uitgaat van "zekere" inkomsten, zonder dat daarin diverse (extra) deelnemersbijdragen zijn versleuteld. Bij een organisatie waarbij het huis op orde is moeten de reguliere inkomsten toereikend zijn voor een sluitende begroting.
    Wij realiseren ons dat de werkelijkheid momenteel anders is en de uitgaven aanmerkelijk hoger zijn dan wenselijk. Als de zuivere inkomsten en de werkelijke kosten in de begrotingen worden verwerkt zal dit leiden tot een begrotingstekort. De deelnemers zullen dit overeenkomstig de gemeenschappelijke regeling moeten dragen, maar deze werkwijze maakt de tekorten wel helder en inzichtelijk.
    De nu niet goed onderbouwde (eenmalige) budgetten kunnen pas opgevoerd worden als hiervoor een duidelijk plan met onderbouwing van de kosten is aangeboden aan het AB. De budgetten en de dekking kunnen dan via een begrotingswijziging worden bijgeraamd (zie ook punt 3 hieronder).
    De budgetten voor inhuur van personeel dienen gebaseerd te zijn op een totaaloverzicht van de benodigde capaciteit o.b.v. de werkprogramma's afgezet tegen de beschikbare capaciteit (aantal fte x netto-productieve uren). Hierbij ook graag aangeven welk deel van het totaal aan productieve uren declarabele uren betreft en welk deel benodigd is voor interne projecten (blz.10 van de begroting).
    In samenhang hiermee wordt  gevraagd de extra geraamde opbrengst van € 600.000 voor declarabele  coördinatie-uren in beeld te brengen en te onderbouwen. Een gegeven is namelijk dat deze voor een deel al door de deelnemers in de werkprogramma's werden en worden opgenomen. Ook is er behoefte aan een heldere definitie en afbakening van het begrip coördinatie-uren, zodat voor alle partijen duidelijk is welke uren als coördinatie-uren in rekening kunnen worden gebracht.
    De zienswijze vermeld onder punt 1c heeft mogelijk als consequentie dat aan het AB dient te worden voorgesteld  om het AB-besluit van 12 december 2012 tot vaststelling van de Notitie reserves en voorzieningen (gedeeltelijk) in te trekken. In deze notitie is in paragraaf 2.3.2 (blz.5 t/m 7) de vorming van een algemene reserve beschreven en gemotiveerd.
    Over de hoogte van een (beperkt) weerstandsvermogen vragen wij u advies in te winnen bij de accountant.
    3. De OMWB te verzoeken om zo snel als mogelijk, maar uiterlijk per 1 september 2016 een concreet en goed onderbouwd plan van aanpak te presenteren om de noodzakelijke kostenbesparingen te realiseren die (op termijn) leiden tot een sluitende begroting, zonder dat extra deelnemersbijdragen noodzakelijk zijn. De volgende actiepunten zullen in ieder geval in dit plan moeten worden uitgewerkt:
    a) Afbouw van inhuur met name in de overhead; de uitvoering van de primaire taken moet doorgang kunnen vinden, ook als daar inhuur voor noodzakelijk is;
    b) Het terugdringen van de formatie-omvang en deze af te stemmen op de werkprogramma's van de deelnemers;
    c) Het afstoten van taken die niet tot kerntaken van de OMWB behoren. Eerst de basistaken naar behoren uitvoeren, dan pas weer nadenken over extra taken.
    4. De OMWB te verzoeken een berekening te maken van de financiële gevolgen als alle oude hypotheken worden afgesloten zonder deze op de diverse deelnemers te verhalen. In deze berekening moet ook de afwikkeling van de dubieuze debiteuren uit voorgaande boekjaren worden meegenomen.
    De oude hypotheken leiden tot veel discussie en arbitragezaken. Daarmee gaat zowel bij de deelnemers als bij de OMWB veel tijd en energie verloren en moeten (arbitrage-) kosten gemaakt worden. Die energie kan o.i. beter ingezet worden om zo snel mogelijk te komen tot een gezonde bedrijfsvoering. Met de gevraagde berekening kan de deelnemers een keuze worden voorgelegd om een definitieve streep onder het verleden te zetten.
    5. De OMWB te verzoeken met voorrang de actualisering van de GR en DVO op te pakken, zodat de besluitvormingsprocedures dit jaar kunnen worden afgerond.
    6.     De OMWB te verzoeken alle hiervoor genoemde aanpassingen te verwerken in de
            ontwerp-begrotingen 2016 en 2017 en die als zodanig ter vaststelling aan te bieden voor
            de AB-vergadering van 13 juli 2016.
    7. De OMWB te verzoeken de gemeenteraad frequent te informeren over de voortgang van het actieplan Huis op Orde. De gemeenteraad hecht veel waarde aan een consequente uitvoering van dit actieplan en wenst in staat te worden gesteld de voortgang daarvan nauwlettend te kunnen monitoren.
    8.     Het bestuur van de OMWB op te dragen de in de Nota verbonden partijen afgesproken
            termijnen vanaf heden in acht te nemen. Concreet: kaderbrief voor 1 februari;
            ontwerpbegroting en (ontwerp)jaarrekening voor 15 april; termijn voor het indienen van 
            zienswijzen t/m 30 juni.
    9. De aangewezen vertegenwoordiger in het AB op te dragen deze uitgangspunten nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begrotingen 2016 en 2017 in het AB en alles in het werk te stellen een meerderheid voor deze zienswijze te bereiken;
    10. De raad gaat er vanuit dat het AB de begrotingen vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    11. In de begroting 2017 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de OMWB op te nemen zoals voortvloeiende uit de door het AB op 13 juli 2016 vastgestelde begroting 2017.

