Besluitenlijst B&W vergadering 19 december 2017

Details van de vergadering
Besluitenlijst B&W vergadering
Datum: 19 december 2017
Locatie: Gemeentehuis, kamer 1.59
Aanwezig:
J.P.M. Klijs  burgemeester
J.J. Kamp wethouder
E. Schoneveld  wethouder
Drs. T.H.R. Zwiers wethouder
C.J.A. van Dorst MBA wethouder
B.G.M. Cornel loco-secretaris
Afwezig:
P.A.M. van Bavel gemeentesecretaris

Agendapunten

  1. Vaststelling besluitenlijst van de benw-vergadering van 12 december 2017

    Het college besluit:
    De besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  2. Vaststelling vertrouwelijke besluitenlijst van de benw-vergadering van 12 december 2017

    Het college besluit:
    De vertrouwelijke besluitenlijst ongewijzigd vast te stellen.

  3. Heroverweging principebesluit Oude Heijningsedijk 105

    Het college besluit:

    1. Op grond van de ingediende beschrijving van de werkzaamheden van het bedrijf het eerdere principebesluit van 16 mei 2017 voor deze locatie te heroverwegen en alsnog in principe medewerking te verlenen aan het verzoek op deze locatie een agrarisch aanverwant bedrijf (loonbedrijf, kleinschalig grondverzetbedrijf, kleinschalig hoveniersbedrijf) te vestigen.
    2. Aan het principebesluit tot medewerking de volgende voorwaarden te koppelen:
      1. de wijziging planologisch te regelen via een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie, waarbij de bestemming voor het perceel wijzigt naar de bestemming "Bedrijf - agrarisch aanverwant";
      2. in het op te stellen bestemmingsplan de verschillende bedrijfsonderdelen via een aanduiding specifiek worden benoemd en wordt vastgelegd dat de afzonderlijke bedrijfsonderdelen niet groter worden dan 500 m2, zodat sprake blijft van een bedrijf in milieucategorie 2;
      3. in het op te stellen bestemmingsplan onderbouwd wordt dat voldaan kan worden aan de geluidsnormen richting omliggende woningen;
      4. in het op te stellen bestemmingsplan het nieuwe bouwvlak zo te situeren dat zoveel mogelijk ruimte wordt gerealiseerd tussen bedrijf en omliggende woningen; 
      5. een voldoende plan voor landschappelijke kwaliteitsverbetering wordt toegevoegd.
    3. Een overeenkomst te sluiten met de initiatiefnemer op basis waarvan de risico's voor de ontwikkeling door de initiatiefnemer worden gedragen.

    Op 16 mei 2017 heeft het college een principebesluit genomen om geen medewerking te verlenen aan een verzoek de bestemming van het perceel Oude Heijningsedijk 105 te Heijningen te wijzigen naar de bestemming "Bedrijf", voor de vestiging van een aannemersbedrijf. De reden hiervoor was dat een aannemersbedrijf als hoofdfunctie thuishoort op een bedrijventerrein en niet in het buitengebied.  Aan de hand van aanvullende informatie, waarin de exacte werkzaamheden van het bedrijf zijn omschreven, blijkt het bedrijf meer een agrarisch loonbedrijf en kleinschalig grondverzets- en hoveniersbedrijf te zijn. De activiteiten hebben hiermee een duidelijker link met het buitengebied, waardoor vestiging op een bedrijventerrein minder voor de hand ligt. Hierdoor en omdat op het perceel ook nog een agrarisch bedrijf wordt uitgevoerd, besluit het college het eerdere besluit van 16 mei 2017 te heroverwegen en alsnog in principe, onder voorwaarden, mee te werken aan een bestemmingswijziging via het opstellen van een nieuw bestemmingsplan.

  4. Definitieve vaststelling subsidie Surplus Welzijn 2016

    Het college besluit:

    1. De jaarlijkse subsidie aan Surplus Welzijn over 2016 definitief vast te stellen op een bedrag van € 765.944,= conform het reeds eerder uitbetaalde voorschot;
    2. De eenmalige subsidie voor intensivering van de mantelzorgondersteuning in 2016 definitief vast te stellen op een bedrag van € 28.010,= en een bedrag van €  6.704,= terug te vorderen.
    3. De eenmalige subsidie voor doorontwikkeling "Huis van de Wijk" definitief vast te stellen op een bedrag van €  73.569,=  conform het reeds eerder uitbetaalde voorschot;
    4. Surplus Welzijn hierover schriftelijk te infomeren via de beschikking.

    Via indiening van het jaarverslag en de jaarrekening over 2016 heeft Surplus Welzijn verantwoording afgelegd over 2016. Deze zijn beoordeeld en er is nagegaan of de werkzaamheden zijn verricht, zoals deze zijn vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst. De activiteiten van Surplus Welzijn bestaan uit de onderdelen gebiedsgericht werken, vrijwilligerswerk, jongeren(werk) en (mantelzorg)ondersteuning. De eenmalige extra subsidie voor mantel-zorgondersteuning van € 34.714,=is niet volledig besteed, vandaar dat deze is vastgesteld op € 28.010,=  en er een bedrag van € 6.704,= wordt teruggevorderd. De verantwoording over de reguliere subsidie en de eenmalige subsidie voor doorontwikkeling Huis van De wijk is in orde bevonden en op basis daarvan heeft het college besloten deze subsidies over 2016 definitief vast te stellen op een totaalbedrag € 839.513,=.

  5. Ondersteunen van VVN afdeling Moerdijk met financiële middelen om mensgerichte verkeersmaatregelen uit te voeren in 2018 teneinde de verkeersveiligheid te vergroten.

    Het college besluit:

    1. Veilig Verkeer Nederland afdeling Moerdijk te ondersteunen met financiële middelen zodat zij activiteiten kunnen uitvoeren om de verkeersveiligheid te vergroten binnen de gemeente;
    2. een subsidiebedrag voor 2018 van in totaal € 17.000,00 voorlopig te verlenen en ten laste te brengen van de begrotingspost verkeersveiligheid mensgerichte maatregelen (prod.nr. 6210901, kostensoortnr. 44259). Voor een groot deel van deze kosten is inmiddels subsidie aangevraagd bij de provincie; 
    3. De uitvoeringsovereenkomst 2018 vast te stellen en te ondertekenen waarin activiteiten zijn vastgelegd die VVN in 2018 gaat uitvoeren.

    VVN afdeling Moerdijk ondersteunt de gemeente ieder jaar met het uitvoeren van zogenaamde mensgerichte verkeersveiligheidsactiviteiten. Hier krijgen zij jaarlijks 17.000 euro voor.
    In 2018 willen zij deze middelen en hun capaciteit besteden aan de organisatie van de volgende activiteiten:

    • een opfriscursus voor automobilisten voor de specifieke doelgroep senioren (70+) en een E-bike training
    • het faciliteren van zowel het theoretisch en praktisch verkeersexamen voor de basisschool leerlingen;
    • het ondersteunen van acties gericht op verkeersgedrag van leerlingen van het voortgezet onderwijs;
    • het aanbieden van een algemene online opfriscursus voor automobilisten;
    • het opzetten van een bewustwordingscampagne om mensen te confronteren met het effect van hun eigen gedrag in het verkeer;
    • het naar behoefte uitvoeren van wijkacties gericht op verkeersveiligheid 
    • voorlichting via campagneborden en verschillende media.

