B-stuk - potdichtprincipe grootschalige mestverwerking

Het college besluit:

  1. In te stemmen met de voorgestelde beantwoording, zie bijlage 1, van de brief van Stichting Brabants Burgerplatform, zie bijlage 2 en deze voor te leggen aan de raad.
  2. Aan de OMWB opdracht te geven bij het mestbewerkende bedrijf in het buitengebied dat mest van derden verwerkt, waarvoor het college van B&W bevoegd gezag is (gebr. Verkooyen te Langeweg), nader onderzoek te doen naar gezondheidsrisico’s samenhangend met mestbewerking binnen dit bedrijf en de evt. toepasbaarheid van de provinciale beleidsregel volksgezondheid en mestbewerkingsinstallaties Noord-Brabant hierop.

Op 25 april 2018 hebben de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant de beleidsregel volksgezondheid en mestbewerkingsinstallaties Noord-Brabant vastgesteld. Dit met het doel om emissies van bio-aerosolen (o.a. bacteriën, virussen endotoxine) tot een minimum te beperken. Deze bio-aerosolen kunnen leiden tot gezondheidsrisico’s voor de omgeving . Omdat niet alle bestaande en nieuwe mestbewerkende inrichtingen, waar mest van derden wordt verwerkt, onder het bevoegd gezag van de provincie vallen, heeft de Stichting Brabants Burgerplatform aan alle (relevante) Brabantse gemeente een brief gestuurd met de vraag de betreffende beleidsregel over te nemen voor bestaande en toekomstige inrichtingen waar (grootschalige) mestbewerking plaatsvindt waar B&W bevoegd gezag voor zijn.
Binnen onze gemeente zijn een drietal mestbewerkende inrichtingen, waarbij mest van derden wordt verwerkt. Twee bedrijven bevinden zich op het industrieterrein Moerdijk en één bedrijf bevindt zich in het buitengebied. Voor de bedrijven op het industrieterrein zijn GS bevoegd gezag, daarop is de beleidsregel direct van toepassing. Voor het bedrijf in het buitengebied is B&W bevoegd en is de beleidsregel daarom (juridisch gezien) niet van toepassing.
De kans op vestiging van nieuwe bedrijven voor grootschalige mestbewerking binnen onze gemeente wordt klein geacht. Nieuwe inrichtingen voor mestbewerking van derden in het buitengebied zijn in het bestemmingsplan buitengebied uitgesloten. Op industrieterrein Moerdijk is nieuwvestiging wel mogelijk. Omdat de mestproblematiek zich vooral afspeelt in oost Brabant achten wij de kans op nieuwe aanvragen voor (grootschalige) mestbewerking beperkt. Mocht zich dit wel voordoen dan heeft de omgevingsdienst aangegeven dat de gemeente dan alsnog de beleidsregel kan aannemen. Daarnaast wil het college ook terughoudend zijn met het aannemen van (onnodige) regelgeving. Omdat op dit moment nog onvoldoende duidelijk in welke mate de inhoud van de beleidsregel van toepassing zou zijn op het genoemde bedrijf in het buitengebied en omdat de evt. (gezondheids-)risico’s van de huidige bedrijfsvoering van dit bedrijf nu onvoldoende in zicht zijn, wordt voorgesteld de omgevingsdienst (OMWB) hier nader onderzoek naar te doen. Na dit onderzoek kan bekeken worden in hoeverre aanvullende maatregelen of vergunningvoorschriften bij dit bedrijf nodig zijn, met het oog op de volksgezondheid, in lijn met de provinciale beleidsregel en meer in het bijzonder in lijn met artikel 10 (Actualiseren vergunning voor bestaande activiteiten) en artikel 11 (Vaststelling aanvaardbare emissie bij bestaande activiteiten) van de beleidsregel. Ook het evt. vaststellen van de beleidsregel hiervoor zal dan nader worden bekeken.