    De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) heeft de ontwerpbegrotingen 2016 en 2017 aan de gemeente voorgelegd met het verzoek hierop voor 15 juni 2015 een zienswijze in te dienen. De ontwerpbegrotingen geven aanleiding tot het indienen van zienswijzen. De zienswijzen hebben betrekking op de verwerking van bedragen in de begrotingen als gevolg van oude hypotheken en onderbouwing van kostenramingen, voorgestelde tariefopslag en verdeelsleutel voor o.a. tekorten.

  5. Actualisatie van het bestemmingsplan Rijk Zwaan, Eerste Kruisweg in Fijnaart

    Het college besluit:
    1. In te stemmen met het ontwerpbestemmingsplan Rijk Zwaan, Eerste Kruisweg in Fijnaart (NL.IMRO.1709.RZwaanEersteKruisw-BP30) en dit gedurende 6 weken ter inzage te leggen.
    2. Het ontwerpbestemmingsplan via een Raadsinformatiebrief ter kennis te brengen van de gemeenteraad.

    Door Rijk Zwaan in Fijnaart is verzocht om te komen tot een herziening van het bestemmings-plan Rijk Zwaan in Fijnaart. Het geldende bestemmingsplan bepaalt dat de bedrijfsgebouwen een maximale goothoogte van 8 meter en een maximale hoogte van 12 meter mogen hebben. Door Rijk Zwaan wordt gevraagd om het geldende bestemmingsplan te herzien, in die zin dat er geen maximale goothoogte meer wordt genoemd.
    De reden van dit verzoek is dat aan Rijk Zwaan onlangs een omgevingsvergunning is verleend, waarbij voor de realisatie van technische installaties vrijstelling is verleend van die maximale goothoogte. Voor de toekomstige te verlenen vergunningen zou dan wederom iedere keer een vrijstellingsprocedure (uitgebreide Wabo-procedure) moeten worden gevolgd ten behoeve van de overschrijding van die goothoogte. Een herziening van het geldende bestemmingsplan kan dat voorkomen.
    Omdat het geldende bestemmingsplan Rijk Zwaan moet worden geactualiseerd is aan Rijk Zwaan verzocht het geldende bestemmingsplan te actualiseren, waarbij de huidige uitgangspunten blijven gehandhaafd. Hiermee wordt duidelijkheid geboden richting de omgeving. Enkel de maximale goothoogte van 8 meter wordt niet meer opgenomen. De maximale hoogte van de bedrijfsgebouwen blijft gehandhaafd op 12 meter. Het nieuwe bestemmingsplan biedt dan voor een planperiode van 10 jaar alle gewenste ontwikkelruimte bieden die het bedrijf nodig heeft. 
    Inmiddels is het ontwerp bestemmingsplan gereed. Het college heeft ingestemd met dit ontwerpbestemmingsplan en besloten dit gedurende 6 weken ter inzage te leggen. Gedurende deze termijn bestaat voor iedereen de gelegenheid om een zienswijze tegen het plan in te dienen bij de gemeenteraad.

  6. Ontwerpbegroting ICT WBW 2017

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:
    1. Geen zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting ICT WBW 2017.
    2. In de begroting 2017 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de ICT-WBW op te nemen van € 707.484.