    Het college heeft op basis van de begroting, projectplan 2018 en aanvullende afspraken besloten de subsidie aan VVN afdeling Moerdijk te verlenen.

  6. Subsidieverlening 2018 Surplus Welzijn

    Het college besluit:

    1. Aan Surplus voor 2018 een budgetsubsidie te verlenen van € 698.694;
    2. De subsidie ten laste te brengen van de hiervoor geraamde budgetten in de begroting,
      respectievelijk;
      • € 482.129 Gebiedsgericht werken (productnr. 6670100 Algemeen Maatschappelijk Werk)
      • € 104.400 Vrijwilligerswerk (productnr. 6670201 Ondersteuning vrijwilligers)
      • € 112.165 Informele zorg (productnr. 6670002 Algemene voorziening WMO & Jeugd)
    3. De volledige financiering van punt 2 en de  extra benodigde middelen van totaal € 36.718 als volgt te dekken:
      • € 20.000 vanuit het restkrediet mantelzorgondersteuning 7620700/43710 in 2018.
      • € 16.718 vanuit de beschikbare begrotingsruimte in 2018, middels begrotingswijziging bij de 1e berap 2018.
    4. In te stemmen met de uitvoeringsovereenkomst 2018 Surplus;
    5. Surplus hierover schriftelijk te informeren via de beschikking.

    Surplus Welzijn heeft een subsidieaanvraag ingediend voor 2018. De aanvraag is opgebouwd aan de hand van de volgende speerpunten; gebiedsgericht werken, vrijwilligerswerk en informele zorg. Vanaf 2018 maakt het jongerenwerk geen deel meer uit van de subsidie-aanvraag. Dit product is als onderdeel van de aanbesteding combinatiefunctionarissen gegund aan Sport en Welzijn. Het college heeft besloten om voor 2018 een subsidie te verlenen van € 698.694,=. Voor  2018 zijn meer middelen beschikbaar gesteld voor informele zorg met name om onbetaalde krachten en vrijwilligers structureel te ondersteunen en begeleiden. Daarnaast zijn bij elk onderdeel extra middelen beschikbaar gesteld om onbetaalbare krachten en vrijwilligers te faciliteren in de zin van ICT, training en onkosten.

  7. Subsidiëring Stichting Leergeld

    Het college besluit:

    1. De vaststelling van de subsidie over 2016 en de verlening van de subsidie voor  2018 aan Stichting Leergeld met 8 weken te verdagen.
    2. Hiermee af te wijken van art 7, lid 2 van de Algemene subsidieverordening waarin is aangegeven dat voor 31 december een besluit moet worden genomen over de aanvraag.

    Stichting Leergeld ontvangt een jaarlijkse subsidie voor reguliere ondersteuning van de doelgroep en uitvoering van het schoolstarterspakket. De stichting is nog niet in staat geweest om de benodigde stukken voor de vaststelling van de subsidie over 2016 en de verlening voor 2018 compleet te maken. Hierdoor is het niet mogelijk om voor eind van dit jaar een besluit te nemen over de vaststelling van de subsidie 2016 en de subsidieaanvraag 2018, vandaar dat het college heeft besloten om de vaststelling en subsidieverlening met 8 weken te verdagen.

  8. Subsidiëring Speeltuinvereniging Kindervreugd, Helwijk

    Het college besluit:

    1. De jaarlijkse subsidie aan Speeltuinvereniging Kindervreugd over 2016 definitief vast te stellen op een bedrag van € 6.000, - conform het reeds uitbetaalde voorschot;
    2. Aan Speeltuinvereniging Kindervreugd voor 2018 een subsidie te verlenen van € 8.252,=;
    3. Dit bedrag ten laste te brengen van productnummer 66704700, jeugdvoorzieningen;
    4. Speeltuinvereniging Kindervreugd hierover schriftelijk te informeren via de beschikking.

    Speeltuinvereniging Kindervreugd heeft over 2016 een verantwoording ingediend over de verleende subsidie voor de exploitatie van de speeltuin, het kinder- en vakantiewerk en het jeugdtoneel. De jaarrekening en het jaarverslag is beoordeeld en in orde bevonden. Op basis hiervan heeft het college besloten de verleende subsidie over 2016 definitief vast te stellen op
    € 6.000, -. Daarnaast is ook subsidie aangevraagd voor 2018. Hieraan zijn nieuwe activiteiten voor senioren  toegevoegd, waarbij is aangesloten op subsidiëring van plaatselijke seniorenraden. Het college heeft besloten voor  2018 een subsidie van € 8.252,= te verlenen.

  9. Subsidieverlening aan Stichting Voedselbank Moerdijk in 2018

    Het college besluit:

    1. Stichting Voedselbank Moerdijk in 2018 een jaarlijkse subsidie van € 1.500,- te verlenen.
    2. De subsidie voor het jaar 2018 ten laste te brengen van het budget Armoedebeleid 6614400/44259.
    3. Af te wijken van Artikel 7, lid 3 uit de Algemene Subsidieverordening door het volledige subsidiebedrag te verstrekken, in plaats van 90%  van het subsidiebedrag.
    4. De subsidie die in 2016 is verstrekt aan  Stichting Voedselbank Moerdijk, definitief vast te stellen op € 1500,-.
    5. Af te wijken van artikel 16, lid 2 uit de Algemene Subsidieverordening door de subsidie over 2016 vast te stellen zonder dat er een jaarverslag is toegestuurd.

    Stichting Voedselbank Moerdijk heeft een verzoek ingediend voor subsidieverlening in 2018. Dit verzoek is in behandeling genomen. Stichting Voedselbank Moerdijk komt in aanmerking voor een jaarlijkse subsidie voor 2018. Voedselbank Moerdijk helpt jaarlijks veel mensen in de gemeente Moerdijk met een gratis voedselpakket. Dat doet zij samen met bedrijven, instellingen, particulieren en de gemeente. Doordat er in 2017 veel wisselingen in het bestuur van Stichting Voedselbank Moerdijk zijn geweest, kon de subsidieaanvraag niet op tijd worden ingediend. Ook is  er daarom geen jaarverslag van 2016 gemaakt. Wel is er  een jaarrekening ingediend, waardoor de subsidie over 2016 kan worden vastgesteld.

  10. Opsplitsen uitvoeringsregeling eenmalige en jaarlijkse subsidie gemeente Moerdijk

    Het college besluit:

    1. Nadere regels basissubsidies Vrijwilligersorganisaties vast te stellen;
    2. Nadere regels initiatiefsubsidies Vrijwilligersorganisaties vast te stellen;
    3. de uitvoeringsregeling eenmalige en jaarlijkse subsidies gemeente Moerdijk in te trekken.

