Geurbeleid

Het college besluit:

  1. Geen nader geurbeleid te formuleren, zowel voor agrarische als industriële activiteiten.
  2. Na uitkomsten van het woningbehoefte onderzoek (eind 2019) en uitkomsten GGD volwassenmonitor (medio 2021) een volgende evaluatie te maken over de effectiviteit van de huidige aanpak en evt. inzet van (aanvullende) maatregelen/instrumenten.
  3. Conclusies middels een  raadsinformatiebrief en bijbehorende rapportage naar de raad te zenden.

In de Paraplunota Leefomgeving 2012-2030 is voor het aspect ‘geurhinder’ het volgende hoofddoel voor 2030 vastgelegd: “Substantiële vermindering van het aantal geur- en geluidgehinderden in 2030”.  Nagegaan is in hoeverre geurbeleid en de uitvoering daarvan een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van de doelstelling. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen agrarisch geurbeleid en industrieel geurbeleid. Op basis van de uitgevoerde analyse, zie bijlage 1, wordt agrarisch geurbeleid niet nodig geacht. Belangrijkste reden is, dat er niet of maar zeer beperkt hinder wordt ondervonden van agrarische activiteiten. Ook (aanvullend) industrieel geurbeleid wordt op dit moment niet nodig geacht. Voor de meeste bedrijven op het industrieterrein Moerdijk worden geuremissies gereguleerd middels de provinciale beleidsregel voor geur. Daarnaast is de indruk, op basis van geluiden van de dorps-/stadstafel dat de geuroverlast in de kernen Moerdijk en Klundert (sterk) is afgenomen. O.a. de inzet van Shell en ATM als het ontgassingsverbod voor schepen op het Hollandsch Diep hebben hieraan naar verwachting bijgedragen. Wel zal uit de volgende GGD volwassenmonitor (medio 2021) moeten blijken in hoeverre de ervaringen aan de dorpstafel Moerdijk en stadstafel Klundert en de afname van de klachten, ook resulteren in de afname van het aantal ernstig gehinderden. Vooralsnog lijkt de ingeslagen weg voldoende om het aantal ernstig gehinderden naar een aanvaardbaar niveau terug te brengen.