    De gemeente Moerdijk heeft de ontwerpbegroting ICT-WBW 2017 ontvangen van de Gemeenschappelijke Regeling ICT - West Brabant West. Gemeente Moerdijk is deelnemer aan deze gemeenschappelijke regeling. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op deze begroting. In lijn met de recent vastgestelde begroting 2016 is in de begroting 2017 van ICT WBW rekening gehouden met het inrichten van één infrastructuur voor de vier gemeenten waardoor de thans aanwezige omgevingen langzaam uitgefaseerd worden. Hoewel dit een behoorlijke impact heeft op de financiën zal bij de aanbesteding rekening gehouden worden met de reeds beschikbare gelden van de begrotingen van de deelnemers. Er wordt voorgesteld om geen zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting 2017 en vanuit de  begroting van gemeente Moerdijk voor 2017  € 707.484 beschikbaar te stellen en het nadelig effect van € 23.000 te verwerken in de begroting 2017.

  7. Jaarverslag Vergunningen en Handhaving 2015

    Het college besluit:
    1. Jaarverslag Vergunningen en Handhaving 2015 vast te stellen;
    2. Kennis te nemen van de (financiële) verantwoording 2015 van de OMWB;
    3. In het kader van het interbestuurlijk toezicht jaarverslag op te sturen naar de Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
    4. Jaarverslag toe te zenden aan betrokken handhavingspartners;
    5. Jaarverslag via een raadsinformatiebrief ter kennisname aan de gemeenteraad voor te leggen.

    In het jaarverslag Vergunningen en Handhaving 2015 wordt verantwoord welke taken in 2015 zijn uitgevoerd met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) door of namens gemeente Moerdijk. In 2015 zijn 1950 aanvragen/meldingen in behandeling genomen. Dit is een lichte stijging (90 stuks) t.o.v. 2014. Aanvragen voor bouw- en sloop-activiteiten heeft het grootste aandeel in het totaal aantal aanvragen, gevolgd door evene-menten en milieu. Om aan te geven in hoeverre het uitgevoerde toezicht overeenkomt met de planning van het uitvoeringsprogramma wordt het toezichtspercentage bepaald. Voor 2015 is afgesproken dat minimaal 90% van het geplande aantal taken in het uitvoerings-programma moet worden gerealiseerd. Het gemiddelde toezichtspercentage over het gehele programma komt uit op 95%. Hiermee is de algehele doelstelling van minimaal 90% gehaald. Dit wil niet zeggen dat dit voor alle taakvelden hetzelfde is. Het toezichtspercentage voor APV, bijzondere wetten en slopen is 100%, voor milieu en brandveiligheid 90% en voor de bouwfase 76%.
    In 2015 is aandacht besteed aan de brandveiligheid industriële gebouwen. Er is in 2014 een inventarisatie gemaakt van het aantal (risicovolle) industriële panden, ca. 260 stuks. In het uitvoeringsprogramma 2015 is vastgelegd dat er 45 industriële panden in 2015 gecontroleerd moesten worden. In 2015 zijn 36 industriële panden gecontroleerd. In totaal zijn nu 100 van de 260 bedrijven bezocht. Opvallend bij deze controles is het hoge percentage hercontroles en vooraankondigingen dwangsom. Voor hercontroles wordt meestal uitgegaan van maximaal 50% van het aantal toezichtsbezoeken. In dit geval is het ruim 90%. Het aantal vooraankondigingen is in relatie tot  het aantal uitgevoerde hercontroles met 20% ook vrij hoog (19 vooraankondigingen op 99 hercontroles). De percentages geven aan dat het spontane naleefgedrag op het gebied van brandveiligheid binnen de doelgroep industriële panden niet hoog is en duidelijk verbeterd moet worden. Het project wordt de komende jaren voortgezet tot alle risicovolle industriële panden zijn gecontroleerd en aan de eisen voldoen. Verzorgingshuizen zijn in 2015 opnieuw gecontroleerd, voor een deel van de gecontroleerde gebouwen was in 2014 een herstel- en verbetertraject opgelegd. In juni 2015 heeft de provincie in het kader van interbestuurlijk toezicht een reality-check uitgevoerd op de wijze waarop Moerdijk toezicht.

  8. Ontwerp begroting 2017 Gemeenschappelijke Regeling West-Brabants Archief (GR WBA)

    Het college besluit:
    Aan de gemeenteraad voor te stellen:
    1. Als zienswijze van de gemeente Moerdijk bij het Algemeen Bestuur van de GR WBA het volgende naar voren te brengen:
    a) het bestuur van het WBA op te dragen de realisatie van het e-depot met voortvarendheid aan te pakken en hiervoor op korte termijn een realistisch stappenplan op te stellen;
    b) de begroting 2017 in overeenstemming te brengen met de geldende bepalingen in het BBV, hetgeen concreet voor 2017 betekent dat in de paragraaf 'weerstandsvermogen en risicobeheersing' de in artikel 11 van het BBV genoemde tabel met vijf kengetallen dient worden toegevoegd, en daarnaast aandacht te vragen voor de vanaf 2018 geldende nieuwe bepalingen van het BBV;
    c) de raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad wordt geïnformeerd met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    2. De aangewezen vertegenwoordiger van het Algemeen Bestuur op te dragen deze uitgangspunten nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2017 in het Algemeen Bestuur en alles in het werk te stellen een meerderheid voor deze zienswijze te bereiken;
    3. In de begroting 2017 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de GR WBA op te nemen van € 241.248.