    In oktober van dit jaar heeft het college het kader "van Subsidie tot Marketing" vastgesteld. Met dit kader kan iedereen in één oogopslag zien welke vormen van subsidie er zijn en waar ze voor bedoeld zijn. Tegelijkertijd kan via de beslisboom gekeken worden of en zo ja voor welke subsidie de activiteit in aanmerking komt. Belangrijk is om op te merken dat dit nieuwe subsidiekader geen wijziging is van de bestaande nadere regels en tarievenlijsten. Voor bestaande subsidierelaties veranderd er dus niets. Met het opsplitsen van de uitvoeringsregeling eenmalige en jaarlijkse subsidie gemeente Moerdijk veranderd er inhoudelijk ook niets. Het gaat om een technische opsplitsing die nodig is om te zorgen dat alle onderdelen uit deze overeenkomst passen in het nieuwe kader. Met deze opsplitsing wordt het voor vrijwilligersorganisaties eenvoudiger om na te gaan wat de voorwaarden zijn voor basis- en initiatiefsubsidies die voor hun van toepassing zijn.

  11. Moerdijk Marketing bijdrage Lichtjesoptocht Moerdijk.

    Het college besluit:
    In te stemmen met een bijdrage van € 5.600 uit het Moerdijk Marketing budget aan Stichting Promotie Carnaval voor de Lichtjesoptocht Moerdijk.

    Moerdijk Marketing heeft als doel de huidige inwoners te behouden en nieuwe inwoners aan te trekken om zo het voorzieningenniveau op peil te houden. Om Moerdijk onder de aandacht te krijgen van potentiele nieuwe inwoners en een gevoel van trots en ambassadeurschap te creëren bij de huidige inwoners, wordt, onder andere, ingezet op de ondersteuning van evenementen. Deze evenementen hebben een regionale of landelijke uitstraling en bereik en verbinden de verschillende plaatsen in Moerdijk met elkaar. De lichtjesoptocht in Standdaarbuiten trekt jaarlijks duizenden bezoekers uit het hele land. Daarnaast wordt het live uitgezonden op Omroep Brabant. Dit biedt een enorm bereik om Moerdijk te promoten. De vele bouwclubs die meedoen aan de optocht en de ruim honderd vrijwilligers die de optocht mogelijk maken zorgen voor trots en een positieve binding met Moerdijk. Door de hoeveelheid aan publiciteit dat het evenement genereert wordt Moerdijk binnen en buiten de gemeentegrenzen goed op de kaart gezet.

  12. Kernbudget stads- en dorpstafels

    Het college besluit:

    1. Vanaf 1 januari 2019 per stads- of dorpstafel een kernbudget beschikbaar te stellen van € 5.000,-;
    2. Dat, om aanspraak te kunnen maken op het kernbudget moeten de belangen en doelstelling van de stads- of dorpstafel geborgd zijn binnen de rechtspersoonlijkheid van een vereniging;
    3. De oprichting van een vereniging voor een stads- of dorpstafel te bekostigen en faciliteren vanuit de gemeente, indien gewenst;
    4. De gebiedscoördinatoren in samenspraak met desbetreffende stads- en dorpstafels de ruimte te bieden om te komen tot maatwerkafspraken omtrent de onderlinge verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de rechtspersoonlijkheid en de tafel;
    5. Voor die Stads- en dorpstafels die voor 1 januari 2019 met de betreffende stads- of dorpsraad tot afspraken komen tot overdracht van de bestaande subsidie, het kernbudget al in 2018 beschikbaar te stellen.
    6. De bestaande afspraken en subsidierelatie met de stads- en dorpsraden per 1 januari 2019 formeel te laten vervallen en de stads- en dorpsraden hierover schriftelijk te informeren.
    7. De kosten voor het kernbudget te dekken uit de bestaande budgetten 6670900  (Gebiedsplannen)/43710(Overige uitgaven), 6002200(Burgercontacten)/43710(Overige uitgaven), 6002200(Burgercontacten)/44251(Jaarlijkse subsidies).

    2018 is het jaar waarin het gemeentebestuur van Moerdijk de belangrijke nieuwe participatieve rol van de Gebiedstafels in de kernen gaat afronden en bestendigen. Met de totstandkoming van het gebiedsplan Zevenbergen en de start van de kerngerichte Stadstafel is het proces van vorming afgerond in 2017.
    Het komende jaar 2018, tot aan 2019, staat voor de gebiedstafels in het teken van:

    • invulling geven aan hun participatieve rol;
    • bestendigen en uitbreiden van hun signalerende en uitvoerende rol als vertegenwoordiging van de lokale kerngemeenschappen;
    • verduidelijking van de interne spelregels waarbij zowel duurzaamheid als flexibiliteit voorop staan;
    • invulling van de vorm waarin de gebiedstafels zich organiseren als toegankelijk en open vertegenwoordiging met een rechtsvorm die voldoet aan de subsidievereisten van de overheid.

    De stads- en dorpstafels zijn de centrale gesprekspartner voor de gemeente Moerdijk en partners (Woonkwartier, Surplus en Politie) voor wat betreft zaken die in en rond de betreffende kern, dan wel gebied, spelen.
    Naast de rol van gesprekspartner zijn de stads- en dorpstafels dé plek om lokale initiatieven te bespreken en in gang te zetten. Deze participatieve, signalerende en uitvoerende rollen, stellen eisen aan de vorm waarin de afzonderlijke gebiedstafels zich verenigen om namens de bewoners van de kern, samen met de gemeente Moerdijk en de lokale partners (Woonkwartier, Surplus en Politie), te komen tot voorstellen die duurzaam invulling geven aan de leefbaarheidswensen en de uitdaging aangaan met geconstateerde problematieken.
    Enerzijds is het noodzakelijk om hiervoor een structuur met een constante factor te kiezen. Anderzijds moet de vorm uitnodigend en toegankelijk zijn voor bewoners die zich korter durend willen inzetten voor uitdagingen en oplossingen in hun woonomgeving.
    Een verenigingsstructuur die per kern mogelijkheden biedt tot lokaal maatwerk voor de interne spelregels en werkafspraken, lijkt hiervoor de meest effectieve. Dit geeft tevens invulling aan het vereiste dat er een rechtspersoon noodzakelijk is om aanspraak te kunnen maken op subsidie in de vorm van een kernbudget. De gemeente faciliteert en financiert de opzet van de verenigingsvorm. Om de stads- en dorpstafels nog meer slagkracht te geven krijgt elke kern vanaf 2019 de mogelijkheid om een kernbudget aan te vragen. Met dit kernbudget kunnen de stads- en dorpstafels zelf keuzes maken over bijvoorbeeld vergaderkosten, lidmaatschap van belangenverenigingen maar ook het ondersteunen van lokale initiatieven. Per stads- en dorpstafel komt een kernbudget beschikbaar van € 5.000,-. Een deel van dat kernbudget bestaat uit de subsidie die nu nog, en ook in 2018, naar de verschillende stads- en dorpsraden gaat en blijft dus behouden voor de kern. Omdat er nu tussen gemeente en verschillende stads- en dorpsraden nog afspraken lopen wordt 2018 als overgangsjaar gebruikt. Uiterlijk 1 januari 2019 zal voor elke stads- en dorpstafel het kern budget mogelijk zijn.
    Naast het vervallen van de subsidie worden ook de verschillende convenanten met de bestaande stads- en dorpsraden per 1 januari 2019 opgezegd. Deze wijziging is natuurlijk niet over één nacht ijs gegaan. Hierover is de afgelopen periode met alle partijen gesproken. Afgesproken is dat het belangrijk is om tot een goede overdracht te komen van de verantwoordelijkheden van de stads- en dorpsraad naar het nieuwe aanspreekpunt, de stads- en dorpstafels. Samen met alle betrokken partijen wordt 2018 gebruikt om er voor te zorgen dat alle stads- en dorpstafels vanaf 1 januari 2019 gebruik kunnen maken van het kernbudget. Voor die kernen waar de betrokken partijen er samen eerder uit zijn, wordt het kernbudget al per 2018 beschikbaar gesteld.

