Wijziging GR schadevergoedingsschap HSL Zuid

Het college besluit:

  1. Voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4, zoals verwoord in bijlage 1 bij de brief van 14 augustus 2018, voor te leggen aan de gemeenteraad.
  2. De onder 1 genoemde regeling aan te gaan onder voorbehoud van bekrachtiging door de Minister en onder voorbehoud van instemming door de gemeenteraad.
  3. Mevrouw D.J. Brummans als lid van het AB aan te wijzen en de heer C.J.A. van Dorst als plaatsvervanger onder voorbehoud van instemming door de raad met de wijziging van de gemeenschappelijke regeling en onder voorbehoud van bekrachtiging door de Minister.

De voorgestelde wijziging wijzigt de Gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4 (hierna: gemeenschappelijke regeling) op het punt van de planschadebevoegdheid van de deelnemende gemeenten. Deze wijziging is noodzakelijk als gevolg van de regeling in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Anders dan artikel 49 van de Wet de ruimtelijke ordening, kent artikel 6.1 Wro de planschadebevoegdheid niet meer toe aan de gemeenteraad, maar aan het college van burgemeester en wethouders. De gemeenschappelijke regeling wordt als gevolg van die wijziging in planschadebevoegdheid aangepast. De Minister zal de wijziging van de gemeenschappelijke ondertekenen, nadat alle gemeenteraden en colleges van de deelnemende gemeenten, de Tweede- en de Eerste Kamer hebben ingestemd met de wijziging van de gemeenschappelijke regeling.
De voorgestelde wijziging heeft geen gevolgen voor de behandeling van schadeverzoeken door het daarvoor aangewezen Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4.
Op basis van artikel 5 lid 3 van het voorstel tot wijziging wijst het college uit zijn midden een lid aan voor het algemeen bestuur en een plaatsvervanger.