    De gemeente Moerdijk neemt deel aan de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Archief West-Brabant. M.i.v. 1 juli 2016 wijzigt de naam van deze gemeenschappelijke regeling in Gemeenschappelijke Regeling West-Brabants Archief. Ieder jaar stelt het dagelijks bestuur van deze gemeenschappelijke regeling een concept begroting op. De gemeenteraad kan hierop een zienswijze indienen bij het bestuur. Voorgesteld wordt om een zienswijze in te dienen op de concept begroting 2017.

  9. Actualisering Reglement burgerlijke stand

    Het college besluit:
    1. Het Reglement houdende bepalingen ten aanzien van de ambtenaren van de burgerlijke stand, de buitengewone ambtenaren van de burgerlijke stand en de openstelling van het bureau van de burgerlijke stand vast te stellen.

    Per 1 september 2015 is de Wet elektronische dienstverlening ingevoerd. Hierdoor is de huwelijksaangifte/aangifte geregistreerd partnerschap (ook wel ondertrouw genoemd) afgeschaft. Het Reglement burgerlijke stand moet hierop geactualiseerd worden. Daarnaast zijn er tekstuele wijzigingen doorgevoerd ter verduidelijking van omschrijvingen in de artikelen 1, 2, 6 en 7.

  10. Vaststelling subsidie Antidiscriminatievoorziening Radar 2013-2015

    Het college besluit:
    1. De voorlopige subsidie die van 2013 t/m 2015 aan Radar is verstrekt, definitief vast te stellen op € 18.275 per jaar conform betaald voorschot

    Radar is de organisatie die zich bezighoudt met antidiscriminatie; "voor gelijke behandeling, tegen discriminatie". Inwoners kunnen terecht bij Radar met meldingen over discriminatie. Door de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen zijn alle gemeenten verplicht hun inwoners toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Daarom heeft de gemeenteraad in januari 2010 de Verordening in het kader van de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorziening Gemeente Moerdijk vastgesteld. Hierin is onder meer afgenomen dat gemeente Moerdijk voor een periode van drie jaar subsidie verleent aan een antidiscriminatievoorziening. In de jaren 2013 t/m 2015 is daarom subsidie verleend aan Radar. Omdat Radar op een goede manier uitvoering heeft gegeven aan het basispakket behorend bij de subsidie, wordt de voorlopige subsidie 2013 t/m 2015 definitief vastgesteld.

  11. Ontwerpbegroting 2017 gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen.

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om:
    1. Als zienswijze van de gemeente Moerdijk bij het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen het volgende naar voren te brengen:
    De storting in de voorziening is in tegenstelling tot voorgaande jaren niet gebaseerd op de gebruikelijke 5,06%, maar er wordt slechts 1,6% rente toegevoegd. Hiermee wordt voorkomen dat de deelnemende gemeenten voor steeds hogere kosten komen te staan, maar er is nog geen nieuwe vastgestelde systematiek. Hierover moet in 2016 helderheid komen. 
    2. De aangewezen vertegenwoordiger in het Algemeen Bestuur op te dragen dit punt aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2017 in het Algemeen Bestuur;
    3. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom;
    4. In de begroting 2017 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten Bavel-Dorst en Zevenbergen op te nemen van € 8.498,-.  

    De gemeente Moerdijk neemt deel in de gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen. Dit is een samenwerkingsverband van 12 gemeenten uit de regio Breda voor de wettelijke taken voortvloeiend uit het beheer van deze twee stortplaatsen.
    Er is een ontwerpbegroting 2017 opgesteld. De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten kunnen hier met een zienswijze op reageren. De kosten voor de uitvoering van beheertaken worden deels gedekt door renteopbrengsten. Deze renteopbrengsten lopen terug en er wordt er sinds 2015 een gemeentelijke bijdrage gevraagd. Voor Moerdijk bedragen de kosten voor 2017 € 8.498,- Dit bedrag is fors lager dan voorgaande jaren, omdat er een andere systematiek wordt toegepast. Er is echter nog geen duidelijkheid over de toe te passen systematiek. Hierover heeft de gemeenteraad een zienswijze uitgesproken.