  13. Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied

    Het college besluit:
    De gemeenteraad voor te stellen:

    1. De ingediende zienswijzen, met uitzondering van zienswijze nummer 2.12, op het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Moerdijk  ontvankelijk te verklaren;
    2. Zienswijze 2.12 niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de zienswijze is gericht op percelen die geen onderdeel zijn van het bestemmingsplan Buitengebied Moerdijk;
    3. In te stemmen met de inhoud van de bij dit voorstel behorende "Nota zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied d.d. 7 december 2017";
    4. De zienswijzen genummerd 2.6, 2.9, 2.10, 2.16, 2.18 en 2.27 gegrond te verklaren;
    5. De zienswijzen genummerd 2.1, 2.2, 2.5, 2.14, 2.15, 2.17, 2.19, 2.21, 2.25, 2.27, 2.28, 2.29, 2.30, 2,31, 2.32, 2.34, 2.37 en 2.38 gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond te verklaren;
    6. De zienswijzen genummerd 2.3, 2.4, 2.7, 2.8,  2.11, 2.13, 2.20, 2.22, 2.23, 2.24, 2.26, 2.33, 2.35, 2.36 en 2.39 ongegrond te verklaren;
    7. In te stemmen met de Milieueffectrapportage, inclusief aanvullende bijlage, die is toegevoegd aan de Nota zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied;
    8. Het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Moerdijk, zoals vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.1709.Buitengebied-BP30 met de, als gevolg van de wijzigingen zoals opgesomd in de Staat van wijzigingen (toegevoegd bij dit voorstel), gewijzigd vast te stellen;
    9. Ten behoeve van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen;
    10. De planidentificatie van het bestemmingsplan te wijzigen van NL.IMRO.1709.Buitengebied-BP30 naar NL.IMRO.1709.Buitengebied-BP40.

    Voor het hele buitengebied van de gemeente is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Dit traject is gestart met het opstellen van de Visie Buitengebied en de deelvisies Visie Bebouwingsconcentraties en het Landschapskwaliteitsplan. Het versterken en behouden van de kwaliteit van het buitengebied staat in deze visie centraal. Nadat deze visies op 14 juli 2016 door de gemeenteraad zijn vastgesteld, is gestart met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. Doel van dit bestemmingsplan is het vastleggen van de bestaande, legale, situatie. Alleen kleinere ontwikkelingen zijn in het bestemmingsplan opgenomen. Grotere ontwikkelingen doorlopen het traject van het dynamisch afwegingskader zoals dat in de Visie Buitengebied is opgenomen.
    Ontwerpbestemmingsplan
    Het ontwerp van het bestemmingsplan Buitengebied Moerdijk en de bijbehorende Milieueffectrapportage hebben van 14 september tot en met 25 oktober 2017 voor  iedereen ter inzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan is daarnaast toegestuurd aan de wettelijk vooroverlegpartners. In totaal zijn 39 zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. In de Nota van zienswijzen zijn alle zienswijzen voorzien van een reactie. De zienswijzen leiden tot meerdere aanpassingen in het bestemmingsplan, zoals:

    • de regeling voor lage permanente teeltondersteunende voorzieningen wordt aangepast;
    • het toevoegen van een wijzigingsbevoegdheid waarmee het bouwblok voor een intensieve veehouderij kan worden aangepast, dan wel vergroot;
    • het toevoegen van een afwijkingsbevoegdheid waarmee tijdelijke opslag van agrarische producten buiten het bouwvlak of de bouwstede toegestaan kan worden;
    • het aanvullen van de bestemmingen Waarde - Archeologie, zodat ook bij werkzaamheden anders dan bouwen, daar waar aangetoond kan worden dat de grond eerder geroerd is, afgezien kan worden van archeologisch onderzoek en de uitzonderingsregels ook gelden bij nieuwbouw en niet alleen bij verbouw of vervangende nieuwbouw. 

    Er zijn ook meerdere ambtshalve wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan. Deze zijn verwoord in de Nota van zienswijzen en in de Staat van Wijzigingen.
    Vaststelling
    De raad wordt geadviseerd het ontwerpbestemmingsplan, mede als gevolg van deze reacties, gewijzigd vast te stellen. Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt het plan aan de provincie Noord-Brabant toegestuurd. Zodra bericht van de provincie is ontvangen, wordt het bestemmingsplan wederom zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn kan een ieder die een zienswijze heeft ingediend, of iedereen voor zover het gaat om de wijzigingen die bij vaststelling in het bestemmingsplan worden doorgevoerd, beroep indienen bij de Raad van State. Indien tegelijkertijd met het beroep een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingediend, heeft dat een schorsende werking voor dat onderdeel. De overige onderdelen treden na afloop van de beroepstermijn in werking. Na een (eventuele) behandeling en uitspraak van de Raad van State is het bestemmingsplan definitief en onherroepelijk.

  14. Subsidie voor- en vroegschoolse educatie Stichting De Waarden 2018

    Het college besluit:

    1. Stichting De Waarden voor het jaar 2018 een subsidie van  € 16.068 te verlenen voor de inzet van een orthopedagoog  in de voor- en vroegschoolse educatie (vve) binnen het CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin) team Jonge Kind;
    2. De hardheidsclausule (artikel 19 Algemene Subsidieverordening (ASV) toe te passen en af te wijken van het artikel 7.3 van de ASV (aan subsidieontvangers die na de onder artikel lid 1 of lid 2 bepaalde termijn de aanvraag voor subsidieverstrekking indienen wordt een subsidie verstrekt van 90% van het bedrag bij tijdige indiening). De subsidieaanvraag is op 10 juli 2017 ingediend en niet voor 1 juni zoals in artikel 7.1 van de ASV is vastgelegd, omdat op 1 juni 2017 nog niet duidelijk was bij Stichting De Waarden of er een orthopedagoog in 2018 inzetbaar was;
    3. De gemeenteraad in de eerste bestuursrapportage te informeren over het inzetten van de hardheidsclausule;
    4. De subsidie van € 16.068,-- ten laste te brengen van productnummer 6480600/44259;
    5. In te stemmen met de uitvoeringsovereenkomst 2018.

    Het college verleent aan Stichting de Waarden voor het jaar 2018 een subsidie van € 16.068 voor de inzet van een orthopedagoog  in de voorschoolse voorzieningen waar kinderen van 0 tot 4 jaar worden opgevangen. Deze orthopedagoog is een aanvullende deskundige in het CJG team Jonge Kind. Zij biedt ondersteuning bij het gebruik van het kindvolgsysteem, bij vragen van pedagogisch medewerkers en ouders en bij dossierbesprekingen. Daarnaast voert zij op aanvraag observaties uit als er een vermoeden bestaat dat een jong kind een bepaalde achterstand in de ontwikkeling heeft. Haar handelen is er op gericht om vroegtijdig eventuele ontwikkelingsproblemen te signaleren en vervolgens handelingsadviezen aan pedagogisch medewerkers en ouders te geven. Het doel is om te voorkomen dat een kind start op de basisschool met een achterstand.

  15. Toekomstig beheer van de jachthaven Willemstad

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen om:

    1. De jachthaven niet te privatiseren door middel van verkoop, maar het beheer van de jachthaven onder te brengen bij derden;
    2. De volgende randvoorwaarden te stellen  bij het beheer van de jachthaven door derden:
      1. De positie van de haven is onlosmakelijk van de vestingswallen Willemstad, met zijn uitstraling en historische bouw;
      2. De haven moet  één geheel blijven met de aanliggende openbare ruimte;
      3. De haven is een onderdeel van de toeristische ontwikkeling van Willemstad;
      4. Er moet interactie op economische  en toeristisch  gebied plaatsvinden met de ondernemers van Willemstad, de watersport en de diverse scheepvaart verbindingen;
      5. Ontwikkeling op watersportgebied en toeristisch gebied  
    3. Het beheer van de jachthaven uit te geven voor een periode van 5 jaar op basis van de bestaande infrastructuur en voorzieningen.
    4. Het aanbesteden van deze procedure door middel van marktconsultatie uit te voeren;
    5. De éénmalige kosten van de aanbesteding € 15.000 ten laste te brengen uit de stelpost nieuw beleid van €200.000 als incidentele middelen en bij te ramen op de post haven Willemstad 6561001 kostensoort 43519 externe adviseurs

    Op basis van de notitie "gewikt en gewogen"  heeft de gemeenteraad in 2011 opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden tot privatisering. In de afgelopen jaren zijn zaken welke nog niet formeel geregeld waren en die een mogelijke risico zouden kunnen vormen (in de aanloop) bij privatisering daar waar nodig hersteld. Daarnaast is door een extern bureau  een onderzoek gedaan naar de mogelijke voorwaarden waaronder de jachthaven door derden geëxploiteerd zou kunnen worden. Uit dit onderzoek is gebleken dat de exploitatie van de haven van Willemstad geen eenvoudige opgave is. Er wordt meer gediend dan het belang van ligplaatshouders en exploitant. De positie in de stad, handhaving van functies, uitvoering van min of meer openbare taken en de gewenste blijvende economische impuls en bestedingen in de kern vormen een algemeen belang. Dit kan geborgd worden in een nieuwe samenwerking die de arbeid extern plaatst en tegelijkertijd de grip, zeggenschap en flexibiliteit naar de toekomst bij de gemeente houdt. Om de exploitatie extern onder te brengen wordt aan de gemeenteraad een aantal besluiten gevraagd om deze procedure in gang te kunnen gaan zetten.

  16. Jaarlijkse subsidie Kellebeek College 2018

    Het college besluit:

    1. Kellebeek College, onderdeel van het ROC West-Brabant, voor het jaar 2018 een subsidie van in totaal € 39.000 te verlenen voor de opzet van drie ouderbetrokkenheidsprojecten voor anderstalige ouders en inzet in het kader van de bestrijding van laaggeletterdheid in de gemeente Moerdijk;
    2. De subsidie van € 39.000 ten laste te brengen van productnummer 6482000/44259;
    3. In te stemmen met de uitvoeringsovereenkomst 2018.

    Voor de aanpak van laaggeletterdheid heeft de gemeente Moerdijk al jaren een subsidierelatie met Kellebeek College, dat  als onderdeel van het ROC West-Brabant zorg draagt voor volwasseneneducatie. In het landelijk actieplan 'Tel mee met Taal' wordt ingezet op drie thema's: opvoeding/gezin, werk en gezondheid. De middelen die vanuit de specifieke uitkering naar de contactgemeente binnen de arbeidsmarktregio (Breda) gaan, worden met name ingezet op het thema werken en het scholen van inwoners met een uitkering. In de lokale aanpak van laaggeletterdheid ligt de nadruk daarom meer op de andere thema's gezin/opvoeding en gezondheid. In 2018 wordt ingezet op gezin/opvoeding door de opzet van drie pilots om de ouderbetrokkenheid van anderstalige ouders/ouders met een taalachterstand in de peuteropvang en groep 1 en 2 te stimuleren. In het traject van voor- en vroegschoolse educatie (vve) wordt het belang van ouderbetrokkenheid steeds meer onderkend. Bewezen is dat ouders een belangrijke bijdrage leveren in het voorkomen dat kinderen met een achterstand op gebied van taalontwikkeling naar school gaan. Het doel van de pilot is ook dat ouders veel meer betrokken raken bij het vve traject dat hun kinderen volgen en hierin actiever gaan participeren. Een ander doel is om de taalschat van ouders te vergroten. Naast de inzet op ouderbetrokkenheid blijft een klein deel van de subsidie gereserveerd voor de inzet van een netwerkdocent, die ondersteunt in de week van de alfabetisering. In deze week vraagt de gemeente Moerdijk aandacht voor de problematiek van laaggeletterdheid, worden activiteiten opzet om laaggeletterdheid bespreekbaar te maken en het cursusaanbod wordt onder de aandacht gebracht van laaggeletterden en hun omgeving.

  17. Begroting 2017, meerjarenbegroting 2017-2021 en jaarstukken 2016 Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant.

    Het college besluit:

    1. Kennis te nemen van de begroting 2017, meerjarenbegroting 2017-2021 en de jaarstukken 2016 (jaarrekening, bestuursverslag en accountantsverslag);
    2. Deze stukken ter inzage te leggen voor de raad middels een raadsinformatiebrief.