  12. Beleidsbegroting 2017 GGD West-Brabant (GR OGZ)

    Het college besluit:
    1. In te stemmen met het indienen van de gezamenlijke zienswijze van De6-gemeenten op de ontwerp beleidsbegroting 2017 van de GGD West-Brabant:
    a)  Flexibilisering: wij missen in de beleidsbegroting van de GGD een duidelijke visie op flexibilisering van het gehele takenpakket. Het betreft een beweging die in voorgaande jaren is ingezet en in de beleidsbegroting 2017 van de GGD alleen wordt benoemd bij jeugdgezondheidszorg en technische hygiënezorg. Gemeenten hebben behoefte aan meer keuzevrijheid en flexibelere GGD-producten en -diensten over de gehele linie. Wij verwachten in de toekomst ook ten aanzien van de dienstverlening van de GGD meer marktwerking. Het is van belang daar rekening mee te houden.
    b) Nieuw basistakenpakket jeugdgezondheidszorg: in afwachting van de besluitvorming over het nieuwe basistakenpakket jeugdgezondheidszorg doen wij hierbij geen uitspraak over de inhoud van de jeugdgezondheidszorg en de geraamde kosten jeugdgezondheidszorg zoals vermeld in de beleidsbegroting 2017 van de GGD. Wij wachten wat dat betreft de besluitvorming over het nieuwe basistakenpakket jeugdgezondheidszorg af. Overigens zijn wij van mening, dat deze besluitvorming te allen tijde dient te leiden tot een begrotingswijziging als gevolg van het verdwijnen van het maatwerk gedeelte en het realiseren van een basistakenpakket met plustaken. In de aangepaste beleidsbegroting 2017 van de GGD dient het onderscheid in basistaken en plustaken zowel inhoudelijk als financieel tot uitdrukking te komen.
    c) Indexering is niet conform het in de richtlijnen opgenomen prijsindexeringspercentage van 0,5%. Niet duidelijk is of de toegepaste  indexering ook echt nodig is. Het jaarrekeningresultaat is € 1.474.000 positief.
    d) De opbouw van de reserves en voorzieningen is niet conform de spelregels van de nota Verbonden Partijen. Dit is duidelijk beschreven in spelregel 5 van de nota.
    e) De risico's zijn niet gekwantificeerd en/of geprioriteerd. Daardoor kan geen goed beeld gevormd worden van de impact van deze risico's. De risicoberekening dient de basis te zijn voor het weerstandvermogen oftewel de algemene risico reserve.
    f) De reservepositie is hoog. Een discussie over de noodzaak hiervan is nodig. (Zoals ook is afgesproken in het AB van 7 april jl.). Vraagtekens bij de bestemmingsreserves.
    g) Jaarrekening: een nadere onderbouwing van de bestemming van het resultaat is nodig. Op pa¬gina 63 wordt wel de bestemming aangegeven, maar er wordt niet duidelijk gemaakt waarom de reserves nu precies moeten worden aangevuld. Als dit niet duidelijk gemaakt kan worden, moet het resultaat teruggegeven worden aan de gemeenten.
    h) Hoe getrouw is het beeld op dit moment van de begroting, gezien het groot aantal incidentele baten/lasten over 2015. Volgt in 2016/2017 weer niet een positief resultaat?
    i) Hoe zijn de begrotingen van de GHOR en GMV verweven in de begroting van de GGD en wat zijn daarvan de gevolgen. En vertroebelt dit niet de zuiverheid van de begroting/exploitatie? Stel dat de GHOR een verlies leidt, gaat dit dan ten koste van de reserves van de GGD, ofte¬wel de gemeentelijke bijdragen?
    j) De planning van de P&C cyclus vanaf 2017 zodanig aan te passen dat de gemeenteraad conform de spelregels in de Nota Verbonden Partijen tot 1 juli in de gelegenheid zal zijn om een zienswijze op de ontwerpbegroting in te dienen;
    k) Tenslotte: de raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    2. In te stemmen met de vooruitlopend op de raadsbehandeling door het college ingediende zienswijze op de ontwerp beleidsbegroting 2017 van de GGD West-Brabant.
    3. In de begroting 2017 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de GGD op te nemen van € 693.528.
    4.  De aangewezen vertegenwoordiger in het Algemeen Bestuur te verzoeken deze uitgangspunten nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2017 in het Algemeen Bestuur van de GGD West-Brabant.