    De Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant heeft de begroting 2017, meerjarenbegroting 2017-2021 en de jaarstukken 2016 (jaarrekening, bestuursverslag en accountantsverslag) overlegd, die goedgekeurd zijn door de raad van toezicht. De vermogenspositie van de stichting is voldoende groot om risico's op te vangen. De raad van toezicht bestaat uit de vijf wethouders van de vijf deelnemende gemeenten Roosendaal, Halderberge, Moerdijk, Rucphen en Drimmelen.
    Portefeuillehouder onderwijs de heer drs. T.H.R. Zwiers, is door de raad aangewezen als lid van deze raad van toezicht. Hij dient de raad te informeren over het gevoerde beleid en het gevoerde financieel beheer in de raad van toezicht. De begroting 2017, meerjarenbegroting 2017-2021 en de jaarstukken 2016, worden daarom ter inzage gelegd.

  18. Subsidieverlening 2018 Vluchtelingenwerk Zuid-Nederland (locatie Moerdijk)

    Het college besluit:

    1. Een subsidie te verlenen voor 2018 aan Vluchtelingenwerk Zuid-Nederland (locatie Moerdijk) van € 35.550 gebaseerd op 15 trajecten maatschappelijke begeleiding;
    2. Voor elk extra traject een bijdrage te verstrekken van € 2.370 voor personen van 16 jaar of ouder en € 400 voor personen jonger dan 16;
    3. Een subsidie te verlenen van € 4.480 voor de uitvoering van het Informatiepunt Inburgering;
    4. Een subsidie te verlenen van € 4.000 voor het opstarten van 10 taalcoachtrajecten in 2018
    5. Voor elk extra taalcoachtraject een bijdrage te verstrekken van € 400 per afgerond traject, met een maximum van 10 extra trajecten.
    6. In te stemmen met het maken van aanvullende afspraken over de invulling van de trajecten maatschappelijke begeleiding met Vluchtelingenwerk Zuid-Nederland (locatie Moerdijk) gedurende 2018;
    7. In te stemmen met het maken van aanvullende afspraken met Vluchtelingenwerk Zuid-Nederland (locatie Moerdijk) over de uitvoering van de taalcoachtrajecten en eventuele verdere uitbreiding hiervan gedurende 2018.

    Vluchtelingenwerk Zuid-Nederland (locatie Moerdijk) heeft een subsidieaanvraag ingediend voor 2018. De subsidieaanvraag omvat een aantal elementen:

    • Maatschappelijke begeleiding: Voor elke statushouder die zich in de gemeente vestigt biedt Vluchtelingenwerk Zuid-Nederland (locatie Moerdijk) een traject maatschappelijke begeleiding aan. Evenals vorige jaren wordt daarvoor een subsidie verstrekt voor 15 trajecten gebaseerd op € 2.370 per traject. Voor elk aanvullend traject wordt een bijdrage van € 2.370 verstrekt voor personen van 16 jaar en ouder. Voor personen jonger dan 16 bedraagt de bijdrage € 400 per traject.
    • Informatiepunt Inburgering: Vluchtelingenwerk Zuid-Nederland (locatie Moerdijk) ondersteunt inburgeringsplichtigen in het vormgeven van hun inburgeringsplicht. Inburgeringsplichtigen zijn sinds 1 januari 2013 zelf verantwoordelijk voor hun inburgering, maar hebben wel ondersteuning nodig om hier hun weg in te vinden. Het informatiepunt Inburgering voorziet in deze behoefte.
    • Taalcoachtrajecten: Taalbeheersing is van groot belang voor succesvolle inburgering. Omdat is gebleken dat de één op één begeleiding door vorming van taalkoppels erg wordt gewaardeerd en er veel animo is om op deze manier versneld de Nederlandse taal te leren wordt een subsidie verstrekt van € 400 voor 10  (afgeronde) taalcoachtrajecten. Daarnaast wordt voor maximaal 10 extra (afgeronde) trajecten een bijdrage van € 400 verstrekt.


    In aanvulling op de afspraken over subsidieverstrekking en financiële bijdragen worden gedurende het jaar aanvullende afspraken gemaakt over de invulling van de trajecten maatschappelijke begeleiding, de uitvoering van de taalcoachtrajecten en de eventuele verdere uitbreiding hiervan in 2018. Deze aanvullende afspraken zijn wenselijk om de inzet goed af te kunnen stemmen op de behoeften van de statushouders.

  19. Interne controleplan 2017

    Het college besluit:
    Het interne controleplan 2017 vaststellen.

    Op grond van de financiële verordening moet elk jaar door het college een interne controleplan worden vastgesteld. In het interne controleplan wordt geregeld hoe de interne controle voor het verantwoordingsjaar wordt ingericht en welke accenten er worden gelegd. Het opstellen van het interne controleplan is ook als activiteit opgenomen in het plan van aanpak verbeteringen bedrijfsvoering. Een goede interne controle is met name van belang om inzicht te hebben in de interne beheersing van de organisatie. Dit is belangrijk voor het management en het college om indien nodig tijdig bij te kunnen sturen. Bij de interne controle is het vaststellen van de levering prestatie de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. Het betreft het nagaan of een prestatie is geleverd alvorens tot betaling wordt overgegaan. Het proces van de accountants-controle jaarrekening 2016 ligt nog vers in het geheugen. Dit proces is niet goed verlopen en is derhalve in het najaar 2017 met de betrokken partijen geëvalueerd. Het is belangrijk dat er wordt geleerd van hetgeen niet goed is gegaan en/of beter kan. Een direct gevolg van het niet goed verlopen van het controleproces van de jaarrekening is dat er een achterstand is ontstaan ten aanzien van de interne controlewerkzaamheden 2017 en de uitvoering van de verbeterplannen naar aanleiding van de rapportage van Twynstra Gudde, waaronder inkoopproces en de financiële administratie. In dit interne controleplan wordt aangegeven wat er moet worden gedaan op het gebied van de interne controle om tijdig het management en het college te informeren over de interne beheersing van de organisatie. Het interne controleplan is anders van opzet dan in voorgaande jaren. Aan de hand van best practices van andere gemeenten is in het plan duidelijker beschreven wat we gaan doen ten aanzien van de interne controle, waarvoor en voor wie we het doen en hoe verantwoordelijk-heden liggen.

  20. Wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten regio West-Brabant.

    Het college besluit:

    1. De Eerste wijziging van de gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten (VSV) regio West-Brabant vast te stellen.
    2. De Tweede wijziging van de gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten (VSV) regio West-Brabant vast te stellen.
    3. In te stemmen met het intrekken van het Programma Schoolverzuim & Voortijdig Schoolverlaten West-Brabant zoals vastgesteld op 28 april 2011, en het nieuwe Programma Schoolverzuim & Voortijdig Schoolverlaten West-Brabant vast te stellen.

    De gemeenschappelijke regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten (VSV) regio West-Brabant is in 2012 tot stand gekomen en draagt in de volksmond de naam RBL West-Brabant (Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant). De gemeenschappelijke regeling dient geactualiseerd te worden vanwege verplichtingen vanuit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de implementatie van de door gemeenteraden vastgestelde Nota Verbonden Partijen, de gewenste invoering van een nieuw niveau van gewenste dienstverlening en werkzaamheden door het RBL West-Brabant, en de wens om de detacheringsovereenkomsten met Breda te beëindigen en het desbetreffende personeel bij de uitvoerende gemeente Breda in dienst te nemen (= allemaal onderdeel van Eerste wijziging). Daarnaast is er de wens van toetreding van de raad van de gemeente Oosterhout (= Tweede wijziging). In de in 2012 in werking getreden gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat het wijzigen van deze gemeenschappelijke regeling een bevoegdheid is van het college. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt nu echter dat voor het wijzigen van een gemeenschappelijke regeling toestemming van de raad is vereist. De raad heeft op 7 december 2017 het college toestemming gegeven voor het vaststellen van de eerste en tweede wijziging. Het college heeft de eerste en tweede wijziging vastgesteld

  21. Vervangingsregeling van de gemeentesecretaris per 1 januari 2018

    Het college besluit

    1. In te stemmen met de als volgt voorgestelde vervangingsregeling van de gemeentesecretaris met ingang van 1 januari 2018: 
      • 1e loco-secretaris mevrouw J. Hiel, Domeinregisseur Mens & Maatschappij
      • 2e loco-secretaris de heer J. Frijters, Domeinregisseur Ondernemen & Leefomgeving
      • 3e loco-secretaris de heer B. Cornel, Teamleider Financiën en Juridische zaken
      • 4e loco-secretaris de heer E. Alderliesten, Teamleider Ruimtelijke en economische ontwikkeling
    2. Onder de voorwaarde dat een loco-secretaris geen besluit tekent dat onder normale omstandigheden onder zijn of haar bevoegdheid of verantwoordelijkheid tot stand komt. In een dergelijke situatie tekent de eerstvolgende loco-secretaris
    3. De aanwijzing als loco-secretaris van de heren A.J.H. Tijssen, A. Ringerwöle en I.L. Goedhart in te trekken.
       
      De eind 2016 ingezette organisatieverandering krijgt zijn beslag: de drie domeinregisseurs zijn aangesteld, de teamindeling is rond en op dit moment worden de teamleiders benoemd. Dit betekent dat de vervangingsregeling van de gemeentesecretaris ook aangepast dient te worden. Op grond van de Gemeentewet, artikel 106, moet deze lijst vastgesteld worden door het college.
  22. P120-O Verlenging werkingsduur Locatieontwikkelingsovereenkomst Logistiek Park Moerdijk

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met de overeenkomst d.d. 12 december 2017 ter tweede verlenging van de termijn om te komen tot een onherroepelijk Provinciaal InpassingsPlan voor het Logistiek Park Moerdijk, zoals opgenomen in de gesloten locatieontwikkelingsovereenkomst Logistiek Park Moerdijk d.d. 10 oktober 2013.
    2. De bijdrage ten behoeve van de verwerving van Wolst vanuit de Logistiek Park Moerdijk- ontwikkeling op een bedrag van € 2.950.000 vast te klikken.
    3. De raad hierover te informeren middels een raadsinformatiebrief.

    Op 10 oktober 2013 is tussen gemeente, provincie en havenschap Moerdijk een locatieontwikkelingsovereenkomst (LOO) gesloten voor de ontwikkeling van het Logistiek Park Moerdijk. Op basis van deze overeenkomst is het havenbedrijf Moerdijk (voorheen: Havenschap) de ontwikkelende partij voor het logistiek park. In deze LOO is afgesproken dat de provincie uiterlijk 31 december 2015 zorg draagt voor een onherroepelijk Provinciaal InpassingsPlan (PIP). In de gesloten LOO is op basis van artikel 10.4 de mogelijkheid opgenomen om de gestelde termijn te verlengen. Op 2 augustus 2016 heeft het college ingestemd met een eerste verlenging van deze termijn tot 31 december 2017. Onder andere vanwege problemen met de ProgrammaAanpakStikstof (PAS) is het voor de provincie niet mogelijk gebleken om op 31 december 2017 ook te beschikken over een onherroepelijk PIP. Het PIP ligt momenteel voor beroep bij de Raad van State. Om die reden wordt de termijn voor een tweede keer met een overeenkomst verlengd tot 1 oktober 2019, waarbij tevens wordt afgesproken dat de provincie zich tot het uiterste zal inspannen om een onherroepelijk PIP te hebben op 1 oktober 2019. Mocht vroegtijdig blijken dat deze datum in verband met de problemen met het PAS niet gehaald wordt dan gaan de partijen met elkaar in overleg over deze overeenkomst. De verlenging van de termijn, en daarmee het naar achter opschuiven van het in exploitatie nemen van het terrein, heeft invloed op de grondexploitatie. Het resultaat van de grondexploitatie neemt af. In dat kader heeft het havenbedrijf aan de gemeente gevraagd om de duidelijkheid in de grondexploitatie te bieden over de verschuldigde bijdrage ten behoeve van de verwerving van Wolst. Het college klikt de bijdrage vast op op  € 2.950.000. Hiermee zijn de verwervingskosten gedekt, is voldaan aan de afspraken uit de LOO over deze verwerving en levert dit voordeel op voor de projectexploitatie. Ook het niet volledig in rekening brengen van historische plankosten door de Provincie Noord-Brabant levert een voordeel op voor de projectexploitatie. Hiermee is het voor alle partijen opportuun om de overeenkomst te verlengen. De gemeenteraad wordt over dit besluit geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief.

  23. 1e Wijziging gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant (RWB)

    Het college besluit:

    1. De 1e  wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant (RWB) definitief vast te stellen;
    2. Het besluit te verzenden naar het Dagelijks Bestuur van de RWB;
    3. Het besluit bekend te maken door het te publiceren op de gemeentepagina in de Moerdijkse bode.

    De RWB is in een proces van doorontwikkeling. Op 23 maart 2017 heeft het Algemeen Bestuur van de RWB een besluit genomen over de richting van de doorontwikkeling. De focus van de samenwerking tussen de 19 gemeenten in RWB-verband komt te liggen op het versterken van het economisch vestigingsklimaat. Om dit te realiseren is onder andere een verandering van de bestuurlijke organisatie nodig. Dit vereist aanpassing van de huidige gemeenschappelijke regeling. Ook de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling en de uitwerking van de spelregels uit de Nota Verbonden Partijen vragen om een aantal (veelal technische) aanpassingen. et college heeft op 24 oktober 2017 het principebesluit genomen om de 1e  wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant vast te stellen en om de raad voor te stellen om het college toestemming te verlenen om de 1e  wijziging van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant (definitief) vast te stellen. De gemeenteraad heeft in de raadsvergadering van 7 december 2017 besloten deze toestemming te verlenen. Het college besluit de eerste wijziging definitief vast te stellen, dit te verzenden naar het dagelijks bestuur van de RWB en het besluit  te publiceren op de gemeentepagina van de Moerdijkse bode. De wijziging treedt in werking als deze door alle 19 deelnemers is vastgesteld en deze is gepubliceerd in de Staatscourant. De gemeente Etten-Leur zal voor dit laatste namens RWB zorg dragen.