    Voor de uitvoering van de taken uit de Wet publieke gezondheid is een gemeenschappelijke regeling opgericht. Ieder jaar wordt een ontwerpbegroting door het Dagelijks bestuur (DB) opgemaakt. Aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten wordt gevraagd voor 10 juni 2016 hun zienswijze op de ontwerp beleidsbegroting te geven.
    In navolging van de vorige jaren is voor begrotingsjaar 2017 wederom een kadernota opgesteld en aangeboden aan de gemeenten. Er zijn eind februari en begin maart voor de raadsleden drie regiobijeenkomsten georganiseerd om een toelichting te krijgen en vragen te stellen over de kadernota. Er is vervolgens met De6 gemeenten besloten om geen zienswijze in te dienen op de kadernota 2017, aangezien dit formeel niet is vereist. Vervolgens heeft het Algemeen Bestuur van de GGD op 7 april jl. ingestemd met de kadernota 2017.
    De voorliggende (ontwerp-) beleidsbegroting 2017 past binnen deze kaders. In de begroting 2017 wordt een indexering voor loon-en prijsontwikkeling voorgesteld van 1,95%. De bijdrage voor de gemeente Moerdijk komt hiermee op een bedrag van € 693.528 (2016: € 681.274).
    Er is in samenwerking met De6 gemeenten een aantal zienswijzen opgesteld die bij het Dagelijks Bestuur van de GGD West-Brabant naar voren worden gebracht. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijzen en dat de raad hierover wordt geïnformeerd. Het Algemeen Bestuur zal op 13 juli 2015 besluiten over de  ontwerp beleidsbegroting 2017.

  13. Jaarstukken 2015 Gemeenschappelijke Regeling ISD Werkplein Hart van West-Brabant.

    Het college besluit:
    1. Kennis te nemen van de jaarstukken 2015 (inclusief controleverklaring van accountant en accountantsverslag) van het Werkplein Hart van West-Brabant (HvWB);
    2. In te stemmen met het voorstel om  het voordelig resultaat ad € 262.792 (Moerdijks aandeel conform verdeelsleutel 2015: € 32.060) te bestemmen voor de uitvoering van het plan van aanpak doorontwikkeling Werkplein HvWB, migratie betaalsysteem, ontwikkeling website en afronding accountantscontrole;
    3. De jaarstukken 2015 van het Werkplein HvWB (inclusief controleverklaring van accountant en accountantsverslag) ter inzage te leggen voor de raad middels een raadsinformatiebrief.

    De gemeente Moerdijk neemt sinds 1 januari 2015 deel aan de GR ISD Werkplein HvWB. Het Werkplein HvWB voert in opdracht van de gemeente Moerdijk taken uit op het gebied van Werk & Inkomen. Het dagelijks bestuur van het Werkplein HvWB heeft de jaarstukken 2015 (inclusief  de jaarrekening 2015) aangeboden aan de colleges van B&W van de zes aangesloten gemeenten. In de jaarstukken 2015 wordt teruggeblikt op het eerste jaar van de nieuwe organisatie. Er wordt inzicht gegeven in de uitvoering van taken op het gebied van Werk & Inkomen en de ontwikkeling van de kosten in relatie tot de bedrijfsvoering. Voor de jaarrekening 2015 heeft de accountant een goedkeurende controleverklaring afgegeven.  De jaarstukken 2015 worden ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad.

  14. Ontwerpbegroting 2017 Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant (RBL West-Brabant).

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:
    1. Als zienswijze van de gemeente Moerdijk op de ontwerpbegroting 2017 van het RBL West-Brabant bij het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten, het volgende naar voren te brengen:
    a) voor de begroting 2018 dient vóór 1 februari 2017 een Kaderbrief aan de gemeente te worden aangeboden en dat daarin ook de indexering voor  de meerjarenbegroting dient te worden opgenomen;
    b) het opnemen van speerpunten voor 2017 in het programmaplan een goede ontwikkeling is;
    c) de planning van de P&C cyclus vanaf 2017 zodanig aan te passen dat de gemeenteraad conform de spelregels in de Nota Verbonden Partijen tot 1 juli in de gelegenheid zal zijn om een zienswijze op de ontwerpbegroting in te dienen;
    d) voor de begroting 2018 wordt gevraagd een verschillenverklaring conform Besluit Begroting en Verantwoording op te nemen (begroting 2018 -begroting 2017 en begroting 2018 - rekening 2016).
    De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    2. De aangewezen vertegenwoordiger in het Algemeen Bestuur op te dragen deze  uitgangspunten aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2017 in het Algemeen Bestuur;
    3. In de begroting 2017 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan het RBL West-Brabant op te nemen van € 123.711 (detachering 1,26 formatie en een  aanvullende financiële bijdrage van € 50.000).

    De gemeenschappelijke regeling die ten grondslag ligt aan het RBL West-Brabant is in werking getreden op 1 augustus 2012 tot 1 augustus 2014. Zonder opzegging wordt de regeling jaarlijks met één jaar verlengd. Het RBL West-Brabant heeft de ontwerpbegroting voor 2017 opgesteld. De bijdrage van Moerdijk voor 2017 is € 123.711 en bestaat uit detachering van 1,26 formatie leerplichtambtenaar/trajectbegeleider en een aanvullende financiële bijdrage van €  50.000.

  15. Ontwerpbegroting 2017 Regio West-Brabant (RWB)

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen:
    1. In te stemmen met het indienen van de gezamenlijke zienswijze van de De6 gemeenten op de ontwerpbegroting 2017 van de RWB incl. REWIN:
    a) Bij de volgende aanbesteding van het KCV ook te onderzoeken of dat alternatieve, slimmere vervoersconcepten kunnen worden gehanteerd.
    b) De extra bijdrage voor Rewin voor 2 jaar beschikbaar te stellen. Na afloop van deze 2 jaar de resultaten van de extra bijdrage te evalueren in 2018. Met Rewin concrete prestatieafspraken te maken over de besteding van de extra bijdrage. Deze prestatieafspraken tussentijds te monitoren (bij voorkeur via de P&C-cyclus van de RWB).
    c) Te onderzoeken of  het O&O fonds een structureel overschot heeft. En zo ja, dit overschot dan uit te keren aan de deelnemende gemeenten
    d) De reserves rekeningsaldo MARB en functiewaardering HR21 nader te onderbouwen. Als deze onderbouwing niet te geven is de reserves uit te keren aan de deelnemende gemeenten.
    e) In de volgende P&C documenten de risico's nader te kwantificeren en te prioriteren;
    f) De planning van de P&C cyclus vanaf 2017 zodanig aan te passen dat de gemeenteraad conform de spelregels in de Nota Verbonden Partijen tot 1 juli in de gelegenheid zal zijn om een zienswijze op de ontwerpbegroting in te dienen;
    g) De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    2. In te stemmen met de vooruitlopend op de raadsbehandeling door het college ingediende zienswijze op de ontwerpbegroting 2017 van de RWB;
    3. De aangewezen vertegenwoordiger in het Algemeen Bestuur op te dragen deze uitgangspunten nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2017 in het Algemeen Bestuur en alles in het werk te stellen een meerderheid voor deze zienswijze te bereiken;
    4. In de begroting 2017 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan de RWB op te nemen van € 224.523.

    Het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant (RWB) heeft de gemeenteraad gevraagd om een zienswijze op de ontwerpbegroting 2017. In de gemeenschappelijke regeling RWB wordt uitvoering gegeven aan de gezamenlijke belangen van 19 gemeenten in West-Brabant.
    De zienswijze is afgestemd met De6 samenwerkende gemeenten. De volgende punten zullen door deze gemeenten in de AB vergadering van 8 juli 2016 nadrukkelijk aan de orde worden gebracht.
    In de zienswijze komt aan de orde dat er onderzocht gaat worden of er alternatieve, slimmere vervoersconcepten kunnen worden gehanteerd voor het Kleinschalig Collectief Vervoer (deeltaxi, Wmo-vervoer).
    Aan Rewin wordt voor twee jaar een extra bijdrage ter beschikking gesteld om de regionale economische concurrentiekracht te versterken. Door in te zetten op acquisitie, business development, arbeidsmarkt en vestigingsklimaat wordt de werkgelegenheid in de regio verbeterd.  Hiervoor moet de RWB concrete prestatieafspraken maken met Rewin en deze tussentijds monitoren.
    Ook moet worden onderzocht of het O&O fonds structureel een overschot heeft. En zo ja, dit overschot dan uit te keren aan de deelnemende gemeenten. Ook is gevraagd om een nadere onderbouwing van enkele reserves en als deze niet te geven is, de reserves uit te keren aan de deelnemende gemeenten.

  16. Beleidsbegroting 2017 Gemeenschappelijke Regeling Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord (GR RAV Brabant MWN)

    Het college besluit:
    1. In te stemmen met het indienen van de gezamenlijke zienswijze op de ontwerp beleidsbegroting 2017 van de GR RAV Brabant Midden-West-Noord:
    a. De raad is van mening dat het overschrijdingspercentage voor de A1-ritten voor 2017 hoogstens 5,5% mag bedragen (in plaats van het genoemde percentage van 6)  waardoor dit gelijk is aan het percentage voor 2016 (5,5%). Stijging van dit percentage past immers niet bij het streven van de RAV om haar prestaties voor 2017 te consolideren c.q. verbeteren.
    b. De raad verzoekt om in de begroting aandacht te besteden aan (de vordering van) het onderzoek naar een alternatieve rechtsvorm voor de RAV. Wij ontvangen graag een rapportage over de voortgang.
    c. Tenslotte gaat de raad er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijzen en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    2.  De aangewezen vertegenwoordiger in het Algemeen Bestuur te verzoeken deze uitgangspunten nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2017 in het Algemeen Bestuur van de RAV Brabant MWN.

    Op 6 april 2016 heeft het Dagelijks Bestuur van de GR RAV de beleidsbegroting 2017 vastgesteld. Aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten wordt gevraagd hun zienswijze op de begroting te geven. De begroting is kostendekkend, en zonder gemeentelijke bijdrage. Uitgangspunt voor de begroting zijn de met de zorgverzekeraars overeengekomen prestatieafspraken.
    Er is in samenwerking met 18 gemeenten een aantal zienswijzen opgesteld die bij het Dagelijks Bestuur van de RAV Brabant MWN naar voren worden gebracht. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijzen en dat de raad hierover wordt geïnformeerd. Het Algemeen Bestuur zal op 29 juni  2015 besluiten over de  ontwerp beleidsbegroting 2017.

  17. Programmabegroting 2017 en meerjarenbegroting 2018-2020 van GR ISD Werkplein Hart van West-Brabant

    Het college besluit:
    1. In te stemmen met de Programmabegroting 2017 en meerjarenbegroting 2018-2020 van GR ISD Werkplein Hart van West-Brabant;
    2. In de begroting 2017 van de gemeente Moerdijk een bijdrage aan GR ISD Werkplein Hart van West-Brabant op te nemen van € 8.127.562;
    3. Als zienswijze van de gemeente Moerdijk op de Programmabegroting 2017 bij het algemeen bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant het volgende naar voren te brengen:
    a   Aan het Werkplein opdracht te geven om uiterste inspanning te leveren om de volgende  
           punten te realiseren:
    o (Nieuwe) beleidsontwikkelingen, speerpunten en/of beleidsdoelen
    • Samenwerking WVS-groep: proces ketenbegroting is opgestart, maar is niet doorgevoerd in deze begroting
    o Te bereiken effecten/effectindicatoren
    • Ambitie 3% (alleen financieel doorvertaald in de begroting in de afname van de formatie)
    • Geen rekening is gehouden met extra toestroom statushouders
    o Inzet van capaciteit
    • Temporisering taakstelling (relatie formatie/grootte klantbestand)
    o Andere relevante opmerkingen
    • organisatieontwikkeling/samenwerking TNO;
    • extra inspanningen/maatregelen terugdringen klantenbestand samenhangnotitie.
    b. Het Werkplein de opdracht te geven om bij het opstellen van de begroting 2018 de afgesproken verdeling van de loonkosten voor 2019 te verdelen op basis van de algemene verdeelsleutel voor uitvoeringskosten conform de Gemeenschappelijke Regeling;
    c. Er is nog geen sprake van een integrale benadering met de WVS-groep wat betreft de uitvoering van de Participatiewet. Aan het Werkplein wordt verzocht om de activiteiten en inspanningen in samenhang met de activiteiten en inspanningen van WVS-groep te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn;
    d. In de begroting 2017 is ook een meerjarenraming 2018-2020 opgenomen. Deze raming geeft echter geen meerjarig inzicht omdat er niet wordt geanticipeerd op toekomstige ontwikkelingen. Indien de meicirculaire rond het Participatiebudget grote financiële wijzigingen inhoudt wordt van het Werkplein verwacht dat zij dan een voorstel tot wijziging van de begroting aan de aangesloten gemeenten zal voorleggen met een reëlere financiële doorkijk;
    e.    Met betrekking tot de meerjarenbegroting 2018-2020 wordt tevens opdracht gegeven actie te ondernemen om de meerjarenlijn voor wat betreft de overige (bedrijfsvoerings)kosten terug te brengen tot het niveau van de oorspronkelijke meerjarenbegroting 2015-2018;
    f. De raad gaat ervan uit dat het algemeen bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen deze zienswijze is tegemoet gekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
    4. De aangewezen vertegenwoordiger in het algemeen bestuur op te dragen deze uitgangspunten nadrukkelijk aan de orde te stellen bij de behandeling van de begroting 2017 in het algemeen bestuur van Werkplein Hart van West-Brabant.

    De gemeente Moerdijk neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling (GR) ISD Werkplein Hart van West-Brabant (HvWB). Dit is een samenwerking van zes deelnemende gemeenten, namelijk Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert. Het Dagelijks Bestuur van het Werkplein HvWB heeft de programmabegroting 2017 en meerjarenraming 2018 - 2020 naar de zes deelnemende gemeenten verzonden. Voordat de begroting op 23 juni 2016 a.s. door het Algemeen Bestuur  van het Werkplein HvWB wordt vastgesteld is de zienswijze hierop gevraagd aan de raad.