  24. De Verordening nadeelcompensatie centrumontwikkeling Zevenbergen. Project 153

    Het college besluit:
    De raad voor te stellen de Verordening nadeelcompensatie centrumontwikkeling Zevenbergen vast te stellen.

    Nadeelcompensatie is het vergoeden van schade ontstaan door een rechtmatig overheidshandelen op grond van het egalité-beginsel.  Het egalité-beginsel (voluit: egalité devant les charges publiques) beoogt dat de lasten die nu eenmaal voor burgers kunnen voortvloeien uit overheidsbesluiten, niet onevenredig zwaar op sommigen drukken, terwijl anderen er veel minder door worden bezwaard. Afgezien van enkele specifieke wettelijke regelingen voor nadeelcompensatie (zoals planschade als gevolg van een bestemmingsplanwijziging) is nadeelcompensatie nu nog niet geregeld in een algemene wettelijke regeling. Deze regeling komt wel op termijn in de Algemene wet bestuursrecht Het is echter tot op heden nog niet bekend wanneer deze wet in werking zal treden. Dit zal waarschijnlijk nog enkele jaren duren. Zolang de wet nog niet in werking is getreden, is het dus mogelijk om als gemeente zelf een regeling vast te stellen omtrent de te volgen procedure bij verzoeken om nadeelcompensatie. Gezien de omvang en impact van het project 153. "Centrumontwikkeling Zevenbergen", is te verwachten dat als gevolg hiervan verzoeken om nadeelcompensatie worden ingediend. Om voor de burgers duidelijk te maken op welke wijze een verzoek om nadeelcompensatie gedaan kan worden en wat hierbij de te volgen procedure is, wordt nu voorgesteld een nadeelcompen-satieverordening voor dit project vast te stellen.

  25. Aanwijzing kandidaat directielid ICT Samenwerking WBW

    Het college besluit:
    In te stemmen met het voordragen van de heer A. Ringerwöle als kandidaat directielid aan het bestuur van ICT Samenwerking WBW.

    De gemeente Moerdijk is deelnemer van de gemeenschappelijke regeling ICT Samenwerking WBW en levert in dit kader zowel een bestuurslid als een directielid. De rol van directielid wordt tot 1-1-2018 ingevuld door Peter Flier. Zijn lidmaatschap van de directie eindigt dan van rechtswege aangezien hij een dienstverband elders heeft aanvaard. De heer Flier ziet vanuit de directie toe op de dagelijkse aansturing van de uitvoeringsorganisatie en is door het bestuur als zodanig aangewezen als budgethouder. Daarbij treedt hij op als WOR-bestuurder. Als vervanger van de heer Flier en ter uitvoering van de aan hem toegekende taken en mandaten, wordt de heer A. Ringerwöle als kandidaat directielid voorgedragen.

  26. Gewijzigde budgethoudersregeling

    Het college besluit:
    De gewijzigde budgethoudersregeling vast te stellen.

    De huidige budgethoudersregeling dateert uit 2009 (aangepast in 2012). Mede gelet op de (gewijzigde) organisatiestructuur per 1 januari 2018 is deze regeling geactualiseerd. Een en ander heeft geresulteerd in de nu voorliggende budgethoudersregeling.

  27. Actieplan bestrijding onderwijsachterstanden 2018

    Het college besluit:

    1. In te stemmen met het actieplan bestrijding onderwijsachterstanden 2018, waarin door de gemeente Moerdijk binnen de wettelijke kaders wordt aangegeven hoe zij vorm geeft aan:
      • voor- en vroegschoolse educatie (vve);
      • scholing pedagogische medewerker 3F;
      • aan vve coördinatie; en
      • systematische evaluatie en verbetering van vve.
    2. De kosten van de uitvoering van het actieplan 2018, totaal  € 419.230, te dekken uit:
      1. de verwachte specifieke uitkering onderwijsachterstanden 2018 voor een bedrag van € 303.000;
      2. het budget peuterspeelzaalwerk (productnummer 6650200, kostensoort 44259) voor de realisatie van 20 extra vve plaatsen voor € 60.000 conform vastgestelde begroting   2018;
      3. het aan de gemeenteraad gevraagd budget op d.d. 7-12-2017 in het kader van de LEA 2018-2020, voor de realisatie van extra vve plaatsen voor € 5.162;
      4. € 51.068 voor de drie pilots ouderbetrokkenheid en ondersteuning van CJG team jonge kind vanuit de jaarlijkse subsidies, conform vastgestelde begroting 2018.
      5. De financiële mutaties te verwerken in de 2e bestuursrapportage
    3. De uitvoerende organisaties te informeren dat aan hen, onder voorbehoud van de toekenning van de specifieke uitkering onderwijsachterstanden 2018 door het ministerie van OC&W, een vergoeding voor de uitvoering van activiteiten wordt verstrekt.

    Door het vaststellen van het actieplan bestrijding onderwijsachterstanden 2018 heeft het college in¬zichtelijk gemaakt hoe de voor- en vroegschoolse educatie (vve) voor kinderen van 2 t/m 6 jaar wordt vormgegeven in de gemeente Moerdijk. De voorschoolse educatie bestaat uit 10 uur opvang door gekwalificeerde pedagogisch medewerkers, die werken met een goedgekeurd programma. De vroegschoolse educatie wordt vormgegeven in groep 1 en groep 2 van het primair onderwijs. Vve wordt aangeboden om kinderen een betere start te geven in groep 3. 2018 onderscheidt zich van 2017 doordat er wederom meer vve plaatsen worden gecreëerd. Daarnaast zal er door middel van een vve monitor een eerste 0-meting plaatsvinden naar de taalontwikkeling van vve kinderen. De gemeente Moerdijk zet zich met het actieplan echter ook in voor kinderen zonder een taalontwikkelingsachterstand. Alle jonge kinderen die gebruik maken van een vorm van opvang krijgen een leesbevorderingsprogramma aangeboden en alle kinderen worden ook in hun ontwikkeling gevolgd, als ouders hiervoor toestemming geven. Om de ontwikkelingen van kinderen te volgen is het van belang de zorgstructuur te versterken. Het CJG team jonge kind wordt hiervoor ingezet.
    Het college van de gemeente Moerdijk creëert hierdoor optimale kansen voor alle jonge kinderen bij de start van hun schoolcarrière.

  28. Overzicht lopende zaken van de RWB per 23 november 2017

    Het college besluit:
    De raadsinformatiebrief over het overzicht lopende zaken RWB per 23 november 2017 te verzenden aan de gemeenteraad.

    Het Dagelijks Bestuur van de RWB heeft een overzicht gestuurd van de lopende zaken per 23 november 2017. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd.